Leefbaarheid tagged with 'Arnhem'  

 
Op zoek naar Nieuw Kapitaal
24 november 2013

Afgelopen donderdag zaten we met ruim 300 man in de Eusebius kerk in Arnhem. Een congres van Ruimtevolk waarin sprekers en bezoekers met elkaar op zoek gingen naar ‘Nieuw Kapitaal’. Niet zozeer kapitaal in de zin van geld, maar verbintenissen en allianties waardoor we in staat zijn maatschappij en ruimte zodanig vorm te geven opdat welzijn en welvaart zijn geborgd. Vooral het verhaal van Marleen Stikker, een van de keynote sprekers, triggerde mij bijzonder: We zijn niet alleen vervreemd van het internet, maar ook van de producten om ons heen.

Stikker legde de vinger op een zere plek die veel dieper gaat dan op voorhand lijkt: ‘Fixing the internet’. Overheden en bedrijven gluren. Het maakt pijnlijk duidelijk dat we geen eigenaar zijn en geen controle hebben op wat er gebeurd. Maar hoe we het eigenaarschap kunnen verwerven en zelf kunnen bepalen wat er gebeurd, die antwoorden hebben we nog niet. Met dat probleem aankaartend, maakte ze een gedachtensprong van de digitale wereld naar de producten waarmee we ons hebben omringd: Zijn we uberhaupt ook wel in staat de fysieke producten om ons heen te repareren of zelf te maken? Stikkers liet een leus zien: ‘If you can’t open it, you don’t own it’. En daar ligt de crux, we hebben het eigenaarschap van veel zaken die ons omringen weggegeven. Maar aan wie eigenlijk?

 

 

Bij ons thuis stond de keukentafel regelmatig vol met kleine huishoudelijke apparaten en bakjes vol met schroeven en kleine onderdelen ‘gerecyceld’ uit andere kapotte apparaten. De apparaten werden uit alle hoeken aangedragen want ik had een handige vader en noaberschap stond hoog in het vaandel, zaken werden zoveel mogelijk onderling opgelost. De ergenis van mijn vader groeide echter met de tijd. In eerste instantie omdat er steeds meer high tech in die apparaten werd verwerkt, waardoor hij ze niet meer zelf kon repareren en in tweede instantie, en dat irriteerde hem nog meer, waren de apparaten niet te openen zonder ze feitelijk te beschadigen. Ze werden blijkbaar min of meer gebouwd voor eenmalig gebruik. Het was niet een achterstand in kennis, wat hem parten speelde, of weerstand tegen het nieuwe – in ons huis werden altijd de nieuwste technische snufjes toegepast – het was een irritatie die te maken had met de beheersing van het product – lees vervreemding – en de eerste tekenen van een consumptiemaatschappij die manifester werd: duurzaamheid was niet langer een leidend motief.

Vervreemding werd onderdeel van onze cultuur. Natuurlijk waren er velen met vragen. Maar het antwoord was – al dan niet hardop uitgesproken – ‘zo gaat dat nu een keer bij ons’. Tijdens mijn studie sociale geografie was de ontwikkeling van het vastgoed en de kantorenmarkt onderdeel van het programma. Er haperde iets in de redenering die we kregen aangeboden. Vooral als je het in de tijd doortrok en er cijfers op los liet die onze economie produceerde. Ik zie de docent nog worstelend voor de collegezaal staan. Er werd ons leerstof aangeboden die niet te rijmen viel. Natuurlijk hadden we kritische vragen en natuurlijk werden die eerlijk beantwoord maar het totaal gaf een ontevreden gevoel. We doen dus blijkbaar als maatschappij iets dat niet klopt, we kunnen het niet tegenhouden en we moeten wachten tot de bubble klapt, dat was feitelijk de boodschap. Het liet een sluimerend gevoel van onvrede achter.

 

Raadskapel Eusebiuskerk Arnhem

Het lijkt wel alsof er sprake is geweest van een collectieve brainwash. De parallel met de vermeende ondergang van de leefgemeenschap op het Paaseiland is niet ver; ‘we hakken de laatste boom om, want zo doen wij dat nu een keer in onze cultuur’. We bewogen ons als westers collectief een richting op die veel waanzinnige elementen bevatte, maar als totaal hadden we er geen grip meer op. Ik schijf hier ‘bewogen’, alsof we reeds tot inkeer zijn gekomen. Dat zijn we nog niet. Maar we zijn niet langer volledig blind en er komt verzet tegen wat jaren lang als ‘normaal’ is beschouwd.

