Ondernemerschap tagged with 'Berlijn'  

 
Stattbad Wedding, expo en co-working space
13 april 2013

 

Verstopt in de Berlijnse wijk Wedding ligt het voormalige Stattbad. Goed bereikbaar met de S-bahn, maar ver weg van de gebaande paden voor toeristen en ook voor vele Berlijnse ingezetenen. De wijk is relatief arm, gentrification heeft (nog) niet toegeslagen.

Op zoek naar nieuwe initiatieven gerealiseerd in leegstaande gebouwen banen we ons voor een aantal dagen een weg door Berlijn. Als geen andere stad in Europa heeft Berlijn een overvloed aan vervallen panden die letterlijk schreeuwen om nieuwe gebruikers en grote leegten die genoeg plaats hebben voor nieuwe eigentijdse bestemmingen. Berlijn is één groot experiment. Hier borrelt en gist het. Europa is in mineur, het achterland van Berlijn loopt leeg en de metropool Berlijn is in transitie. Het zijn met name ondernemende bewoners die met minimale middelen ruimte en context weten te vervlechten, waardoor nieuwe inhoud en ervaringen ontstaan en waarde aan de stad wordt toegevoegd.

 

Werk van Alias, Expo Dissidents, voormalig Stattbad Wedding

Het voormalige binnenzwembad van Wedding is nu een co-working space en bar annex expositieplek. OPEN WALLS Gallery opende er vrijdag 12 april haar expositie ‘Dissidents’, een expositie die inzoomt op urban art. Hier geen breedvoerige openingstoespraak van de galleriehouder terwijl bezoekers het obligate wijntje drinken, maar een korte uitleg voor elke bezoeker bij de entree wat waar te zien is en voor iedereen een stempel op de hand als bewijs van betaling. De dressing code is zwart en de gemiddelde galerie bezoeker 30 jaar.

 

Voormalig zwembad Stattbad Wedding

De sfeer is ontspannen, met een flesje bier in de hand slentert het publiek door de voormalige doucheruimten, kleedkamers, zwembad en over de publieke tribunes.  Het publiek is deels van niet-Duitse afkomst, we horen heel wat talen om ons heen en de Zweedse stagiaire van de Gallery praat ons bij over de ins en out van de expositie. Het aangeboden materiaal is indrukwekkend. Er worden mooie namen geëxposeerd, althans wel voor hen die thuis zien in Street Art. Toch schittert hier het gemiddelde publiek dat doorgaans een opening van een expositie bijwoont, door afwezigheid.

 

Co-work space in het voormalig binnenzwembad van Wedding

Het is niet de kwaliteit van het geëxposeerde materiaal, het is eerder de rauwe plek en het stadsdeel dat afschrikt. Onbekend maakt nog steeds onbemind. De plek staat nog niet op de lijstjes van ‘places to be’, hetgeen puur het gevolg is van de ligging. Als het Stattbad in Prenzlauerberg of Kreuzberg had gelegen, was deze locatie zondermeer opgenomen en wellicht zelfs met stip genomineerd. Voor het nu is deze plek daarmee (nog) voorbehouden aan de Berlijnse Yuki, de Young Urban Kreative International, immer op zoek naar sfeer en  context en de plekken die er toe doen.




Er zijn nog geen reacties
Wat we van de broncode van Berlijn kunnen leren
4 maart 2013

Iedereen die wel eens in Berlijn is geweest voelt dat in de stad een bijzondere sfeer hangt. Een speciale geestelijke ruimte die het mogelijk maakt vrij te denken te handelen, te leven, te ontdekken, een speciaal soort ruimtelijk welbevinden dan elders niet zo sterk als zodanig wordt ervaren.

Tamara Rookus, als onderzoekster aan het ARCCI verbonden, vroeg zich af wat Berlijn zo speciaal maakt en ging het afgelopen jaar op onderzoek naar de broncode van Berlijn. Afgelopen vrijdag presenteerde zij de bevindingen van haar onderzoek in – toepasselijker kan het bijna niet – het Apeldoornse ‘Klein Berlijn‘, een vrijplaats in het voor het overige toch enigszins monotome en behoudende Apeldoorn.

