Innovatie tagged with 'Krimp'  

 
Is Zutphen het best bewaarde geheim van Nederland?
20 september 2013

 

Deze week organiseerde de gemeente Zutphen een talkshow over de toekomst van de stad met op het netvlies het jaar 2025. Met gerenommeerde sprekers op het podium, o.a. Gerard Marlet (Atlas van Nederlandse gemeenten) maar ook lokale sprekers met spraakmakende initiatieven die naar meer smaakten. Zo verkondigde de directeur van het Internationaal Cello Festival dat Zutphen het best bewaarde geheim van Nederland is.

De boodschap van Marlet was eenduidig: De kracht van Zutphen is de kleine schaal, het stedelijke karakter en de omringende landschappelijke kwaliteit. Wees je van die kracht bewust. Maar ook: de IJssel is een barrière voor de rest van het land en het economisch tij belooft niet veel goeds voor Oost Nederland. Versterk dus je binnenstad, stimuleer een gevarieerde detailhandel en bezuinig bovenal niet op cultuur. Met andere woorden, zorg dat je kwaliteit levert en als stad iets bijzonders hebt te bieden.

 

Infomarkt rondom talkshow Zutphen 2025 

Op het podium werd ook Harm Wesselink genood. Hij is directeur van het Internationaal Cello Festival, een van de paradepaardjes van de stad. Het Cello Festival is ontstaan uit het specifieke DNA van de stad en de aard en de performance van het festival is zodanig dat de rest van Nederland (en de wereld) er steeds iets meer nieuwsgierig naar begint te worden.

Wesselink benoemde feitelijk in een adem de bouwstenen van de stad: Gastvrijheid, stilte en mystiek. Voor hem tevens de ingrediënten waaruit het festival is opgebouwd en waardoor juist ook het cello festival in Zutphen blijvend een plek kon veroveren. “Zutphen is het best bewaarde geheim van Nederland”: zijn verhaal ging zo snel, het was mij niet duidelijk of hij een eigen quote plaatste of citeerde.

Het is een bewering met een bijzondere lading en refereert enerzijds aan het bijzondere karakter van Zutphen maar zegt anderzijds ook dat de stad heel wat in haar mars heeft en dat zulks alleen bij insiders bekend is. In aanvulling op Wesselink: de stad staat bol van schoonheid, zowel de gebouwde omgeving als de natuur, nodigt uit door haar gastvrijheid, bezit een stilte die bijna voelbaar aanwezig is en is doordrongen van eeuwenoude en hedendaagse mystiek.

 

Voorproefje Cellofestival tijdens Zutphen Loungt, juni 2013 


Zutphen heeft altijd een eigen koers gevaren als het op vrij denken aan komt. Er worden vele godsdiensten beleden, maar het verdraagt elkaar goed. De moderne devotie schoot er wortel (as Zutphen Deventer Zwolle) en de antroposofen vonden er een belangrijke thuishaven. Terwijl in de rest van Nederland biologische winkels nog met een vergrootglas moesten worden gezocht, verscheen in Zutphen de een na de andere biologische winkel in het straatbeeld. Evenwicht met de natuur werd in Zutphen al veel langer dan in andere steden van Nederland nagestreefd. De hang naar kennis is altijd groot geweest. Een van de oudste bibliotheken in Europa heeft zijn oorsprong in Zutphen (de Librije) en de stad is al opeenvolgende generaties lang de zetel van de rechterlijke macht. Al deze ingrediënten geven een beeld van een stad die weet wat ze wil en een koers vaart die lang niet altijd parallel loopt met de directe omgeving, maar ook niet met de rest van het land.

Dat Wesselink met het Cellofestival een gouden kans heeft Zutphen onderscheidend, positief en daarmee goed op de kaart te zetten, moge duidelijk zijn. Het festival ademt de sfeer van Zutphen uit: Schoonheid, gastvrijheid, rust en verheven hemelse muziek tegen een historisch grootstedelijk decor dat zo uit de Gouden Eeuw naar de eenentwintigste eeuw is overgelopen.

