Platteland tagged with 'Krimp'  

 
Kannibaliseren steden winkelcentra van kleinere kernen?
27 oktober 2013

Gisteren kopte de Gelderlander op de voorpagina “Klant winkelt liever in de stad’. Volgens Gert-Jan Hospers, hoogleraar Citymarketing Radboud Universiteit Nijmegen kannibaliseren winkelcentra van steden winkelcentra van kleinere kernen op het platteland.

Eigenlijk heb ik het artikel wel een beetje met verbazing gelezen. Voorpagina nieuws? Maar dit weten we toch wel, dit is toch een beweging die al een tijdje gaande is. Kannibaliseren? Dat is bout uitgedrukt. Alsof er een plots opkomende guerrilla-oorlog gaande is. Kannibaliseren is wel een heel sterk woord voor een beweging die we feitelijk vanaf het moment dat de auto en de supermarkt in de jaren 70 van de vorige eeuw gemeengoed werden zich in eerste instantie heeft voltrokken in de kleine dorpen en nu mede als gevolg van de krimp en de opkomst van internet verkoop, ook in de grotere kernen orde van de dag is.

 

Centrum Borculo

Dat de Achterhoek – over dat gebied gaat het artikel in de krant met name  – onder de leegstand lijdt, dat is een feit. De leegte en de stilte vallen steeds meer op. Het gaat heel hard en het winkelaanbod dat overblijft oogt saai. Medio augustus maakte ik een wandeling door Borculo. Een prachtig stadje, lommerrijk gelegen aan de Berkel. Ik schrok van de troosteloze aanblik die het stadje de afgelopen zomer bood. Waar is het publiek, waar zijn de toeristen? Het is zomer, hoogseizoen, het zou er druk moeten zijn, de straten zouden gevuld moeten zijn met slenterend en winkelend publiek. Dat was de andere keren dat ik er was in ieder geval wel het geval.

Maar het straatbeeld werd gedomineerd door een detailhandel aanblik dat alles behalve aantrekkelijk kon worden genoemd. Een aantal bekende ketens bepaalden het beeld, schreeuwerige reclame op de ruiten, slecht onderhouden panden en weinig unieke winkeltjes om even lekker rond te snuffelen. Dit gaat hard, realiseerde ik me. Gemiddeld genomen rij ik om de paar jaar naar Borculo om even het kristalmuseum te bezoeken, door de winkelstraten te slenteren en om vervolgens lekker te verpozen op een van de terrasjes aan het water. Of ik met die regelmaat blijf gaan, is nog maar de vraag.

 

Winkelstraat Borculo

Een lommerrijk stadje met schreeuwerige en slecht onderhouden winkelpanden, dat bijt. Dat pikt ook een toerist niet en die zal daarom ook steeds vaker wegblijven. Weer een extra strop voor de plaatselijke detailhandel. Wat kan de overheid doen? Niet veel. Wellicht wel iets aan de wijze waarop het winkelaanbod zich etaleert. Graag iets minder schreeuwerig en iets meer ingetogen en passend bij de context. Zonder hier te willen beweren dat elk historisch en of lommerrijk stadje zich als een opgepoetst openluchtmuseum zou moeten gaan manifesteren.

In het artikel in de krant wordt wethouder Kroon van Doetinchem aangehaald. Hij zou hebben gezegd dat zijn stad wellicht baat kan hebben bij de bevolkingskrimp, want als de winkels uit de dorpen verdwijnen moeten de klanten wel naar de stad. Maar is dat niet iets te snel gejuicht? Het gaat immers niet alleen om de macht van het getal. Inwoneraantallen zeggen wel veel, maar ook niet alles want de slag is nog lang niet gestreden: Meer mensen zullen het Oosten verlaten (als gevolg van de daling van het voorzieningenniveau en door gebrek aan werkgelegenheid in de regio) en voor hen die blijven of er zich willen vestigen is er keuze te over. De kans is groot dat zij zich zullen laten leiden door de aantrekkelijkheid van bepaalde steden. En in dat kader is juist laatst Doetinchem op het verkeerde lijstje geplaatst:

 

Straatbeeld Borculo, winkelgebied

In opdracht van de provincie Gelderland heeft de Atlas voor Gemeenten een onderzoek gedaan naar de toekomst van de Gelderse stad. In dat onderzoek worden Arnhem, Nijmegen en Tiel maar ook de kleinere steden Zutphen en Harderwijk aangewezen als steden met een toekomst (multifunctioneel en historisch stadshart) en zullen volgens de onderzoekers Ede, Apeldoorn (beiden relatief nieuw en weinig spannend stadshart) en Doetinchem (te veel last van krimp en wegtrekkende bevolking in de directe omgeving) het heel moeilijk gaan krijgen.

