Horeca  

 
Markthal of Foodplaza Rotterdam?
25 januari 2017

Vandaag lees ik in Retailnews dat de leegstand in de Rotterdamse markthal nog nooit zo hoog is geweest. Het verbaast me niets. Ruim een maand geleden was ik er ook maar het liep tegen de Kerst, dus alles was vrolijk versierd en dan lijkt leegstand altijd wat minder zwaar. Maar, het is niet zozeer de leegstand die me bij mijn laatste bezoek vooral is bijgebleven. Het is iets anders namelijk de afwezigheid van interactie tussen hal en markt. Het was die zaterdag zowel druk in de hal als buiten op de markt, maar de bezoekers van beide plekken mengden zich niet.

FullSizeRender-44

Misschien is het wel vooringenomen beeld-denken dat een markthal altijd iets rafeligs moet hebben. Maar ik mis die aspecten wel in de Rotterdamse markthal. Het is een prachtig gebouw maar o zo glad afgewerkt. Kun je hier wel de sfeer van een ‘echte’ markthal oproepen? Vorige maand viel me de gestage stroom bezoekers op die de markthal in- en uitliepen zonder daarbij de markt aan te doen. Ik heb er een tijdje naar staan te kijken en vond het bijna fascinerend om te zien hoe een markthal en een markt naast elkaar op een plein functioneren, maar niet samen optrekken. Dat is een veeg teken voor de toekomst.

IMG_7176

De markthal Rotterdam creëert een soort Disney effect: je krijgt de illusie van een markthal, maar ondertussen is alles gepolijst en strak geregeld en verblijf je in een soort Bijenkorf veiligheid. Dat is niet wat ik zoek en ik denk ook niet dat een gemiddelde marktbezoeker dat effect zoekt. Om het contrast aan te scherpen ben ik die zaterdag ook naar de Fenix Food Factory op Katendrecht gegaan. En dat voelde wél goed. Het is er rafelig, rommelig en met prettige eigenwijze creaties aangekleed. Zo’n plek waar het jonge en het creatieve volk graag komt, dat een Berlijns gevoel opwekt en tegelijkertijd ook wel een beetje überhip is. Maar het verschil is wel dat het heel eerlijk voelde. Juist omdat het er niet zo gladjes is, mensen er hun ondernemersdroom verwezenlijken en het een spontaan gegroeid initiatief is dat meebeweegt met het gebied eromheen.

FullSizeRender-45

Fenix Food Factory, Katendrecht

Het marktplein is altijd van iedereen geweest. Misschien is het pijnlijke wel dat de markthal Rotterdam maar een beperkt deel van de samenleving weet te binden en dat markt en hal – alhoewel naast elkaar gelegen – elkaar niet weten te versterken. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat de gemeente daarop wel heeft gehoopt toen ze toestemming gaven voor de ontwikkeling van deze plek. Misschien is het ook wel het gebruik van het woord markthal dat te hoog gespannen verwachtingen wekt. Een traditionele markthal werkt als smeerolie voor de buurt. Het is een plek waar iedereen uit de buurt in de ochtend samenstroomt, nieuwtjes uitwisselt en een klein hapje eet en met tassen vol verse producten weer naar huis teruggaat. Stel, ze hadden het Foodhal Rotterdam genoemd, dan waren de verwachtingen van meet af aan anders geweest en had niemand gek opgekeken dat hier een soort luxe foodplaza zou zijn ontstaan. Want, eigenlijk is het nou net dat wat deze markthal met een groot aandeel horeca wel is.




Er zijn nog geen reacties
Is Zutphen het best bewaarde geheim van Nederland?
20 september 2013

 

Deze week organiseerde de gemeente Zutphen een talkshow over de toekomst van de stad met op het netvlies het jaar 2025. Met gerenommeerde sprekers op het podium, o.a. Gerard Marlet (Atlas van Nederlandse gemeenten) maar ook lokale sprekers met spraakmakende initiatieven die naar meer smaakten. Zo verkondigde de directeur van het Internationaal Cello Festival dat Zutphen het best bewaarde geheim van Nederland is.

