Leefbaarheid tagged with 'Social Media'  

 
Tijdelijke wandwinkel TEMP. strijkt neer in coffee united Zwolle
15 februari 2013

Beleven en ervaren. Daar draait het steeds meer om in de binnenstad. De consument wil gemak en vermaak. Geen goedkoop vermaak, maar elegantie met een snufje high tech. Of helemaal back to the basics: lokale of unieke producten die kleinschalig worden aangeboden.

De leegstand rukt op, ook in de binnenstad. In een vandaag verschenen rapport van de ABN Amro wordt voorspeld dat de leegstand in 2020 zal zijn opgelopen tot 14% en dat ook de binnenstad daaraan niet zal ontsnappen. De onderzoekers van het rapport noemen de voorspelling nog aan de voorzichtige kant, met andere woorden, het percentage zal wel eens veel hoger kunnen komen te liggen.

Om te overleven zal de binnenstad en daarmee de detailhandel maar ook de horeca zich zelf opnieuw moeten gaan uitvinden. De gemeente is overigens ook aan zet. Op een aantal locaties zal tijdelijk herbestemmen of wonen weer mogelijk moeten worden gemaakt.

 

 

Nieuwe retailconcepten zullen steeds meer gangbaarder worden. Wat te denken van een fietsenzaak annex koffiebar. Je band wordt geplakt terwijl je zelf van een kopje koffie en een broodje geniet. Waarom niet? Of een  supermarkt waar in het bijzonder ouderen welkom zijn, gewoon door bepaalde producten op pakhoogte te plaatsen en vergrootglazen aan de winkelwagen te hangen. In Berlijn wordt er al positief mee geëxperimenteerd.

Of nog zo’n prachtige combinatie: Vandaag was ik te gast in coffee united bij de opening van de tijdelijke wandwinkel TEMP:  Een reizende wandkast van pakweg 7 meter lang en 1.5 meter hoog, een initiatief van Bart Jansen en Fabriekfanatiek. De wandwinkel is de komende drie maanden te gast bij coffee united en zal vervolgens verhuizen naar een andere horecagelegenheid in de binnenstad van Zwolle. Met in de wandwinkel prachtige en zeer betaalbare kunstobjecten vervaardigt door kunstenaars uit Zwolle. We hebben het hier feitelijk over een reizende pop up  in een langgerekte wandkast. Een prachtig concept met alleen maar winnaars. De site van TEMP. wordt nog gelanceerd, maar social media doet nu al haar werk. De eerste Facebook berichten worden al enthousiast rondgestuurd en de eerste producten zijn reeds verkocht.




Er zijn nog geen reacties
Street art voegt belevingswaarde toe aan de stad
10 januari 2013

 

Deze week las ik in over een initiatief in New York waar op grond van graffiti klachten door omwonenden, een interactieve kaart van graffiti spots wordt gecreëerd, waarbij de kaart als doel heeft, liefhebbers van graffiti gemakkelijk naar desbetreffende plekken te kunnen leiden. Om op grond van klachten een kaart op te stellen van graffiti spots lijkt mij geen goede keuze. Klagers, de naam zegt het al zullen alleen een signaal afgeven als ze het met de ontstane situatie niet eens zijn. De kans is klein dat op deze kaart spots zullen verschijnen van wijken waar graffiti juist wel wordt gewaardeerd.

Graffiti is overigens inmiddels veel meer dan een gestileerde veelal met een spuitbus aangebrachte handtekening wat nogal eens als lelijk, storend of als vandalisme wordt ervaren. De laatste jaren wordt street art, waarmee onder andere muurschilderingen worden aangeduid en welke kan worden opgevat als een deelstroming van graffiti, meer en meer door zowel overheid als omwonenden geapprecieerd. Daarnaast brengt street art horden fans op de been die systematisch spots afschuimen waar recent een nieuw werk is gesignaleerd.

 

Valencia, ericailcane

Neem in tegenstelling tot het initiatief uit New York de uiterst summier ogende website www.grafrank.com. Deze site is sinds 2012 online en geeft een schat aan informatie over graffiti gewaardeerd door personen met een Flickr account. Op Flickr geplaatste foto’s welke zijn voorzien van lokatie en duidelijk zijn getagt als street art of graffiti worden dagelijks door Grafrank gescand en opgeslagen. Uitgaande van het simpele aanname dat indien eigenaren van Flickr accounts besluiten de foto’s up te loaden, de werken ook wel de moeite waard moeten zijn, ontstaan er aldus enerzijds overzichten die per stad aangeven welke graffiti artiesten recent actief zijn geweest en anderzijds ‘heatmaps’,  die inzichtelijk maken waar een concentratie van werken kan worden aangetroffen.

Grafrank analyseert momenteel 30 steden, waaronder ook Amsterdam en Rotterdam waarbij van 12 steden uitgebreide analyses worden gemaakt. Londen is in de rankings van Grafrank momenteel de onbetwiste koning, gevolgd door Toronto en New York. De verschillen zijn groot. Waar in de ene stad het veelal om street art gaat, ligt bij andere steden nog meer het accent op graffiti. In Nederland staat street art feitelijk nog in de kinderschoenen.