Rookus ging op reis naar Berlijn en nam onder andere mee: ‘Welcome to the experience economy‘ van Pine en Gilmore, ‘Het Manifest van de Ruimte‘ een pleidooi van de Arnhemmer Paul de Bruijn voor een radicaal ander cultuurbeleid waarbij hij o.a. verwijst naar de geestelijke ruimte van Berlijn en tot slot het boekje ‘Berlijn voor gevorderden, 8 Nederlanders over de ziel van hun stad’. Stuk voor stuk intrigerende werkjes.

Bron afbeelding P. de Bruijn

In de afbeelding hierboven de vier belevenis categorieën volgens Pine en Gillmore. Uit het onderzoek van Rookus kan worden geconcludeerd dat belevenissen in Berlijn zich met name in het kwadrant rechtsonder bevinden, op belevenissen die een escapistisch gevoel opleveren. En kijkend naar het model plaatst dat Berlijn in een bijzonder daglicht. De theorie van Pine en Gillmore gaat immers van een veel gelijkmatige verdeling uit. Berlijn is niet alleen een stad van belevenissen, de stad manifesteert zich daarnaast ook nog in een heel sterk tot de verbeelding sprekend kwadrant.

En wat maakt dat met name op escapisme wordt gescoord in Berlijn? Tamara Rookus concludeert daar daar bepaalde materiële zaken voor nodig zijn zoals relatief veel bestemmingloze ruimte (in Berlijn oneindig voorradig), een expeditie-element (je moet moeite doen de bestemming te bereiken), multidisciplinaire aanpak van het event, een extreme vorm (altijd anders dan het normale oftewel met verrassingselementen) en participatie (de bezoeker dient zelf meedoen).

Hoe kun je nu als gemeentebestuur of als stad iets meer van dat berlijngevoel in eigen omgeving doen ontstaan? Het onderzoek biedt een interessante kapstok. Zijn de materiële criteria voorhanden en/of valt daarop te sturen? Paul de Bruijn, ook aanwezig die avond, stelt dat de gemeente op het gebied van versoepelen van vergunningen heel veel kan betekenen en als je kijkt naar ondernemerschap, met name jonge ondernemers (dertig min) van belang zijn. Het is met name deze groep die uiterst creatief en inventief met nieuwe mogelijkheden en kansen weet om te gaan.

 

Klein Berlijn Apeldoorn

Als je als gemeente – ondanks de crisis – toch nog subsidies op events wilt afgeven, is de opsomming van Rookus een mooi handvat om de doelmatigheid van het event te toetsen, maar ook voor de riscioberekening van de ondernemers/organisatoren zelf; wat te doen of juist na te laten om een event met succes te introduceren. En als je dit soort pareltjes al in je stad heb, wees dan trots en schreeuw het van de daken.

Jongeren waren er wel, die avond in Apeldoorn. Heel verfrissend en verrassend overigens. Op discussie en presentatie-avonden laten juist jongeren zich niet zo vaak zien. Nu was deze avond ook met name via sociale media aangekondigd en dat maakt een verschil. Feitelijk is Klein Berlijn zelf een mooi voorbeeld van nieuwe geestelijke ruimte voor Apeldoorn. Het is immers de inhoud en de plek zelf waardoor er belevenis ontstaat.

 



  1. admin says:

    ads

De ondernemende particuliere verhuurder
5 september 2012

 

Het zal wel geen toeval zijn. Zowel Ruimtevolk als The Atlantic besteden op 4 september in een artikel aandacht aan verhuur van woonruimte door particulieren aan toeristen.

