Creatieve Industrie tagged with 'Wijkbewoners'  

 
In het Ruhrgebied weten ze al 30 jaar wat krimp is.
8 december 2012

 

Vrijdag 7 december waren we op uitnodiging van het EUKN (European Urban Knowledge Network) te gast in het Duitse Essen en het thema is omgaan met krimp in stedelijke gebieden. Met dat thema zijn we in Essen op de goede plaats, ze zijn daar al jaren ervaringsdeskundige. Met het sluiten van de koolmijnen in de jaren 80 van de vorige eeuw kwam in het Ruhrgebied een vulkaan tot uitbarsting die in een periode van een paar jaar het gehele sociale en economische leven op de kop zette en waarvan nu nog steeds de gevolgen zichtbaar en voelbaar zijn. De stad is sindsdien met 100.000 bewoners gekrompen en dat zijn alleen nog maar cijfers voor Essen, in de omliggende mijnsteden hebben zich vergelijkbare drama’s voltrokken.

 

 

Werk, inkomen, huisvesting en verenigingsleven, het werd allemaal geleverd door de mijnen. Maar al deze zekerheden verdwenen ook met de sluiting van de mijnen. Deze ramp heeft zich ook in Nederland voltrokken, in Zuid Limburg, maar het lijkt wel alsof dat uit het collectieve geheugen van Nederland is verdwenen. We doen in Nederland alsof krimp ons nu pas voor het eerst overkomt.

Terwijl de natte sneeuw valt bezoeken we het stadsdeel Essen-Katernberg, waar de Zeche Zollverein ooit haar activiteiten ontplooide. De Zeche Zollverein mag dan wel tot Unesco Werelderfgoed zijn uitgeroepen en met haar rauwe uitstraling toeristen naar zich toelokken, in het stadsdeel zelf is de ontreddering dat door datzelfde Zeche Zollverein is toegebracht nog sterk voelbaar. Bewoners en bezoekersstromen hebben hun eigen ritme en leefwereld, passeren elkaar maar ontmoeten elkaar niet.

Het lijkt wel alsof de tijd in Katernberg stil is gaan staan in de jaren 80. We worden rondgeleid door Frau Meyer van het Büro Stadsentwicklung Essen. In Katernberg zijn al 30 jaar geen nieuwe huizen gebouwd, op een klein woonblokje na dat recent is opgeleverd. Dat is een hele bijzondere gewaarwording. In een stad is toch altijd dynamiek? Absolute stilstand is dus ook mogelijk.

 

 

De overheidsprojecten in Katernberg, bedoeld om het sociaal en economisch leven nieuw elan in te blazen hebben iets oubolligs. Ze ademen de sfeer uit van de werk en leefcultuur van een aantal decennia geleden. Design en high tech lijken afwezig. Social media en de flexplekken cultuur zijn er nog niet echt doorgedrongen vertelt Frau Meyer. De plaatselijke ondernemers hebben bovenal behoefte aan fysieke ruimte en de bewoners worden graag voorgelicht via papieren communicatie. Dat betwijfel ik. Hoe zit het dan met de wensen van de jonge generatie bewoners? Wordt daar niet op ingespeeld? Blijkbaar nog niet. Het lijkt een gemiste kans.

Hoe anders is de uitstraling en programmering op de website van de Zeche Zollverein. Zeer eigentijds en verleidelijk voor liefhebbers van kunst en cultuur.  Twee werelden verenigd in één stadsdeel.

Dat de gemeente Essen niet heeft stilgestaan de afgelopen dertig jaar is duidelijk. Er is heel veel werk verzet. Het negatieve imago van de regio is doorbroken. Het Ruhrgebied is in 2010 als culturele hoofdstad van Europa op de kaart gezet en de Zeche Zollverein is tot werelderfgoed verklaart, geen sinecure. Waar vroeger de mijnen voor de bewoners zorgden, is nu die taak al bijna 30 jaar door de overheid overgenomen.

De eerste twee zijn zeer strategische zetten die getuigen van slim handelen. Op het derde punt is koersverandering nodig. De sleutel lijkt te liggen bij de jongere generatie. Daar liggen immers de dwarsverbindingen naar zowel de eigentijdse programmering van de Zeche Zollverrein als de kansen die het nieuwe werken van heden ten dage heeft te bieden.

 

 

Dat die dwarsverbindingen gaan komen is ook broodnodig. Niet alleen om weer synergie  in het gebied te realiseren, maar ook omdat de pot met geld, lees subsidie, is opgedroogd. Plaatselijke, regionale en landelijke overheden hebben bijna geen geld meer om dergelijke projecten te financieren en het zijn vooral subsidiegelden geweest waardoor Essen haar getroffen bewoners heeft kunnen helpen, maar ook de stad als geheel weer op de kaart heeft kunnen zetten. Alleen bij Europa, daar is nog geld. Maar hoe te komen aan dat geld als je als plaatselijke of regionale overheid de co-financiering niet kan opbrengen om een projectaanvraag in te dienen, een situatie die niet alleen in Essen opgeld doet, maar voor vele andere steden en regio’s in Europa bittere werkelijkheid begint te worden.