 

Londen, East End, Roa

De openbare ruimte in steden is niet langer het domein van enkel wandelende volwassenen en spelende en rennende kinderen maar wordt meer en meer ook speelgrond voor (jong) volwassenen. Skaten, free running en BMX  zijn daar mooie voorbeelden van, maar ook street art ook. Street art is daarnaast ook een hele mooie aanvullingen op ruimtelijke opgaven. Op plekken waar monotonie dient te worden doorbroken of waar afbraak en transitie aan de orde van de dag is, kan street art door haar verrassende verschijningsvorm een negatieve spiraal doorbreken en letterlijk en figuurlijk weer kleur geven aan een wijk. East End in Londen is daarvan een heel mooi voorbeeld. Het knarst en schuurt er aan alle kanten maar door de alom aanwezige street art worden de rauwe plekken en de rafelige randjes niet alleen verzacht maar wordt het stadsdeel als verblijfsruimte ook naar een hoger niveau opgetild.

Voor liefhebbers die zich meer willen verdiepen in street art biedt de site van Complex al een paar jaar de ’50 greatest street artist right now’ aan. Dit overzicht laat goed zien wat street art voor impact kan hebben op de beleving van een stad. Verder biedt de site Unurth prachtige ‘listings’ aan, zowel op te vragen per stad als naar werken per kunstenaar. Nu is het wachten nog op een grootschalig streetartfestival in Nederland opdat we ook hier een fikse street art ‘bust’ gaan krijgen!




Er zijn nog geen reacties
Groot, groter, grootst heeft in Nederland afgedaan
31 december 2012

 

Welke geest waait er door de kranten in dit laatste weekend voor de jaarwisseling? Benieuwd waarmee de kwaliteitskranten in het laatste weekend van het jaar mee zouden komen kocht ik het afgelopen weekend in een opwelling zowel de Trouw, de NRC als ook de Volkskrant.

Groot, groter groots werkt niet meer. Econoom Wijffels bepleit in de Trouw sociale en ecologische vernieuwing. In zijn optiek is Den Haag verkeerd bezig indien ze teveel wil insteken op het herstel van het consumentenvertrouwen. Herstel van de koopkracht zal ons niet redden, de nieuwe economie zal zich moeten gaan richten op efficient gebruik van grondstoffen en hulpbronnen.

Om nog even in de economische hoek te blijven, de NRC wijdt het hoofdartikel aan een mislukt avontuur van SNS Reaal. Maar wie heeft er eigenlijk nog zin in een bankenverhaal? Hebben we daar onze buik niet vol van? In datzelfde NRC overigens een prachtig artikel over de kracht van familiebedrijven, het blijkt dat familiebedrijven alleen al in Nederland goed zijn voor 49% van de werkgelegenheid. Hebben we het hier wellicht over de stille kracht van de Nederlandse economie? Letterlijk en figuurlijk, want familiebedrijven treden niet zo vaak op de voorgrond volgens de steller van het artikel. Afgezien van het Havenbedrijf Rotterdam waar prachtige groeicijfers zijn bereikt inzake de goederenoverslag, verschijnen er in geen van de drie kranten ronkende verhalen over groeiende bedrijven.

We leven inmiddels in een digitale netwerksamenleving en virtueel en reëel gaan steeds meer samensmelten. In de Trouw een prachtig interview met IT filosoof Luciano Floridi. Mensen die vaardigheden hebben om met informatie (lees digitale data) om te gaan zullen de nieuwe elite gaan vormen. Hoezo zouden we individualistischer worden? Floridi ziet het individu als een knooppunt, een kruispunt van verbindingen. We zijn daarmee allemaal onderdeel van een netwerk dat samen opereert, een fluïde netwerk, dat wel, dat zich vormt en weer uit elkaar valt al gelang het onderwerp.

 

Aandacht voor stadslandbouw tijdens de Documenta 2012 

Wat vroeger een manier van leven was voor de alternatieven: consuminderen, duurzaam leven en biologisch eten, begint nu het denken van de massa te beinvloeden. We willen groene energie en burgers schuiven energiemaatschappijen die niet verantwoord willen handelen aan de kant. We eten groen, in de supermarkten kunnen we biologisch eten kopen, producten uit de eigen regio zijn bon-ton en we nemen begrippen als pop up restaurant, stadslandbouw en slow food steeds vaker in onze mond. We kleden ons ook groener en sommige producenten van faire kleding hebben geen schroom om daarbij de weg van de minste weerstand te kiezen, ze brengen hun producten aan de man via het grootwinkelbedrijf. Gelijk hebben ze, het is immers wel de snelste manier om het product en de boodschap over te brengen. We kopen toch ook biologisch vlees in supermarkten waar tegelijkertijd  plofkippen in de schappen liggen.