Verhuur door particulieren aan toeristen is hot. In The Atlantic snijdt de journalist Feargus O’Sullivan het probleem van gentrification in Berlijn aan. Hij voegt daar een nieuw gezichtspunt aan toe. De verdringing van de oorspronkelijke bewoners vindt in wijken als Prenzlauer Berg, Kreuzberg en Mitte niet alleen plaats door de beter gesitueerden, maar ook steeds meer door toeristen. Op zoek naar de ‘colour locale’ huren steeds meer toeristen via sites als Airbnb ruimte bij particulieren. De eigenaren van deze panden wonen lang niet altijd  zelf in het pand. Velen van hen bewonen de panden jaarlijks een paar maanden en verhuren voor de rest van het jaar de ruimte aan toeristen.

Verhuur voor een zeer korte periode aan toeristen wordt verkozen boven het inzetten van het pand voor ‘lange termijn verhuur’ in verband met de huurrechten die door de huurders kunnen worden afgedwongen. Deze nieuwe vorm van gentrification heeft er volgens O’Sullivan toe geleid dat in sommige woonblokken in Berlijn meer toeristen dan ‘full-time locals’ verblijven hetgeen leidt tot animositeit zowel tegen de klasse die in staat is dergelijke panden te verwerven als tegen de tijdelijke huurders, de nietsvermoedende toerist. Een graffiti als ‘No more roll-koffer! spreekt boekdelen. Dergelijke geluiden worden nog niet in Nederland gehoord. Het zal wellicht ook moeilijk zijn wijken aan te wijzen die momenteel en hot zijn als toeristische verblijfsplek en waar tevens op grote schaal gentrification plaatsvindt.

Berlijn. Foto Franziska Koark/dpa, gepubliceerd in ‘Die Zeit’ 

In het artikel in Ruimtevolk gaat Pieter Buisman in op de woonprosumer, de ondernemende consument die huurt en verhuurt. Door verhuur van kamers en appartementen via Airbnb hebben Amsterdammers reeds dertien miljoen euro verdiend, hetgeen voorspelbare verontwaardigde reacties heeft uitgelokt van zowel woningbouwcorporatie en hotelwezen.

En zoals Buisman mooi formuleert: “Natuurlijk willen wij – nette burgers – niet dat mensen een slaatje slaan uit woningen die met veel gemeenschapsgeld zijn gesubsidieerd. Een goedkope huur, een uitkering, huurtoeslag, zorgtoeslag en ondertussen geld verdienen aan de verhuur van een kamertje: dat gaat niet gebeuren. We preken zelfredzaamheid, maar dan wel graag binnen het systeem waarin we onszelf koesteren en opgesloten hebben. De wereld daarbuiten heeft echter zijn eigen dynamiek”.

Het ondernemerschap in Nederland is lang een vies woord geweest. We kennen inmiddels een leger aan ZZP-ers. Ondernemen is in. Mede mogelijk gemaakt door tools als internet en mobiele telefoon. Iedereen is zijn eigen ondernemer aan het worden. Dus waarom ook niet je huis als onderneming inzetten door verhuur aan studenten en toeristen? Of we willen of niet, we zullen wel moeten gaan dealen met deze nieuwe werkelijkheid. En waarom ook niet? Het is toch een prachtige gedachte dat we zelfredzaam worden door eigen ondernemerschap?

Over welke aantallen hebben we het eigenlijk? Airnbn laat voor Berlijn 6000 resultaten zien en voor Amsterdam 3000 (aantallen afgerond). In vergelijking met booking.com een van de grotere hotelsites: 870 hits voor Berlijn en 570 voor Amsterdam. Deze cijfers zijn een voorzichtige indicatie, ze bieden nog geen absoluut inzicht in het totaal aantal aanbieders per stad stad, de bezettingsgraad per nacht en het aantal kamers per aanbieder, dat in een hotel veel hoger zal liggen dan bij een particuliere aanbieder. Ook zullen particuliere verhuurders de ruimte niet altijd beschikbaar hebben voor gasten, aangezien de ruimte ook regelmatig wordt benut voor eigen woongenot. Dit in tegenstelling tot het hotelwezen dat in principe haar aanbod dagelijks beschikbaar stelt voor gasten. De cijfers laten echter wel zien dat het particuliere aanbod een serieuze concurrent aan het worden is voor het reguliere hotelwezen.




Er zijn nog geen reacties