De boodschap van Marlet was eenduidig: De kracht van Zutphen is de kleine schaal, het stedelijke karakter en de omringende landschappelijke kwaliteit. Wees je van die kracht bewust. Maar ook: de IJssel is een barrière voor de rest van het land en het economisch tij belooft niet veel goeds voor Oost Nederland. Versterk dus je binnenstad, stimuleer een gevarieerde detailhandel en bezuinig bovenal niet op cultuur. Met andere woorden, zorg dat je kwaliteit levert en als stad iets bijzonders hebt te bieden.

 

Infomarkt rondom talkshow Zutphen 2025 

Op het podium werd ook Harm Wesselink genood. Hij is directeur van het Internationaal Cello Festival, een van de paradepaardjes van de stad. Het Cello Festival is ontstaan uit het specifieke DNA van de stad en de aard en de performance van het festival is zodanig dat de rest van Nederland (en de wereld) er steeds iets meer nieuwsgierig naar begint te worden.

Wesselink benoemde feitelijk in een adem de bouwstenen van de stad: Gastvrijheid, stilte en mystiek. Voor hem tevens de ingrediënten waaruit het festival is opgebouwd en waardoor juist ook het cello festival in Zutphen blijvend een plek kon veroveren. “Zutphen is het best bewaarde geheim van Nederland”: zijn verhaal ging zo snel, het was mij niet duidelijk of hij een eigen quote plaatste of citeerde.

Het is een bewering met een bijzondere lading en refereert enerzijds aan het bijzondere karakter van Zutphen maar zegt anderzijds ook dat de stad heel wat in haar mars heeft en dat zulks alleen bij insiders bekend is. In aanvulling op Wesselink: de stad staat bol van schoonheid, zowel de gebouwde omgeving als de natuur, nodigt uit door haar gastvrijheid, bezit een stilte die bijna voelbaar aanwezig is en is doordrongen van eeuwenoude en hedendaagse mystiek.

 

Voorproefje Cellofestival tijdens Zutphen Loungt, juni 2013 


Zutphen heeft altijd een eigen koers gevaren als het op vrij denken aan komt. Er worden vele godsdiensten beleden, maar het verdraagt elkaar goed. De moderne devotie schoot er wortel (as Zutphen Deventer Zwolle) en de antroposofen vonden er een belangrijke thuishaven. Terwijl in de rest van Nederland biologische winkels nog met een vergrootglas moesten worden gezocht, verscheen in Zutphen de een na de andere biologische winkel in het straatbeeld. Evenwicht met de natuur werd in Zutphen al veel langer dan in andere steden van Nederland nagestreefd. De hang naar kennis is altijd groot geweest. Een van de oudste bibliotheken in Europa heeft zijn oorsprong in Zutphen (de Librije) en de stad is al opeenvolgende generaties lang de zetel van de rechterlijke macht. Al deze ingrediënten geven een beeld van een stad die weet wat ze wil en een koers vaart die lang niet altijd parallel loopt met de directe omgeving, maar ook niet met de rest van het land.

Dat Wesselink met het Cellofestival een gouden kans heeft Zutphen onderscheidend, positief en daarmee goed op de kaart te zetten, moge duidelijk zijn. Het festival ademt de sfeer van Zutphen uit: Schoonheid, gastvrijheid, rust en verheven hemelse muziek tegen een historisch grootstedelijk decor dat zo uit de Gouden Eeuw naar de eenentwintigste eeuw is overgelopen.

Een stad op de kaart zetten moet je overigen ook samen doen. Wat dat betreft mogen ook het Chocoladefestival en het Nationale Bokbierfestival zeker niet onvernoemd blijven. Ook deze festivals zijn voortgekomen uit initiatieven van bewoners en ondernemers en zijn inmiddels landelijk bekend. Ze hebben een ding gemeen, ze raken bij de bezoekers een snaar en nodigen uit de stad in een iets rustiger weekend opnieuw te bezoeken om de stilte en schoonheid van Zutphen optimaal te bevatten.

