Leefbaarheid tagged with 'Innovatie'  

 
TEDx Zwolle, inspiratie en optimisme
12 maart 2013

Vandaag werd een TEDx event in Zwolle georganiseerd. Natuurlijk kun je TED talks ook op een viewing party bekijken of achteraf, via het internet, maar een face to face contact met de pitchers op het podium geeft zoveel meer extra ervaring. Het was ook de schaal van het event – we zaten in de knusse en intieme theaterzaal van het Deltion college – waardoor het zowel tussen de talks door als achteraf, ook goed mogelijk was met de sprekers in contact te komen.

Veertien sprekers, verdeeld in drie blokken, onmogelijk om in 1 blog te verslaan, maar de teneur, de rode draad moet lukken. Het eerste blok had het thema environment. Opvallend was het woord fragiel. Het kwam zowel terug in de talk van Andre Kuipers als Thomas Rau. Andre Kuipers bezag de aarde vanaf een afstand en zag hoe fragiel ze was en Thomas Rau bekijkt de aarde vanuit een kringloopgedachte en nam ook het woord fragiel in de mond: Energie en menselijke power hebben we voldoende, maar bepaalde grondstoffen niet.

Zijn concept van ‘performance’ is intrigerend, simpel gezegd zijn we geïnteresseerd in de dienst die een product verleend, bijvoorbeeld dat onze was schoon wordt of dat we mobiel kunnen bellen. Dat zoiets dergelijks is verpakt in de vorm van een wasmachine of een mobiele telefoon, dat is een afgeleide zaak en daar zit de crux in het betoog van Rau: De fysieke manifestatie van het product zit vol met kostbare grondstoffen, scheep daar de consument niet mee op – die gooit het daarna weg – maar verkoop enkel de performance en geef het fysieke omhulsel aan de consument tijdelijk in bruikleen. Daarmee is de producent en niet de consument verantwoordelijk voor de recycling en gaan geen kostbare grondstoffen verloren.

 

 Maria Westerbos

Hoe asociaal de menselijke consument alles zo maar weggooit en/of klakkeloos consumeert bleek ook uit de talk van Maria Westerbos over de Plastic Soup. Natuurlijk hebben we allemaal gehoord van de gigantische hoeveelheden plastic die als massale kluwens in de oceaan drijven. Maar naar de talk van Westerbos zit het probleem heel urgent tussen de oren. We hebben met elkaar een megaprobleem gecreëerd en de technieken zijn nog niet voorhanden om dit probleem eventjes op te lossen. Ondertussen leven we in een plastic maatschappij en kunnen we ook niet meer zonder. Westerbos vertelde over een gemiddelde consumptie van 70 kilo plastic per aardbewoner per jaar! Dat is schrikken. Momenteel zijn er foute en goede plastics in de omloop. Maar zijn we in de winkel al wel in staat als consument goede en foute verpakkingsmaterialen te herkennen? Ik zou wel een plastic keurmerk label willen hebben. Dan weet je tenminste wat je koopt.

In de tweede serie talks stond ICT centraal. Met een fantastisch pleidooi van Ton Zijlstra voor Open Data. Door data en daarmee kennis te delen kunnen we vanaf een ander perspectief naar de zaken kijken en mede daardoor veel eerder innoveren. We leven in netwerken, open data geven de leden van het netwerk ook de mogelijkheid zelf bepaalde zaken aan te pakken en op te lossen. De metafoor van de mier die Zijlstra aanhaalde is wel een heel treffend. Je wilt toch niet temidden van een kluwen van medemieren leven en je ding doen zonder vragen te stellen? Don’t become an ant!

Heather Schlegel heeft onderzoek gedaan naar veranderde wijzen van betaling mede mogelijk gemaakt door de digitale netwerken waarin we leven. De vraag die zij stelt is intrigerend: in hoeverre het huidige betaalsysteem als dominant systeem kan en zal worden gehandhaafd. Reguliere valuta kunnen worden vervangen door plaatselijke valuta, we gaan ook steeds meer goederen en diensten ruilen zonder dat er geld aan te pas komt en via het internet en social media bevelen we producten, diensten en mensen aan, feitelijk een gunfactor die waarde creëert zonder dat er geld aan te pas is gekomen. Maar ook door data openbaar te maken en te delen creëren we extra waarde en daarmee versterkten de talks van Ton Zijlstra en Heather Schlegel elkaar direct.

 

Hendrik Blokhuis

In het derde blok stond productie centraal. Peter Phleps, futuroloog bij het IFMO legde een interessante case voor. Stel dat we straks auto’s hebben die we niet meer zelf hoeven te besturen. Wat een impact dat zal hebben op de samenleving: Niet alleen kan iedereen dan blijven rijden tot op hoge leeftijd, we zullen minder ongelukken krijgen waardoor de kosten voor de zorg omlaag gaan en we hoeven geen kostbare ruimte aan te wenden voor  parkeerplaatsen in de binnenstad. We stappen immers uit en de auto zoekt zich zelf wel een parkeerplaats verderop. Maar de nadelen zijn er ook: meer auto’s, meer congestie en meer kilometers file. Het is maar vanuit welk perspectief je naar deze optie kijkt en al dan niet blij van kan worden. Wellicht worden het wel ‘cars on demand’? Een soort taxi’s die we digitaal bestellen en delen met anderen die ook dezelfde kant op moeten? Hoe dan ook, dergelijke ontwikkelingen zullen een enorme inpact hebben op stedelijke inrichting, verkeer- en vervoersstromen en krimpvraagstukken.

