Leefbaarheid tagged with 'Berlijn'  

 
Het Ruhrgebied is een speeltuin voor kunst- en stadsliefhebbers
25 juni 2013

 

Afgelopen vrijdag bezochten we met de GSRO (Gelderse Studiekring Ruimtelijke Ordening) het Ruhrgebied. Het verbaast me altijd weer opnieuw dat dit gebied voor velen een nog zo onbekend gebied is. Berlijn, ja die stad staat wel op ieders mental map en als je zegt dat je een lang weekend naar Berlijn gaat, klinkt dat eenieder heel plausibel in de oren, maar zodra je aangeeft dat je een weekend naar het Ruhrgebied gaat, lijkt het wel alsof je je moet verdedigen.

Het is juist het rauwe van dit gebied, het doorleefde en weer opgepoetste, in combinatie met een aantal bewust aangebrachte grootstedelijke cultuuraccenten waardoor dit gebied juist heel aantrekkelijk is. Het is wel een beetje vergelijkbaar met de tragische schoonheid van Berlijn. Beiden gebieden kennen verlaten bedrijventerreinen, met dat verschil dat de industrie Berlijn na 1945 de rug toekeerde en Berlijn sindsdien is opgesierd met leegstaande vooroorlogse industriële architectuur terwijl de industriële en mijnbouwgeschiedenis van het Ruhrgebied nog tot in de jaren 80 van de vorige eeuw zijn beslag had, met als gevolg dat het gebied nadat de mijnbouw en de staalindustrie ter ziele ging, werd opgescheept met een grote hoeveelheid verlaten terreinen, zwaar vervuild en grotendeels bedekt met aftandse naoorlogse opstal, maar gelukkig – voorzover in WOII niet gebombardeerd – ook doorspekt met resten van vooroorlogse industriële architectuur.

 

Landschapspark Duisburg Nord

Een aantal decennia geleden was het ook geen pretje het Ruhrgebied te bezoeken. Rokende schoorstenen, grauwe huizen, geschonden steden door de oorlog van hun stadshart beroofd, saai en duf herbouwd en een zwaar vervuilde natuur. Het is een beeld dat velen ooit hebben gezien op doorreis naar het zonnige zuiden en nooit meer van hun netvlies hebben kunnen poetsen. Maar de tijden zijn veranderd.

Het Ruhrgebied anno nu is een speeltuin voor kunstliefhebbers en stadsgekken. Maar ook voor natuurliefhebbers, de natuur neemt terug wat is afgehaald waardoor niet alleen de bebouwde omgeving maar ook de directe omgeving van het riviertje de Ruhr, de naamgever van het gebied en de talrijke kanalen die het gebied doorsnijden, zijn doorspekt van tragieke schoonheid.

Aan een collega van de GSRO en mij de eer om de excursie van afgelopen vrijdag voor te mogen bereiden. Het was niet gemakkelijk een keuze te maken waar naar toe en met wie allemaal in gesprek. GSRO-ers zijn per slot van rekening bijna allemaal stadsgekken en velen van ons komen graag en regelmatig in het Ruhrgebied. Wat is dan wijsheid? Het gebied is feitelijk een grote snoeppot met teveel snoepjes erin en dan is moeilijk kiezen.

 

Innerhafen Duisburg

We besloten een tipje van het gebied te pakken en alleen een klein stukje van Essen en Duisburg op het programma te zetten en nog bleek de tijd veel te kort. We hadden tijd om een lezing en een korte busexcursie door Essen bij te wonen, verzorgd door vakcollega’s van het Regionalverband Ruhr en tijd om een tweetal lezingen in Duisburg bij te wonen, over de toekomstplannen van de stad en in het bijzonder die van de Innenhafen. Vervolgens hadden we nog een klein beetje tijd voor een korte excursie naar het terrein van de Zeche Zollverein (Unesco erfgoed), het Landschapspark Duisburg Nord, onderdeel van een lint van cultuur en industrieel erfgoed dat het Ruhrgebied van West naar Oost aaneensmeedt en het geschonden stadshart van Duisburg en de opgeknapte Innenhafen te bezoeken. Kortom, een heel vol programma!

