General tagged with 'Berlijn'  

 
Open data zijn speeltuinen voor onderzoekers, technici en designers.
20 maart 2013

 

Kaartjes en tabellen, geografen zijn er verzot op. Een goede kaart visualiseert de werkelijkheid. Geeft in een oogopslag weer wat anders lappen tekst voor nodig zijn. Tot voor kort was het verkrijgen van relevante data en onderzoeksmateriaal een intensieve arbeidsintensieve klus of er moest flink voor worden gedokt. Vervolgens was het de kunst om al die data zo toegankelijk mogelijk in tabellen, kaarten en grafieken om te zetten. Dat is een vak apart en niet iedereen was daar even goed in. Hoe anders is in een paar jaar de werkelijkheid geworden.

Technische en designers maken samen de prachtigste visualisaties op grond van real time information. In 2009 werden visualisaties van Carlo Ratti de wereld ingestuurd; de toegenomen belactiviteit vanuit de VS naar de rest van de wereld tijdens de inauguratie van president Obama. Toen ik deze beelden zag was ik direct verkocht. Door de eenvoud en de schoonheid zijn deze kaarten tegelijkertijd kunstwerken en wordt er ondertussen een ongelofelijke hoeveelheid informatie in beeld overzichtelijk aangeboden.

 

Carlo Ratti/MIT SENSEable City Lab, Screen Shot, Obama, One People, The World, 2009

 

De dataspeeltuin is sindsdien steeds mooier en groter geworden. Overheden gaan schoorvoetend over tot het openbaar stellen van publieke data en door de opkomst en explosieve gebruik van social media zijn er in een paar jaar tijd compleet nieuwe databronnen aan te boren. Neem bijvoorbeeld de visualisatie van Twitter Tongues, waarin een kaart nagenoeg op straatniveau laat zien  in welke talen op een bepaald moment in steden als Londen en New York is getwitterd. Wat daar bijzonder aan is? Je ziet in een oogopslag waar welke taal dominant wordt gebruikt. Indien je deze informatie inzichtelijk wilt maken volgens de tot voor kort gebruikte methode lagen er allerlei beperkingen en tekortkomingen op de loer. Feitelijk kon je je alleen maar beroepen op de gemeentelijke basisregistratie en onderzoek op buurtniveau, een bureaucratische en tijdrovende klus die zodra ze was geklaard, feitelijk al weer was achterhaald.

 

Screenshot Twittering Tongues, afbeelding Londen

 

Ik hoor de sceptici al de schouders ophalen. Waarom zou je dergelijke informatie willen weten? Omdat je de stad en haar bewoners niet als een statisch geheel moet bezien, maar als een levend organisme, altijd in beweging en doorgroeiend naar een ander stadium. Zou je dit bijvoorbeeld op het niveau van Amerika als totaal toepassen, dan zou je heel goed inzichtelijk krijgen hoe taalgrenzen schuiven (spaans versus engels). Of neem Berlijn, een stad waar honderden nationaliteiten zich thuisvoelen en waar processen van gentrification zich veel sneller dan in welke andere stad dan ook in Europa zich voltrekken.

We staan nu nog maar aan het begin van het proces van Open Data en de mogelijkheden zijn nu al zo groot. Laat staan, als we enige jaren verder zijn en nog meer databestanden zijn  ontsloten en ook iedereen toegang heeft tot die bestanden. Dat wordt het voor de geïnteresseerden onder ons ook mogelijk om zelf onderzoeksvariabelen in te voeren en kaartmateriaal te produceren. Dan zijn de mogelijkheden oneindig en zal het innoverend vermogen van de maatschappij als totaal zienderogen toenemen. We zijn dan immers niet meer afhankelijk van overheidsinstellingen en onderzoeksinstituten  die nu nog met name onderzoek uitzetten, danwel daarvoor subsidies verstrekken.