Kijkende naar productie en datasharing, kon natuurlijk ook niet het Fablab ontbreken. Tomaz Diez van het Fablab Barcelona vertelde aanwezigen over de impact van datasharing op productieketens en afval en over de stad als Open Lab: via een keten van gespecialiseerde fablabs wordt kennis gedeeld en produceert de stad wat ze  zelf nodig heeft, niets meer en niets minder.

Barelona kent relatief veel Fablabs, meer dan welke andere stad in Europa en daar zie je dat alles in elkaar grijpt en dat we feitelijk om ons heen de proeftuinen van de nieuwe samenleving al zien verschijnen: In eerste instantie gedreven door de economische crisis, zijn met name in Barcelona heel veel alternatieve valuta en ruildienst systemen opgezet. Het is dan ook heel bijzonder van Tomaz Diez te vernemen dat het ook Barcelona is, waar het gedachtengoed van het Fablab zo aanslaat. Dankzij nieuwe technieken, datasharing en veranderende kijk op transactiestromen zijn gemeenschappen in staat toegevoegde waarde te creëren en zo voor zich zelf een nieuwe en betere toekomst te creëren.

 




Er zijn nog geen reacties
Wat we van de broncode van Berlijn kunnen leren
4 maart 2013

Iedereen die wel eens in Berlijn is geweest voelt dat in de stad een bijzondere sfeer hangt. Een speciale geestelijke ruimte die het mogelijk maakt vrij te denken te handelen, te leven, te ontdekken, een speciaal soort ruimtelijk welbevinden dan elders niet zo sterk als zodanig wordt ervaren.

Tamara Rookus, als onderzoekster aan het ARCCI verbonden, vroeg zich af wat Berlijn zo speciaal maakt en ging het afgelopen jaar op onderzoek naar de broncode van Berlijn. Afgelopen vrijdag presenteerde zij de bevindingen van haar onderzoek in – toepasselijker kan het bijna niet – het Apeldoornse ‘Klein Berlijn‘, een vrijplaats in het voor het overige toch enigszins monotome en behoudende Apeldoorn.

Rookus ging op reis naar Berlijn en nam onder andere mee: ‘Welcome to the experience economy‘ van Pine en Gilmore, ‘Het Manifest van de Ruimte‘ een pleidooi van de Arnhemmer Paul de Bruijn voor een radicaal ander cultuurbeleid waarbij hij o.a. verwijst naar de geestelijke ruimte van Berlijn en tot slot het boekje ‘Berlijn voor gevorderden, 8 Nederlanders over de ziel van hun stad’. Stuk voor stuk intrigerende werkjes.

Bron afbeelding P. de Bruijn

In de afbeelding hierboven de vier belevenis categorieën volgens Pine en Gillmore. Uit het onderzoek van Rookus kan worden geconcludeerd dat belevenissen in Berlijn zich met name in het kwadrant rechtsonder bevinden, op belevenissen die een escapistisch gevoel opleveren. En kijkend naar het model plaatst dat Berlijn in een bijzonder daglicht. De theorie van Pine en Gillmore gaat immers van een veel gelijkmatige verdeling uit. Berlijn is niet alleen een stad van belevenissen, de stad manifesteert zich daarnaast ook nog in een heel sterk tot de verbeelding sprekend kwadrant.

En wat maakt dat met name op escapisme wordt gescoord in Berlijn? Tamara Rookus concludeert daar daar bepaalde materiële zaken voor nodig zijn zoals relatief veel bestemmingloze ruimte (in Berlijn oneindig voorradig), een expeditie-element (je moet moeite doen de bestemming te bereiken), multidisciplinaire aanpak van het event, een extreme vorm (altijd anders dan het normale oftewel met verrassingselementen) en participatie (de bezoeker dient zelf meedoen).

Hoe kun je nu als gemeentebestuur of als stad iets meer van dat berlijngevoel in eigen omgeving doen ontstaan? Het onderzoek biedt een interessante kapstok. Zijn de materiële criteria voorhanden en/of valt daarop te sturen? Paul de Bruijn, ook aanwezig die avond, stelt dat de gemeente op het gebied van versoepelen van vergunningen heel veel kan betekenen en als je kijkt naar ondernemerschap, met name jonge ondernemers (dertig min) van belang zijn. Het is met name deze groep die uiterst creatief en inventief met nieuwe mogelijkheden en kansen weet om te gaan.