Wellicht dat Europa op den duur haar regels aanpast, maar daar zou ik niet op wachten. Veel beter is het de eigen energie en daarmee de zelfredzaamheid te mobiliseren en eventuele weerstand om te buigen naar werkbare coalities. Uiteraard vergt dat een hele andere attitude, zowel bij burgers, ambtenaren als bestuurders, maar het is geen onmogelijke slag.




Er zijn nog geen reacties
Het Open Lab Ebbinge, een tijdelijk dorp aan de voeten van de Martinitoren
21 september 2012

 

Het mag dan voor de meesten van ons wel een stukje reizen zijn, er staat echter wel iets prachtigs: Gecreerd voor de tijdelijkheid, het Open Lab Ebbinge. Tegen het decor van de prachtige binnenstad van Groningen is een tijdelijk dorp in de stad verrezen. Het Open Lab Ebbinge is gerealiseerd op het voormalige Cibogaterrein en in het leven geroepen voor de duur van vijf jaar, om te kunnen experimenteren met tijdelijke vormen van ruimtegebruik en om de loop naar het gebied weer te stimuleren, dat de laatste decennia bij de inwoners van Groningen uit de gratie was geraakt.

 

 

Op 20 september organiseerde Groningen er met partners uit het Noordzeegebied o.a. met Delft, Hamburg, Bremen, New Castle, Kortrijk en Göteborg vanuit het Europese Programma Creative City Challenge de ‘Final Conference, Creating Space’. Een betere plek had de organisatie zich niet kunnen wensen. Lokatie en inrichting van het terrein sloten perfect aan bij de conferentie.

Het Ciboga terrein (voormalig gasterrein) was tot voor kort een afgesloten blok braak liggend industriëel terrein. Een fikse ‘sta in de weg’ voor buurtbewoners om zich in de wijk goed te kunnen verplaatsen en een bron van ergernis voor bewoners en ondernemers. De wijk verloederde. De oorspronkelijke fabrieksbebouwing was grotendeels neergehaald, het terrein lag braak, wachtend op woningbouw, dat maar niet van de grond wilde komen. De wijk zat in een neerwaartse spiraal. Men geloofde niet meer in de ooit met zoveel tam tam ingezette planvorming voor herstructurering van het gebied.

Het negatieve imago is nu omgebogen. Het gebied ligt er weer fris bij: een fikse groene grasmat, een stedelijk strand, ruimte om evenementen te programmeren en felgekleurde containers, prettig gestoord gestapeld en verhuurd aan ondernemers, hebben in een hele korte periode het beeld van het grauwe braakliggende gebied verdrongen. Ook de toegangsweg naar het gebied, de Ebbingestraat profiteert volop mee. De leegstand is een halt toegeroepen. De kentering is duidelijk zichtbaar. De straat begint weer te smoelen.

 

 

Het eens afgesloten Cibago terrein wordt nu doorkliefd door een fietsas. Een hele slimme zet. Niet alleen is de wijk daardoor veel beter ontsloten, fietsend Groningen maakt nu ook kennis met het tijdelijke dorp en kan zich verbazen of laten verrassen door wat op het terrein gebeurd. En dat is winst voor allen.

Vaak liggen dergelijke experimentele plekken niet echt in het zicht maar verstopt in de rafelige randjes van een stad of ver weg op industrieterreinen, waar vanuit kraak en antikraak doorgegroeid naar gesubsidieerde plannenmakerij, in een aantal gevallen creatieve spots zijn ontstaan. Spannende plekken waar soms heel veel gebeurd maar waarvan de activiteiten zich dus onttrekken aan het oog van de gemiddelde stadsbewoner. En daardoor ook juist door die stadsbewoner vaak blijvend met argwaan worden bekeken. En dat is op het Ebbinge terrein wel anders. Het terrein lijkt al een beetje bij de stad te horen. De basis voor het ontstaan van het tijdelijke dorp is ook een hele brede geweest. Het zijn met name de ondernemers en bewoners uit wijk geweest die het initiatief van onderaf hebben gepushed.

 

En dat is het nieuwe denken. Bottum up. Organische groei. Daar willen we toch naar toe? De tijd van gemeentelijke blauwdrukken is voorbij. Of nog niet helemaal? Vijf jaar heeft de organisatie gekregen. Niet als incubatietijd om te bewijzen dat het project levensvatbaar is en om vervolgens een eventuele doorstart te bespreken, maar vijf jaar om te experimenteren en dat is het dan. Daarna valt het doek voor eeuwig over het tijdelijke dorp en gaat de gemeente de tijdelijke opgeschorte bestemming, wonen, alsnog realiseren. En dat zal dan heel wat gemakkelijker zijn: Het Open Lab Ebbinge heeft dan het pad geplaveid, de wijk is tegen die tijd weer geliefd en de woonbestemming kan alsnog worden geëffectueerd. Wel een zure gedachte voor de organisatoren van het Lab. Begint de zaak eindelijk te lopen en kunnen ze het veld ruimen, letterlijk en figuurlijk. Of toch ook wel een beetje zoet en is dit een heel mooi voorbeeld van het gezamenlijk bouwen aan een stad door bewoners, ondernemers, overheid en creatieve sector?