Aan kunsttempels zijn we al helemaal niet toegekomen. In Essen was er geen tijd om het prachtige Museum Folkwang te bezoeken, de no 1 trekker van ‘Ruhrgebied, culturele hoofdstad 2010’ en in Duisburg kwamen we al helemaal niet toe aan een van de grootste museums in Europa op het gebied van hedendaagse beeldhouwkunst het Lehmbruckmuseum, laat staan dat we tijd hadden voor bijzondere tentoonstellingen en galerieën verstopt in de rafelige randjes van het gebied, plaatsen waar ik juist ook heel graag kom en die wederom een vergelijk met Berlijn rechtvaardigen. Of de door Christo ingepakte Gasometer in Oberhausen, en dat terwijl we daar zo goed als langs kwamen.

Om de kracht van het gebied nog even in beeld te brengen: de metropool Ruhr is goed voor pakweg 5 miljoen mensen, ter vergelijk in Berlijn wonen 3,5 miljoen personen en de Ruhr-Rijn regio (inclusief Dusseldorf en Keulen) zelfs 10 miljoen mensen. Kortom er ligt een speeltuin voor kunst en stadsliefhebbers op 1 a 2 uur rijden vanaf de Nederlandse grens. Je bent wel gek als je dit gebied links laat liggen en neem de tijd, in een weekend is nog maar een tipje van de sluier opgelicht.

 




Er zijn nog geen reacties
Stattbad Wedding, expo en co-working space
13 april 2013

 

Verstopt in de Berlijnse wijk Wedding ligt het voormalige Stattbad. Goed bereikbaar met de S-bahn, maar ver weg van de gebaande paden voor toeristen en ook voor vele Berlijnse ingezetenen. De wijk is relatief arm, gentrification heeft (nog) niet toegeslagen.

Op zoek naar nieuwe initiatieven gerealiseerd in leegstaande gebouwen banen we ons voor een aantal dagen een weg door Berlijn. Als geen andere stad in Europa heeft Berlijn een overvloed aan vervallen panden die letterlijk schreeuwen om nieuwe gebruikers en grote leegten die genoeg plaats hebben voor nieuwe eigentijdse bestemmingen. Berlijn is één groot experiment. Hier borrelt en gist het. Europa is in mineur, het achterland van Berlijn loopt leeg en de metropool Berlijn is in transitie. Het zijn met name ondernemende bewoners die met minimale middelen ruimte en context weten te vervlechten, waardoor nieuwe inhoud en ervaringen ontstaan en waarde aan de stad wordt toegevoegd.

 

Werk van Alias, Expo Dissidents, voormalig Stattbad Wedding

Het voormalige binnenzwembad van Wedding is nu een co-working space en bar annex expositieplek. OPEN WALLS Gallery opende er vrijdag 12 april haar expositie ‘Dissidents’, een expositie die inzoomt op urban art. Hier geen breedvoerige openingstoespraak van de galleriehouder terwijl bezoekers het obligate wijntje drinken, maar een korte uitleg voor elke bezoeker bij de entree wat waar te zien is en voor iedereen een stempel op de hand als bewijs van betaling. De dressing code is zwart en de gemiddelde galerie bezoeker 30 jaar.

 

Voormalig zwembad Stattbad Wedding

De sfeer is ontspannen, met een flesje bier in de hand slentert het publiek door de voormalige doucheruimten, kleedkamers, zwembad en over de publieke tribunes.  Het publiek is deels van niet-Duitse afkomst, we horen heel wat talen om ons heen en de Zweedse stagiaire van de Gallery praat ons bij over de ins en out van de expositie. Het aangeboden materiaal is indrukwekkend. Er worden mooie namen geëxposeerd, althans wel voor hen die thuis zien in Street Art. Toch schittert hier het gemiddelde publiek dat doorgaans een opening van een expositie bijwoont, door afwezigheid.

 

Co-work space in het voormalig binnenzwembad van Wedding

Het is niet de kwaliteit van het geëxposeerde materiaal, het is eerder de rauwe plek en het stadsdeel dat afschrikt. Onbekend maakt nog steeds onbemind. De plek staat nog niet op de lijstjes van ‘places to be’, hetgeen puur het gevolg is van de ligging. Als het Stattbad in Prenzlauerberg of Kreuzberg had gelegen, was deze locatie zondermeer opgenomen en wellicht zelfs met stip genomineerd. Voor het nu is deze plek daarmee (nog) voorbehouden aan de Berlijnse Yuki, de Young Urban Kreative International, immer op zoek naar sfeer en  context en de plekken die er toe doen.