 

Klein Berlijn Apeldoorn

Als je als gemeente – ondanks de crisis – toch nog subsidies op events wilt afgeven, is de opsomming van Rookus een mooi handvat om de doelmatigheid van het event te toetsen, maar ook voor de riscioberekening van de ondernemers/organisatoren zelf; wat te doen of juist na te laten om een event met succes te introduceren. En als je dit soort pareltjes al in je stad heb, wees dan trots en schreeuw het van de daken.

Jongeren waren er wel, die avond in Apeldoorn. Heel verfrissend en verrassend overigens. Op discussie en presentatie-avonden laten juist jongeren zich niet zo vaak zien. Nu was deze avond ook met name via sociale media aangekondigd en dat maakt een verschil. Feitelijk is Klein Berlijn zelf een mooi voorbeeld van nieuwe geestelijke ruimte voor Apeldoorn. Het is immers de inhoud en de plek zelf waardoor er belevenis ontstaat.

 



  1. admin says:

    ads

De toekomst van de bibliotheek
26 februari 2013

 

Wie er een beetje op let komt overal in het nieuws ‘slecht weer berichten’ tegen over de bibliotheek. In de jaren 70 van de vorige eeuw werd het bibliotheeklandschap in Nederland voltooid. Nagenoeg elk dorp kreeg zijn eigen vestiging. Anno 2013 en inmiddels anderhalf generatie verder in de tijd, zijn bibliotheken in kleine dorpen veelal weer gesloten. In de komende 2 jaar krijgt volgens een studie van het SIOB meer dan 80% van de bibliotheken met bezuinigingen te maken.

Het was ook wel een beetje een luxe, dat bijna iedereen in de directe woonomgeving toegang had tot een bibliotheek. Maar daar staat tegenover dat we in die jaren ook nog geen internet hadden. Voor een beetje kennis was je ook afhankelijk van de bibliotheek.

Gemeentelijke bezuinigingen, digitalisering van de samenleving en vergrijzing van het ledenbestand zijn de huidige boosdoeners. Ondertussen heeft de bibliotheek ook nog een stoffig imago gekregen.

 

 

Vandaag kopte de krant dat de bieb commercieel gaat worden. In de gemeente Waterland wordt het beheer van de Bibliotheek uitbesteed aan Karmac Bibliotheek Service. Maar hoezo commercieel? De nieuwe uitbater krijgt van de gemeente jaarlijks 180.000 euro voor beheer en boekenuitleen.

Dat de traditionele bibliotheek als uitleenplaats voor boeken, tijdschriften en geluidsdragers zijn langste tijd heeft gehad, dat is duidelijk. De doorontwikkeling naar een digitale bibliotheek waar je op elk moment en vanaf elke plek kan inloggen om (digitale) werken te lenen, ligt voor de hand. Maar willen we ook zo ver gaan dat we de bibliotheek als fysieke ontmoetings- en verzamelplaats van kennis willen afschaffen? Ik denk het niet.

Vorige week stond in de Atlantic Cities een pleidooi voor de bibliotheek annex start-up incubator. In de staat Arizona wordt de komende maanden een pilot gestart. In Nederland schieten flexplekken en co-working places tegenwoordig ook als paddestoelen uit de grond. Iedereen die een beetje ruimte overheeft – en wie heeft dat niet door de crisis – overweegt de leegstaande ruimte te verhuren als flexibele werkruimte.

 

 

Maar flexibele werkruimte zonder de juiste voorzieningen schiet het doel voorbij. Ondernemers kiezen juist voor een flex werkplek om de bijbehorende voorzieningen en het contact ter plekke met de andere flex-werkers. Gelukkig heeft op dit punt de bibliotheek daadwerkelijk iets te bieden. Wifi, computers, voldoende werkruimte en een prachtige kranten en tijdschriften hoek. Als dan ook specifiek naslagwerk voor ondernemers,  denk daarbij aan materiaal van de Kamer van Koophandel, de belastingdienst en innovatieadviseurs zoals Syntens en Agentschap.NL voorhanden zou zijn, begint een samenwerking tussen een incubator en een bibliotheek behoorlijk interessant te worden.

Wat dan wellicht nog ontbreekt is goede catering en een prachtige plek om te relaxen. Het gaat om sfeer. Ook op de werkplek. Goede catering hoeft overigens niet duur te zijn. Wat dat betreft valt er misschien nog veel te leren van de engelse musea. Die zijn veelal gratis, wat al erg interessant is, maar ze trekken in Londen ook nog massa’s mensen.

In de Londense City loopt het kantoorpersoneel in de pauze en na het werk regelmatig een museum binnen om een snufje kunst mee te pakken, een hapje te eten en te genieten van de ambiance. Deze aangename drukte van werkenden, omwonenden en toeristen maken de Londense musea tot aangename publieke verblijfsplekken. Bibliotheken zouden wat dat betreft ook veel meer als centrale plek ontmoeting en verblijfsplek in de binnenstad kunnen dienen. Het juk van het fort van stilte en studie moet dan wel grotendeels worden afgegooid en er zal ruime sfeervolle publieke verblijfsruimte moeten worden toegevoegd om een nieuw publiek te bereiken en te verbinden.

 




Er zijn nog geen reacties