Met andere woorden, we zijn nog maar halverwege het proces. De eerste voltrok zich in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. De tweede slachting beleven we nu en de Achterhoek zal haar borst nog nat moeten gaan maken voor wat nog gaat komen. Doen grote delen van Oost Nederland over pakweg 20/30 jaar nog wel mee? Zal Oost Nederland niet van het economisch bordje van Nederland afvallen? De regio ligt nu al zo op de rand.




Er zijn nog geen reacties
Ongelijke kansen voor deelnemers aan Kroonappels in ronde twee te geraken
17 maart 2013

 

Nederland is dit weekend in de ban van vrijwilligerswerk en sociale initiatieven. Zowel de actie NLdoet als de actie Kroonappels hebben deze dagen hun beslag. Het zijn beide initiatieven van het Oranjefonds, het zal dan ook wel geen toeval zijn dat ze daarom gelijk op lopen, zo versterken ze elkaar.

De actie NLdoet kennen we al een aantal jaren maar Kroonappels is nieuw. Ter gelegenheid van de troonswisseling is het Oranjefonds op zoek naar de mooiste sociale initiatieven in het Koninkrijk. Verenigingen en Stichtingen zij massaal opgeroepen mee te dingen. Er zijn drie categorieën: Jeugd, Buurt en Helpende Hand. Dit weekend mag Nederland stemmen, per huishouden kan voor elk van de drie categorieën 1 stem worden uitgebracht binnen de eigen gemeente. De winnaars van elke gemeente mogen vervolgens in de daaropvolgende ronde binnen de eigen regio (provincie of provinciedeel) op elkaar gaan stemmen zodat er uiteindelijk per regio voor elke categorie een winnaar uit te bus komt. En die mogen ook weer op elkaar stemmen zodat er uiteindelijk per categorie 1 winnaar overblijft. Prijzengeld: een Appeltje van Oranje en 50.000 euro.

 

Rotterdam, Nieuwe Binnenweg, Jules Deelder

Het Oranjefonds laat op haar site weten dat ze duizendenden inzendingen hebben ontvangen. Dat geloof ik onmiddellijk. Nederland telt 408 gemeenten. Als die allemaal al op elke categorie 1 initiatief zouden indienen zou dat al goed zijn voor zo’n 1200 inzendingen. Ik klik lukraak een paar gemeenten aan van verschillende grootte en zie aantallen variërende van een paar, tot enkele tientallen tot ruim 100 ingediende initiatieven per gemeente voorbij komen. Prachtig toch dat alle inzendingen zo zichtbaar zijn? ‘Free publicity’ voor de deelnemers en meer transparantie in de aard en aantallen van de inzendingen kun je je als publieksjury niet wensen. Maar ondertussen zit ik wel snel te rekenen en te vergelijken.

Per gemeente voor elke categorie een winnaar uitroepen die vervolgens doorgaat naar ronde twee? Dat voelt niet eerlijk. Dan hebben initiatieven in grote gemeenten toch veel minder kans om uberhaupt op de shortlist te komen? Afdalende in de spelreglementen blijkt wel dat er een paar correcties zijn aangebracht, met name voor de drie grootste steden. In Amsterdam,  Rotterdam  en Den Haag gaan per categorie respectievelijk 12, 10 en 8 initiatieven door naar de tweede ronde. Waarom geen speciale behandeling voor Utrecht, vraag ik mij dan af. Dat is toch de vierde stad van Nederland en zit qua inwoneraantal zeer ruim boven Eindhoven en Tilburg, respectievelijk de 5e en 6e stad van Nederland.

 

Actiebanner NLdoet

Utrecht is in deze voorkeursbehandeling wel een beetje de gebeten hond, Den Haag, de derde stad van Nederland kent met 504.000 inwoners 88 ingediende initiatieven en Utrecht, met 320.000 duizend inwoners zelfs 100 initiatieven. Op grond van het spelreglement gaan er vanuit Den Haag dus 8 initiatieven door en vanuit Utrecht maar 1. Dit voelt onrechtvaardig.

Vooraf viel natuurlijk niet te voorzien welke aantallen zouden worden ingediend, maar enkel en alleen een correctie voor de drie grootste steden? En de vierde en daaropvolgende grote steden gelijkscharen met de kleinste gemeenten van Nederland, waar maar een paar duizend inwoners wonen en per categorie soms maar 1 initiatief is ingediend? Daar zou ik niet voor hebben gekozen als ik deze wedstrijd had mogen uitschrijven. Ik zou niet alleen voor de allergrootste drie steden hebben gecorrigeerd, maar ook voor grote steden en de groep middelgrote steden.