Een stad op de kaart zetten moet je overigen ook samen doen. Wat dat betreft mogen ook het Chocoladefestival en het Nationale Bokbierfestival zeker niet onvernoemd blijven. Ook deze festivals zijn voortgekomen uit initiatieven van bewoners en ondernemers en zijn inmiddels landelijk bekend. Ze hebben een ding gemeen, ze raken bij de bezoekers een snaar en nodigen uit de stad in een iets rustiger weekend opnieuw te bezoeken om de stilte en schoonheid van Zutphen optimaal te bevatten.

 

Zicht op Zutphen 

Als ik in andere delen van het land het woord Zutphen laat vallen, beginnen ogen te glimmen. Opvallend is de herkenning. Men is er al een keertje geweest en de kennismaking is goed bevallen. Woorden als rust, slenteren, prachtige binnenstad, gastvrijheid, fietsen en leuke winkeltjes worden genoemd en opvallend, velen weten ook het klassieke en mystieke karakter van Zutphen te duiden. Feitelijk kun je niet anders concluderen dan dat Zutphen goed op weg is zich onderscheidend te profileren. Als Zutphen dan ook nog de woorden van Marlet ter harte wil nemen, moet het met Zutphen, ondanks recessie en krimp, wel goed komen.

 




Er zijn nog geen reacties
Moet Enschede zich niet veel meer op Münster richten?
4 februari 2013

Een paar dagen geleden was ik in Münster. Hemelsbreed is de stad niet ver van Enschede verwijderd, maar met de auto is het nog steeds een crime om Münster te bereiken. Ziehier het effect van grenzen op een regio.

In Nederland is het amper bekend dat Münster een van de grootste universiteiten van het land herbergt. De stad heeft ook net als Enschede een kunstacademie, waardoor een prima tegenwicht wordt geboden aan de enigszins tuttige uitstraling van de binnenstad. Daarnaast is Münster door de ADFC, de Duitste Fietsbond uitgeroepen tot stad met het beste fietsklimaat, een mededeling die menig Nederlander de ogen zal doen glimmen. De stedelijke verschijningsvorm van beide steden is een geheel andere, maar de aanwezigheid van en de spin off van de universiteit en de kunstacademie geven veel raakpunten. In het bijzonder kan in deze de nanotechnologie worden genoemd.

 

Historische binnenstad Münster

Dat Enschede en Hengelo nu eindelijk eens die stedenband moeten verstevigen is klip en klaar. In steeds meer scenario studies en voorspellingen voor de komende decennia wordt ons voorgeschoteld dat Oost Nederland van Nederlands economische bordje gaat afvallen. Er is dus werk aan de winkel. Hemelsbreed ligt Münster dichter bij Enschede dan Apeldoorn of Zwolle, laat staan de Randstad. Tel daarbij het gemeenschappelijke stedelijk DNA op dat beide steden in een aantal domeinen delen en het ligt zo voor de hand dat Enschede en Münster elkaar veel beter gaan verkennen.

Havenkwartier Münster

Think global, act local. Vanuit die gedachte ligt het ook in de rede dat beide steden en de omliggende regio naar elkaar toe gaan groeien. Het zal wellicht wel Enschede moeten zijn die daarbij de eerste handreiking doet. Münster is een vitale woon, woon en universiteitsstad met in haar achtertuin het Ruhrgebied. De noodzaak om grensoverschrijdende allianties aan te gaan is daardoor minder aanwezig en zal door een prikkel van buiten moeten worden gevoed.

 

 




Er zijn nog geen reacties
De spontane stad, gaat het ons lukken?
8 januari 2013

 

Op 3 januari 2013 verscheen op het on line forum Sociale Vraagstukken een column van Justes Uitermark, bijzonder hoogleraar Samenlevingsopbouw aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Deze column is een weergaven van de lezing  ‘Spontane stedenbouw als politiek’ welke Uitermarkt eind vorig jaar tijdens de bijeenkomst ‘Vormgeven aan de spontane stad’ in Amsterdam heeft uitgesproken.

In deze lezing neemt stelt Uitermark dat als spontane stedenbouw oftewel organische ontwikkeling kans van slagen wil krijgen, ook de machtsverhoudingen en eigendomsverhoudingen in de stad ter discussie moeten worden gesteld.