We hebben bovenal inzicht nodig om tot oplossingen te komen. Goede inzichten zijn ook ons nieuw kapitaal. Het mooie aan het congres van afgelopen donderdag waren de talrijke inzichten die werden aangeboden. Zo’n congres smaakt naar meer. Maar hebben we het probleem snel opgelost? Nee dat niet, we hebben er volgens mij minimaal twee generaties over gedaan om ons in deze toestand van vervreemding te begeven, het zal ook wel eens twee generaties kunnen duren om ons zelf weer te bevrijden.

 




Er zijn nog geen reacties
Week van de smaak, de plastic verpakking voorbij
1 oktober 2012

 

Afgelopen zaterdag is in Nederland de Week van de Smaak begonnen. Een week lang staan op honderden locaties lekker, puur en eerlijk eten uit met name het eigen achterland centraal. In Arnhem bijvoorbeeld werd dat zondag uitgebreid gevierd met een groots opgezet Smaakfestijn. Een veertigtal boeren, tuinders, wijnboeren, bakkers en kleinschalige voedselproducenten, hoofdzakelijk afkomstig uit Gelderland presenteerden verrukkelijk voedsel.

 

Smaakfestijn Arnhem, 30 september 2012 

Het smaakfestijn is georganiseerd door Slow Food Rijnzoet, een regionale afdeling van het wereldwijde netwerk van Slow Food, een organisatie die zich inzet voor duurzaam en milieuvriendelijk voedsel, smaakbewustzijn wil promoten en producenten van kwaliteitsvoedsel en consumenten met elkaar in contact wil brengen door het organiseren van evenementen en andere initiatieven.

Slow Food heeft het tij mee. De roep om duurzaam en smakelijk voedsel wordt steeds groter.  Stadslandbouw wordt wetenschappelijk verkend,  volkstuintjes zijn weer in, eigen kweek op het balkon is hot en de betere restaurants serveren met name voedsel uit de eigen streek. De tijd is voorbij dat we de supermarkt als een prettige bijkomstigheid van de moderne tijd beschouwen. We zien het nu meer als een economisch noodzakelijk kwaad. Huishoudens en steden moeten zich immers bevoorraden en het gros onder ons is vergeten hoe het is om zelf voedsel te verbouwen.

Bij velen heeft de prachtige reclame over de paarse Milka koe de alarmbellen doen rinkelen. Weten onze kinderen nog wel waar het eten vandaan komt? We willen ons voedsel weer zelf zien groeien, ruiken, voelen en proeven. Daar gaat het over. Om ‘de smaak van het landschap, boerenkaasroutes en smikkelroutes om maar even een paar activiteiten te noemen die recent in Nederland het licht hebben gezien en waar de consument weer tijd voor over heeft. Langzame routes op het platteland waarbij onderweg puur eten kan worden geproefd.

Of stadsroutes, waarbij de deelnemer wordt gewezen op plekken in de stad, waar voedsel kan worden verzameld in het wild. Zo ook in Arnhem waar aankomende weekend een workshop ‘pluk de stad‘ in het kader van het future city festival wordt georganiseerd.

 

Bedrijventerreinen wijn. Wijn van bramen en vlierbessen verzameld op bedrijventerreinen in Utrecht 1992. Eigen productie.

Positief toch, slowfood? Des te harder sloegen een paar weken geleden de woorden in van Aalt Dijkhuizen, voorzitter van de Raad van Bestuur van Wageningen UR. Samengevat gesteld: de landbouw moet nog intensiever om de groeiende wereldbevolking te voeden en het milieu te sparen. Biologische veehouderij is  goed voor het dierenwelzijn, maar het vraagt meer grond en grondstoffen en het vergroot daarmee de uitstoot van broeikasgassen en is dus niet echt groen.

Wat ik miste in de discussie die daarna op de radio werd gevoerd is de gemiddelde hoeveelheid vleesconsumptie per persoon die is verdisconteerd in het model. Is dan al bij voorbaat aangenomen dat we daar niet op willen bezuinigen? Dat we daarin als maatschappij niet kunnen of willen omdenken?

Die discussie is even weer geluwd. Maar zal ook weer worden opgerakeld en zal ook zeker moeten worden gevoerd in Nederland. Ons land is immers wereldwijd een belangrijke speler in de agri& food sector en is daarmee bij uitstek een land dat innovaties kan bewerkstelligen waarbij recht wordt gedaan aan voedselvraagstukken, milieu, duurzaamheid en welzijn.

En ondertussen oefent Slow Food bottom-up druk uit. Het moet anders, het kan anders en echt eten is veel lekkerder.

Dit artikel is op 2 oktober tevens gepubliceerd in OOST.




Er zijn nog geen reacties