Zullen een aantal deelnemers deze ongelijkheid ervaren? Ik denk het wel. Natuurlijk is deze zoektocht naar kroonappels een zeer sympathiek initiatief en meedoen is zondermeer leuk en de moeite waard, het levert immers extra exposure op, maar aangezien er ook een wedstrijdelement is ingebracht, met een aangename prijzenpot van 50.00 euro, wil iedereen wel gelijke kansen hebben in ronde twee te geraken en uiteindelijk te kunnen winnen.

 

 

 




Er zijn nog geen reacties
De opkomst van cottage industries in Nederland
29 oktober 2012

 

De laatste maanden kom ik steeds vaker het begrip cottage industries tegen. Het roept bij mij beelden op van kleinschalige productie van eenvoudige gebruiksgoederen in huiselijke kring onder behoorlijk armoedige omstandigheden. Beelden van krottenwijken in Azie en Afrika. Maar niet van Europa, in ieder geval niet van anno nu. Wel beelden van voor de industriële revolutie, toen de gemiddelde Nederlander door ijverige huisvlijt zijn kostje bij elkaar scharrelde en nog een zeer simpel optrekje bewoonde.

Woon/werk combinaties op het platteland: geef het verschijnsel een engelse term, definieer de randvoorwaarden en onderzoek of het verschijnsel optreedt. Zo kunnen we elkaar mooi bezig houden met meten en weten.

Eerst maar even de definitie zoals cottage industries zijn gedefinieerd in een recent onderzoek dat de Kamer van Koophandel heeft laten uitvoeren: Het gaat dan om bedrijven met minder dan 10 werknemers, die gelegen zijn in kernen met minder dan 5000 inwoners en in het buitengebied en welke hun omzet voor meer dan 50% buiten de regio (gemeente en aangrenzende gemeenten) halen.

Alhoewel het niet in de definitie expliciet werd neergezet, wordt in het bovenstaande aangehaalde onderzoek uiteraard die vorm van bedrijvigheid bedoeld waarbij wonen en werken wordt gecombineerd. Aldus konden voor de onderzoeksgebieden absolute aantallen worden geturfd en wat veel interessanter is, ook worden gemeten dat het aantal dergelijke bedrijven de laatste jaren sterk groeit.

 

Nu vind ik de wijze waarop het begrip wordt gedefinieerd niet zo interessant. Wel het fenomeen. Feitelijk was het boerenbedrijf altijd al een combi van wonen en werken. Dus feitelijk niets nieuws onder de horizon. Wel het feit dat na een tijdelijke daling – veel boerderijen werden enkel nog benut om te wonen nadat het boerenbedrijf was gestopt –  nieuwe werkgelegenheid op het platteland begint op te duiken. Het zijn uiteraard de ontwikkelingen op ICT gebied, die zulks mogelijk hebben gemaakt.

Boeren hadden vroeger geen borden langs de weg staan om de aard van hun nering te expliceren. Tegenwoordig vliegen je de borden om de oren. Een inwoner uit Twente mopperde laatst nog tegen me dat hij gek werd van al die schreeuwende borden. Hij had het over plattelandsvervuiling en sprak zijn verbazing uit over het feit dat de gemeente niet paal en perk stelde aan deze reclamecampagnes voor eigen erf. Dergelijke borden zijn we inderdaad van oudsher niet gewend op het platteland. Dit probleem hebben we uiteraard ook in onze binnensteden gehad. Ook daar hebben we al te schreeuwerige reclame op de gevels moeten afbuigen naar vriendelijke varianten. Dat zal op het platteland ook wel weer goed komen. Een kwestie van tijd dus.

Interessant is dat de nieuwe woon-werk combinaties in de perifere gebieden een bijdrage leveren aan de leefbaarheid. Oude boerderijen en leegstaande gebouwen in dorpskernen (schoolgebouwen en winkels) kunnen zo een nieuwe bestemming krijgen. De nieuwe eigenaren van deze panden komen lang niet altijd uit de plaatselijke gemeenschap. ‘Inpot’ dus, zoals men dat in Oost Nederland noemt. Dat werd vroeger nog wel eens als negatief ervaren, maar die tijd hebben we hopelijk een beetje achter ons gelaten. Nieuwe bewoners betekent ook nieuwe kansen, nieuwe inzichten en nieuwe energie.




Er zijn nog geen reacties