In het middaggedeelte van de conferentie stond een onderzoek van temp.architectureurbanism centraal, een onderzoek naar tijdelijk ruimtegebruik in de Noordzeeregio. Tientallen voorbeelden passeerden de revue. Enkele interessante conclusies: bij geslaagde allianties zijn de belangen van gemeente en botttom up initiatiefnemers wel verschillend maar niet tegenstrijdig. Tijdelijke invulling wordt nog veel te weinig door de markt opgepakt, alle onderzochte projecten hebben met name financiële injecties gehad van de overheid. En ook wel een heftige: ‘de architectuur van de organische groei en de tijdelijkheid staat nog in de kinderschoenen, op enkele voorbeelden na bestaan de fysieke tijdelijke interventies uit weinig geraffineerde, standaard bouwcontainers en wordt leegstaand vastgoed instant en nogal fantasieloos gevuld met tijdelijk programma’.

Oef, dat is niet niets. Nog heel wat huiswerk te gaan, dat is duidelijk. Krijgen we het voor elkaar marktpartijen aan te laten haken? En ontstaan er dan wel hele eigenzinnige hoogstandjes gefinancierd door de behoeften vanuit de markt? Spannende tijden dus!




Er zijn nog geen reacties
TRACK geeft duidelijk beeld van het stedelijk karakter van Gent
26 augustus 2012

 

De expositie TRACK, welke in zes verschillende deelgebieden van Gent is gerealiseerd geeft een duidelijk beeld van het stedelijk karakter van Gent. De expositie is daarmee niet alleen aantrekkelijk voor de kunstminnende mens maar biedt ook de moderne stadsexplorer een fantastisch handvat om gedurende korte tijd deelgenoot te zijn van het dagelijkse leven in Gent.

 

De kustwerken, gerealiseerd door 41 internationale kunstenaars gaan een directe interactie aan met de omgeving waarin het werk is geëxposeerd en benaderen hedendaagse thema’s en de stad zelf in al haar complexiteit. Tevens zet ze de bezoeker er toe aan te reflecteren over stedelijke realiteit. En dat laatste is goed gelukt. Mede ook omdat wijkbewoners zelf bij een groot aantal werken zijn ingezet als suppoost/gids. TRACK is daardoor niet opgelegd aan de wijk, maar tevens deel van de wijk zelf.

 

De zes routes vormen stuk voor stuk een afgebakend gebied. Elk gebied met een eigen stedelijke ziel. Samen met een vakgenoot heb ik grote delen van de zes routes afgelegd. En de beelden die zijn blijven hangen zijn niet alleen die van de kunstwerken, maar bovenal de stedelijke context waarin we werden ontvangen. In het bijzonder het cluster Tondelier, de voormalige gasmetersite ten noorden van het centrum, alwaar de gemeente grootse plannen heeft aankondigd voor nieuw prachtig toekomstig wonen en waar ondertussen wijkbewoners op kleine schaal stadslandbouw plegen, tussen het metershoge opgeschoten onkruid op het voormalige emplacement.

 

 

 

Ook heel bijzonder is de wijk Macharius, ten oosten van de stad, welke afgesloten door de ringweg en het water, geheel los lijkt te staan van Gent zelf en waar een oude vervallen abdij, gesticht in de zevende eeuw, de plek markeert, waar Gent is ontstaan. De abdij wordt geflankeerd door het voormalige slachthuisterrein. In het poortgebouw van het voormalige slachthuis willen de wijkbewoners van Macharius, een herberg annex buurthuis realiseren. TRACK is daarvoor een perfecte aanleiding geweest; gedurende de looptijd van de expositie hebben de bewoners vergunning van de gemeente de ruimte te exploiteren. Het lijkt een succes te worden. Onder de vrijwilligers van de herberg leven nu al plannen de herbergfunctie te continueren na afloop van TRACK.

 

 

De gemeente en het gewest Vlaanderen hebben stevig in TRACK geïnvesteerd. TRACK dient Gent nog beter te verankeren in de hoofden van bezoekers en wederbezoek te genereren. Er is ingezet op 250.000 bezoekers. Of die doelstelling wordt gehaald is nog maar de vraag. Door het slechte weer in het voorjaar zijn tot nu toe veel minder bezoekers op het evenement afgekomen dan verwacht. Halverwege de maand augustus stond de teller nog maar op 150.000 bezoekers. En dat is heel jammer. Het maakt de kans op herhaling van een gelijksoortig evenement in de nabije toekomst kleiner. Het zijn juist evenementen als TRACK die een stad blijvend extra identiteit geven.

 

TRACK is nog te bezoeken tot en met 16 september 2012.

 




Er zijn nog geen reacties