Hij doet dat aan de hand van de these van de marxistische geograaf David Harvey. Deze stelt dat stedenbouwers meedeinen op de golven van de macht. Niet zozeer als een bewuste keuze, maar feitelijk als een soort onderbewust proces, waarbij ze hun paradigma’s telkens opnieuw aanpassen aan de nieuwe machtsverhoudingen.

 


Amsterdam, gebouwd voor de leegstand?

 

Harvey heeft daar een punt, maar ik vind dat daarbij wel moet worden aangetekend dat we stedenbouwers tekort doen door hen alleen verantwoordelijk te stellen. Als totale westerse maatschappij hebben we ons immers ook schuldig gemaakt aan het meebewegen met de economische groei, het consumentisme en het geloof in de maakbare samenleving, op een enkele zonderling na – en de naam zonderling zegt feitelijk al hoe een dergelijke persoon werd gekwalificeerd door de rest van de maatschappij, als afwijkend en niet passend in het geheel.

De officiële Nederlandse planningsgeschiedenis van de afgelopen decennia staat uiterst gedetailleerd en saai omschreven in een stapeltje nota’s voor de ruimtelijk ordening. Uitermark weet deze geschiedenis veel pakkender samen te vatten. Eerst hadden we het masculien modernisme waarin supermannen zoals Corbusier de samenleving top down tot in detail vorm wilden geven. Toen kregen we het bouwen voor de buurt, aangeboden als een soort openbaring, waarbij ook buurtbewoners hun invloed hadden afgedwongen. Vervolgens kregen we de integrale gebiedsontwikkeling, door Uitermark gedefinieerd als stedenbouw voor boekhouders, alles was immers gericht op beheersing. Om tenslotte te belanden bij de spontane stedenbouw, de huidige fase, volgens Uitermark vooralsnog  eerder een pleister voor de aangeslagen boekhouder dan een volwaardig concept waarmee het gewenste evenwicht zou kunnen worden bereikt.

Ik ben het met Uitermark eens dat als de spontane stedenbouw de status van hype wil ontgroeien, machtsverhoudingen en eigendomsverhoudingen in de stad ter discussie moeten worden gesteld zodat het gemakkelijker wordt om gemeenschappelijke ruimtes te creëren en te claimen. Maar ik zou nog een stuk willen toevoegen aan zijn betoog: in de vorige door hem zo fraai gedefinieerde fases was er geld. We willen nu naar bottum up, maar is er wel sprake van macht als er geen geld is om tot uitvoering van gewenste projecten over te kunnen gaan?

 

Doorgeslagen luxe, ongezond snoep

 

We zitten in een financiële crisis en de vooruitzichten zijn niet positief. Dat wil zeggen dat we wellicht moeten accepteren dat we met elkaar minder geld hebben uit te geven en dat die situatie niet tijdelijk is maar blijvend. Het voordeel daarvan is vervolgens dat je het op den duur ook geen crisis meer hoeft te noemen.

Het hoe en het wat van een bottum up aanpak roept bij mij in dat licht ook een aantal vragen op. Ik kan mij voorstellen dat bottum up, kleinschalige initiatieven kunnen worden gerealiseerd ondanks de financiële crisis, maar wie is vervolgens verantwoordelijk voor de invulling, aanleg en onderhoud van de openbare ruimte?  Gaan we dat toch maar top down blijven doen en is daar dan wel geld voor?

Het komt mij nu zo voor dat we ons hoofd behoorlijk in het zand steken. We hebben het wel over de gevolgen van de krimp en de kredietcrisis, maar ondertussen schuiven we mindering en matiging nog te gemakkelijk op het bordje van andere  gemeenten of regio’s. Het gevoel van ‘dat overkomt ons toch niet’ overheerst nog alom en als we ons al kunnen voorstellen dat er drastisch moet worden ingegrepen, gaan we er gemakshalve vanuit dat een dergelijke ingreep de verantwoordelijkheid van die andere gemeente is.  We zijn zo gewend aan ons niveau van welvaart dat we ons eigenlijk niet echt kunnen voorstellen dat het ook heel anders zou kunnen gaan worden. Feitelijk kennen we nog maar twee generaties welvaart in Nederland en we doen nu al alsof dat nooit anders is geweest. Resten van antieke steden, ooit hoofdsteden van grootse beschavingen zijn echter het tastbare bewijs dat lang niet alles blijvend is.




Er zijn nog geen reacties