 

Plofkippen, designhuis Eindhoven

We hebben in Nederland de kunstenaar afgekat maar ondertussen zijn we allemaal wel een beetje creatiever geworden. Met behulp van digitale technieken knutselen en plakken we er heel wat op los. We schuiven op naar een beeldenmaatschappij. Je ziet het in de kranten waar veel meer beeldmateriaal dan ooit wordt geplaatst. Geld of geen geld, het zelf creëren is helemaal terug van weggeweest, naaien en breien is weer in en het fabriceren van je eigen producten in een Fablab is bijna al normaal. Indruk maken op je intieme vrienden met een groots uitgestalde muziekcollectie in de woonkamer is voorbij. We streamen tegenwoordig via Spotify en YouTube en delen onze smaak met social media vrienden.

Met elkaar worden we steeds socialer. In de Volkskrant een groot artikel over Helsinki social city. Hoe burgers door inzet van apps en social media een betere leefomgeving creeren en in diezelfde krant ook een klein maar intrigerend artikel over 24H, een initiatief waarin Amsterdammers in diverse wijken gedurende een etmaal hoogtepunten uit de wijk aan de buitenwacht laten zien, van balletstudio tot buurthuis en kaasmaker. We spelen on line games en afstanden bestaan niet meer. We chatten heel wat af zowel met vrienden ver weg als collega’s, klasgenoten en vrienden in de directe leefomgeving.

 

Fablab Polymer Science Park Zwolle

We hebben Europa en de Euro gekregen. Het loopt nog niet allemaal even soepel maar een allesoverheersend gevoel is dat we de boel wel bij elkaar moeten houden. We zijn ook op zoek naar de identiteit van onze natie en misschien juist wel door het opgaan in Europa komt het dat we ons burgerschap minder politiek en economisch kunnen onderbouwen en zoeken we het vooral in culturele en historische waarden. Het Nationaal Historisch Museum mocht dan door de crisis geen doorgang hebben kunnen vinden, we hebben een paar jaar geleden wel een verplicht historisch canon gekregen en het binnenkort te heropenen Rijksmuseum krijgt een stevige historische signatuur.

In de Volkskrant ook een mooi artikel over Heerlen en de teloorgang van de mijnindustrie en wat dat voor de lokale samenleving heeft betekent. Je ziet de laatste tijd steeds vaker verhalen over de mijnindustrie opduiken. Alsof nu we zelf als maatschappij in de misere zitten we ineens ons ook weer die verhalen herinneren en ons afvragen ‘hoe hebben ze het daar dan aangepakt’? Hoe gingen zij er mee om?

 

Voormalige CBS gebouw in het getergde Heerlen, gebouwd op de voormalige mijnen, binnenkort ingericht als proeftuin voor stadslandbouw

Geld is sinds het industriele tijdperk voor elk huishouden een noodzakelijk goed geworden om deel te nemen aan het economisch verkeer. Ruileconomie? Dat was toch iets voor het tijdperk van de jager en verzamelaar? Het afgelopen jaar verschenen in de internationale media steeds meer artikelen over de opkomst van de ruileconomie. Met name in het economisch getergde Spanje zijn verschillende lokale systemen opgezet en in de Volkskrant van dit weekend ook een groot artikel over lokale ruilsystemen in Nederland. Wellicht opgezet uit nood en ingegeven door de crisis, zou ruilen op den duur wel weer eens terug kunnen komen als een volwaardig ‘betaalartikel’. Waarom altijd alles met harde valuta willen en moeten belonen? Ik heb het de laatste twee decennia heel raar gevonden dat vrienden en familie zich steeds meer verplicht voelden elkaar met geld te belonen voor een gegunde dienst.

Als ik de kranten van dit weekend leest en op zoek gaat naar de rode draad realiseer ik me des temeer dat nog maar 10 jaar geleden in Nederland heel anders werd gedacht en geleefd en de berichtgeving in de kranten toen van een totaal andere orde was. Wat hield ons eigenlijk bezig in het laatste weekend van 2002? Uit de digitale archieven van de drie kranten vis ik wat flarden op: We moeten nog wennen aan het betalen met de euro, de munt is nog maar net ingevoerd. We hebben het over de ‘poenschoen’, zoals de nieuwbouw van de ING werd genoemd. Er is nog sprake van schaarste op de huizenmarkt en we krijgen een wettelijke drie daagse bescherming tegen het te snel onder druk van de markt kopen van een huis. Het geloof dat er echt en groene maatschappij gaat komen lijkt een sprookje, grote bedrijven die groen in het vaandel voeren vinden we eigenlijk maar verdacht. Internet wordt als handig gereedschap gezien, meer nog niet en we constateren dat de opkomst van internet en mobiele telefonie ons een paar nieuwe woorden heeft gebracht.

Terug naar de overvloed van 2002? Nee dank je wel. Ondanks de crisis en de werkloosheid die ook mijn sector keihard heeft getroffen kies ik voor de geest die eindejaars 2012 door Nederland waait.




Er zijn nog geen reacties