 




Er zijn nog geen reacties
Wat we van de broncode van Berlijn kunnen leren
4 maart 2013

Iedereen die wel eens in Berlijn is geweest voelt dat in de stad een bijzondere sfeer hangt. Een speciale geestelijke ruimte die het mogelijk maakt vrij te denken te handelen, te leven, te ontdekken, een speciaal soort ruimtelijk welbevinden dan elders niet zo sterk als zodanig wordt ervaren.

Tamara Rookus, als onderzoekster aan het ARCCI verbonden, vroeg zich af wat Berlijn zo speciaal maakt en ging het afgelopen jaar op onderzoek naar de broncode van Berlijn. Afgelopen vrijdag presenteerde zij de bevindingen van haar onderzoek in – toepasselijker kan het bijna niet – het Apeldoornse ‘Klein Berlijn‘, een vrijplaats in het voor het overige toch enigszins monotome en behoudende Apeldoorn.

Rookus ging op reis naar Berlijn en nam onder andere mee: ‘Welcome to the experience economy‘ van Pine en Gilmore, ‘Het Manifest van de Ruimte‘ een pleidooi van de Arnhemmer Paul de Bruijn voor een radicaal ander cultuurbeleid waarbij hij o.a. verwijst naar de geestelijke ruimte van Berlijn en tot slot het boekje ‘Berlijn voor gevorderden, 8 Nederlanders over de ziel van hun stad’. Stuk voor stuk intrigerende werkjes.

Bron afbeelding P. de Bruijn

In de afbeelding hierboven de vier belevenis categorieën volgens Pine en Gillmore. Uit het onderzoek van Rookus kan worden geconcludeerd dat belevenissen in Berlijn zich met name in het kwadrant rechtsonder bevinden, op belevenissen die een escapistisch gevoel opleveren. En kijkend naar het model plaatst dat Berlijn in een bijzonder daglicht. De theorie van Pine en Gillmore gaat immers van een veel gelijkmatige verdeling uit. Berlijn is niet alleen een stad van belevenissen, de stad manifesteert zich daarnaast ook nog in een heel sterk tot de verbeelding sprekend kwadrant.

En wat maakt dat met name op escapisme wordt gescoord in Berlijn? Tamara Rookus concludeert daar daar bepaalde materiële zaken voor nodig zijn zoals relatief veel bestemmingloze ruimte (in Berlijn oneindig voorradig), een expeditie-element (je moet moeite doen de bestemming te bereiken), multidisciplinaire aanpak van het event, een extreme vorm (altijd anders dan het normale oftewel met verrassingselementen) en participatie (de bezoeker dient zelf meedoen).

Hoe kun je nu als gemeentebestuur of als stad iets meer van dat berlijngevoel in eigen omgeving doen ontstaan? Het onderzoek biedt een interessante kapstok. Zijn de materiële criteria voorhanden en/of valt daarop te sturen? Paul de Bruijn, ook aanwezig die avond, stelt dat de gemeente op het gebied van versoepelen van vergunningen heel veel kan betekenen en als je kijkt naar ondernemerschap, met name jonge ondernemers (dertig min) van belang zijn. Het is met name deze groep die uiterst creatief en inventief met nieuwe mogelijkheden en kansen weet om te gaan.

 

Klein Berlijn Apeldoorn

Als je als gemeente – ondanks de crisis – toch nog subsidies op events wilt afgeven, is de opsomming van Rookus een mooi handvat om de doelmatigheid van het event te toetsen, maar ook voor de riscioberekening van de ondernemers/organisatoren zelf; wat te doen of juist na te laten om een event met succes te introduceren. En als je dit soort pareltjes al in je stad heb, wees dan trots en schreeuw het van de daken.

Jongeren waren er wel, die avond in Apeldoorn. Heel verfrissend en verrassend overigens. Op discussie en presentatie-avonden laten juist jongeren zich niet zo vaak zien. Nu was deze avond ook met name via sociale media aangekondigd en dat maakt een verschil. Feitelijk is Klein Berlijn zelf een mooi voorbeeld van nieuwe geestelijke ruimte voor Apeldoorn. Het is immers de inhoud en de plek zelf waardoor er belevenis ontstaat.

 



  1. admin says:

    ads