 

Zicht op Zutphen 

Als ik in andere delen van het land het woord Zutphen laat vallen, beginnen ogen te glimmen. Opvallend is de herkenning. Men is er al een keertje geweest en de kennismaking is goed bevallen. Woorden als rust, slenteren, prachtige binnenstad, gastvrijheid, fietsen en leuke winkeltjes worden genoemd en opvallend, velen weten ook het klassieke en mystieke karakter van Zutphen te duiden. Feitelijk kun je niet anders concluderen dan dat Zutphen goed op weg is zich onderscheidend te profileren. Als Zutphen dan ook nog de woorden van Marlet ter harte wil nemen, moet het met Zutphen, ondanks recessie en krimp, wel goed komen.

 




Er zijn nog geen reacties
De blauw-rode long van Düsseldorf, ontmoetingsruimte bij uitstek
25 augustus 2013

 

Onlangs was ik weer even in Düsseldorf. Opnieuw was ik onder de indruk van de belangrijke rol die de boulevard langs de Rijn in het openbare leven speelt. Volledig autovrij, bestaande uit een boven en een onderpromenade, een fiks aantal terrasjes en heel veel ruimte voor slenteraars, renners en skaters. Kortom het zindert van leven langs het Düsseldorfse waterfront en dat over een lengte van meer dan twee kilometer. Stiekem vergelijk ik dan de situatie ook met een aantal steden in Oost Nederland, waar ik bijna dagelijks kom en waar ik de gerichtheid op het water soms wel heel erg mis.

Het huidige waterfront is Düsseldorf is een situatie waar menige rivierstad van droomt maar waarvan ook menig stadsbestuur weet dat zulks alleen kan worden gerealiseerd door grootschalige infrastructurele en stedenbouwkundige ingrepen te plegen. Maar daarvoor ontbreekt het vaak aan visie en/of politieke moed en sinds de recente crisis ook nog aan geld. Vergelijk in deze Arnhem, gelegen aan de Rijn, waar vele plannen zijn gemaakt om de binnenstad weer terug te brengen naar de rivier, maar waar ideevorming steeds opnieuw door de werkelijkheid werd ingehaald.

 

Waterfront noordelijke binnenstad, bovenpromenade

Met de opkomst van het gemotoriseerde verkeer werden rivierkades wegen en werd het waterfront steeds minder een verblijfsplek. Inmiddels zijn de meeste binnensteden grotendeels autoluw gemaakt en speelt de verkeersader langs het water vaak een essentiële rol in de aan en afvoer van verkeer naar (een deel van) de binnenstad. Dit is o.a. de situatie in Deventer en Zutphen, beiden prachtig gelegen aan de IJssel, maar waar het waterfront feitelijk geen ontmoetingsplek van betekenis is doordat het water nog steeds door een rijweg van de binnenstad is afgesneden. De situatie in Nijmegen daarentegen is verwachtingsvol. Daar heeft de horeca al een plek veroverd langs het water en zijn de parkeerplekken langs de Waalkade sinds een klein jaar opgeheven. Het ziet er naar uit dat het ambitieuze programma rondom de Waalsprong de binnenstad nog veel meer dan voorheen naar het waterfront gaat trekken en de kade onderdeel gaan worden van een levendig binnenstedelijk verblijfsklimaat.

Terug naar de situatie in Düsseldorf. In de jaren 90 heeft het gemeentebestuur aldaar besloten tot het aanleggen van de Rheinuffertunnel. Het gemotoriseerde verkeer langs de Rijnkade werd volledig ondertunneld. Een fikse stedenbouwkundige ingreep, maar het gaf deze door de tweede wereldoorlog gemankeerde binnenstad ongelofelijk veel nieuw elan en bovenal een relaxed en bruisend stadshart langs het water, simpelweg doordat de kades en de daarop aansluitende pleinen aan voetgangers en de verpozende mens werd teruggegeven.