Er zijn nog geen reacties
Wat we van de broncode van Berlijn kunnen leren
4 maart 2013

Iedereen die wel eens in Berlijn is geweest voelt dat in de stad een bijzondere sfeer hangt. Een speciale geestelijke ruimte die het mogelijk maakt vrij te denken te handelen, te leven, te ontdekken, een speciaal soort ruimtelijk welbevinden dan elders niet zo sterk als zodanig wordt ervaren.

Tamara Rookus, als onderzoekster aan het ARCCI verbonden, vroeg zich af wat Berlijn zo speciaal maakt en ging het afgelopen jaar op onderzoek naar de broncode van Berlijn. Afgelopen vrijdag presenteerde zij de bevindingen van haar onderzoek in – toepasselijker kan het bijna niet – het Apeldoornse ‘Klein Berlijn‘, een vrijplaats in het voor het overige toch enigszins monotome en behoudende Apeldoorn.

Rookus ging op reis naar Berlijn en nam onder andere mee: ‘Welcome to the experience economy‘ van Pine en Gilmore, ‘Het Manifest van de Ruimte‘ een pleidooi van de Arnhemmer Paul de Bruijn voor een radicaal ander cultuurbeleid waarbij hij o.a. verwijst naar de geestelijke ruimte van Berlijn en tot slot het boekje ‘Berlijn voor gevorderden, 8 Nederlanders over de ziel van hun stad’. Stuk voor stuk intrigerende werkjes.

Bron afbeelding P. de Bruijn

In de afbeelding hierboven de vier belevenis categorieën volgens Pine en Gillmore. Uit het onderzoek van Rookus kan worden geconcludeerd dat belevenissen in Berlijn zich met name in het kwadrant rechtsonder bevinden, op belevenissen die een escapistisch gevoel opleveren. En kijkend naar het model plaatst dat Berlijn in een bijzonder daglicht. De theorie van Pine en Gillmore gaat immers van een veel gelijkmatige verdeling uit. Berlijn is niet alleen een stad van belevenissen, de stad manifesteert zich daarnaast ook nog in een heel sterk tot de verbeelding sprekend kwadrant.

En wat maakt dat met name op escapisme wordt gescoord in Berlijn? Tamara Rookus concludeert daar daar bepaalde materiële zaken voor nodig zijn zoals relatief veel bestemmingloze ruimte (in Berlijn oneindig voorradig), een expeditie-element (je moet moeite doen de bestemming te bereiken), multidisciplinaire aanpak van het event, een extreme vorm (altijd anders dan het normale oftewel met verrassingselementen) en participatie (de bezoeker dient zelf meedoen).

Hoe kun je nu als gemeentebestuur of als stad iets meer van dat berlijngevoel in eigen omgeving doen ontstaan? Het onderzoek biedt een interessante kapstok. Zijn de materiële criteria voorhanden en/of valt daarop te sturen? Paul de Bruijn, ook aanwezig die avond, stelt dat de gemeente op het gebied van versoepelen van vergunningen heel veel kan betekenen en als je kijkt naar ondernemerschap, met name jonge ondernemers (dertig min) van belang zijn. Het is met name deze groep die uiterst creatief en inventief met nieuwe mogelijkheden en kansen weet om te gaan.

 

Klein Berlijn Apeldoorn

Als je als gemeente – ondanks de crisis – toch nog subsidies op events wilt afgeven, is de opsomming van Rookus een mooi handvat om de doelmatigheid van het event te toetsen, maar ook voor de riscioberekening van de ondernemers/organisatoren zelf; wat te doen of juist na te laten om een event met succes te introduceren. En als je dit soort pareltjes al in je stad heb, wees dan trots en schreeuw het van de daken.

Jongeren waren er wel, die avond in Apeldoorn. Heel verfrissend en verrassend overigens. Op discussie en presentatie-avonden laten juist jongeren zich niet zo vaak zien. Nu was deze avond ook met name via sociale media aangekondigd en dat maakt een verschil. Feitelijk is Klein Berlijn zelf een mooi voorbeeld van nieuwe geestelijke ruimte voor Apeldoorn. Het is immers de inhoud en de plek zelf waardoor er belevenis ontstaat.

 



  1. admin says:

    ads