 

Rivierfront, zuidelijke binnenstad in de namiddag

Een succesvolle openbare ruimte wordt gekenmerkt door multifunctionaliteit, toegankelijkheid, identiteit en veiligheid. Al deze punten zijn op de boulevard van Düsseldorf geborgd. Door de lengte van de boulevard zijn verschillende verblijfsruimten ontstaan die om de paar honderd meter geleidelijk van kleur verschieten. Als rode verbindende draad door als deze gebieden loopt een aaneengesloten en volledig door platanen omzoomd wandelpad. Daarom heen is ruimte voor sporten (skaten, running), terrassen (stedelijk vertier, zakelijke ontmoetingen, toerisme) en hang- en picknick zones. Daarnaast biedt de combinatie van boulevard en aanpalende pleinen ruimte voor grootschalige events.

In de noordelijke binnenstad van Düsseldorf is de boulevard de verblijfsplek van de stadsbohemien. Een aantal 24-uurs winkeltjes en mobiele drankstandjes in de directe nabijheid bieden toegang tot gekoelde en betaalbare drankjes. Tussen de verpozende groepjes mensen scharrelen inzamelaars rond, die discreet afwachten tot de laatste slok is genuttigd en stilzwijgend of hooguit met een klein knikje een leeg blikje of flesje in ontvangst nemen. Dit systeem werkt fantastisch. Het is een kwestie van gunnen en gegund worden.

 

Handelshafen in de vroege ochtend 

Iets meer zuidwaarts, ten hoogte van de oude binnenstad is het domein van de gemiddelden. Hier zit op de benedenboulevard de doorgewinterde terrasganger zij aan zij met de toerist en het winkelend publiek dat eveneens graag een drankje wil nuttigen aan het water. Het is het terrasvertier dat je in vele badplaatsen indringend ervaart: overvolle terrassen, een kakofonie van stemmen en geluiden, menukaarten met foto’s, veel bier en wijn en uiteraard uitzicht op het water. Op de bovenboulevard valt de stilte en het groen des te meer op Hier wordt gerend, geslenterd en worden potjes jeu de boules onder de platanen gespeeld. Voor elk wel wat wils.

In de zuidelijke binnenstad is de boulevard ter hoogte van de Rheinkniebrücke een interessant maar rommelig overgangsgebied. Onder de overspanning van de brug is een verblijfsgebied ontstaan dat een associatie oproept met Berlijn Alexanderplatz, enerzijds door de bouwperiode van de omringende gebouwen en de hoogte van de brug,  maar wellicht ook wel door de Rheinturm (televisietoren) welke een eindje verderop staat. Hier eindigde een aantal jaren geleden de promenade en de naoorlogse binnenstad. Maar het pad omzoomd door platanen is inmiddels om de bebouwing heen doorgetrokken. De voetganger wordt uitgenodigd zijn weg te vervolgen. Feitelijk splitst de boulevard zich op dit punt in twee armen op.

 

Promenade ter hoogte van de Rheinkniebrücke

De meest westelijke arm blijft de Rijnoever volgen, alwaar de boulevard na een paar honderd meter eindigt op een landtong. De zuidwestelijke arm brengt de wandelaar via de platanenroute naar de ‘Docklands’ van Düsseldorf, naar de voormalige Handelshafen. Hier zijn tussen de opgeknapte pakhuizen, nieuwe kantoorpanden met een stevige design-knipoog verschenen. Ook hier vele terrasjes om te verpozen en voor in de avond hippe uitgaansgelegenheden. Overdag is dit gebied vooral de habitat van het twee-delig pak en jonge mensen met geld en/of hang naar een beetje bling bling. Hier is het zien en gezien worden dat de boventoon voert.

Eén boulevard, vele verschillende gebruikers en door de omvang en het volledig autovrij zijn van het gebied een geweldige plek om te verblijven en te ontspannen. Er wordt vaak gesproken over de groene longen van de stad, dit is ook zo’n long, maar dan blauw-rood van kleur. Op een plek als deze kun je je gemakkelijk voorstellen, hoe fijn het zou zijn te leven in een volledig auto vrije maar grootstedelijke stad.

Deze blog is op 2 september ook geplaatst op de site van de GSRO




Er zijn nog geen reacties
 

Archief