Creatieve Industrie tagged with '3D printing'  

 
Fablab Zwolle
5 juli 2013

 

Bezieling en passie brengt je ver. Dat werd gisteren opnieuw duidelijk. Nederland is weer een Fablab rijker. Deze keer niet opgezet vanuit overheid, onderwijs en vergelijkbare partijen, maar gedreven vanuit de wens van één kunstenaar, een fablab in de nabijheid te hebben, of nog liever, dat fablab in het eigen atelier te realiseren en de mogelijkheden die de basisuitrusting van een fablab biedt, te delen met anderen.

Een paar jaar geleden kwam Kees Klaassen, werkzaam onder de naam ‘In Kees of Metals‘, gevestigd in de Cultuurwerkplaats R10 te Zwolle, in aanraking met het concept Fablab. Een Fablab kan worden gezien als een werkplaats, waar uitvinders en ontwikkelaars gebruik maken van een collectieve infrastructuur, zoals 3D printers, lasersnijders en frezen. De gebruikerskosten zijn laag, de achterliggende gedachte is open source, gerealiseerde ontwerpen worden via het internet gedeeld.

 

Fablab Zwolle in actie, 3D borstbeeld van een bezoekster

Nadat een mobiele fablabtruck Zwolle voor de duur van twee weken had aangedaan, was het ijs gebroken. Ook andere partijen in Zwolle waren geïntrigeerd door het gedachtengoed van een Fablab en mogelijkheden werden verkend. Het droombeeld was een groot gezamenlijk Fablab, dat tenminste vijf dagen in de week was opengesteld voor diverse doelgroepen (hobbyisten, kunstenaars, ontwerpers, ondernemers, studenten en lagere en middelbare scholieren). De energie was er, het verlangen ook, maar het struikelblok waren de financiën en met name de personele kosten. Het tijdvlak van de grote subsidiestromen was voorbij en allengs werd duidelijk dat een dergelijk omvangrijk Fablab niet zomaar uit de grond kon worden gestampt.

 

Cultuurwerkplaats R10 Zwolle

Ondertussen bleef de droom van Kees levendig. Waarom niet een klein Fablab met een beperkte openstelling en als het bij mij in de ruimte staat, had hij zich bedacht, kan ik de mensen zelf wel een beetje wegwijs maken. Zo simpel kan het dus ook zijn. En deze droom viel wel te realiseren.

In Zwolle staat in R10 nu een compleet ingericht mini Fablab, toegankelijk op dinsdagavond en zondagmiddag. Zie hier de passie van Kees, op tijden waarop anderen liever niet aan de slag gaan, deelt hij graag zijn kennis en kunde en is het Fablab geopend als een open source werkplaats.

 

Fablab Zwolle

De combinatie is prachtig, een fablab in een creatieve broedplaats. Buiten de open source tijden is er voor huurders van de cultuurwerkplaats R10, veelal kunstenaars en jonge ontwerpers, voldoende tijd om met de lasercutter, de 3d printer, de vinylplotter of de CNC-Frees aan de slag te gaan. Tijdens de open source zijn met name nieuwsgierige jongeren welkom, om de mogelijkheden van het lab te ontdekken of kleine bedrijfjes om te prototypen of kleine oplagen voor producties te gaan draaien.

 

Opening Fablab Zwolle 4 juli 2013, vlnr Kees Klaassen, Tineke Voskamp R10, Ed Kooijman directeur PSP en Dick Aukes directeur R10.

Er met de vestiging van dit Fablab begint het Fablablandschap van Zwolle behoorlijk kleur te krijgen. Want naast dit kersverse Fablab in R10 is er ook nog het lab van het Polymer Science Park (PSP) waar op hoog industrieel onderzoeksniveau aan innovatie wordt gewerkt, met name op het gebied van 3 D Printing. En Zwolle zou Zwolle niet zijn, als de verbindingen niet werden gemaakt. De opening van het Fablab in R10 werd verzorgd door Ed Kooijman, directeur van het PSP. Hij wenste de aanwezigen vooral veel open innovatie en fouten toe. Want alleen dan, zij hij met een big smile, worden de mooiste dingen ontdekt. En daarin geef ik hem helemaal gelijk.




Er zijn nog geen reacties
Regionale impact van 3D printen
19 mei 2013

 

Een paar jaar geleden was 3D printen nog een betrekkelijk onbekend fenomeen en werd er hooguit door een handjevol enthousiaste ontwerpers en innovatieversnellers over gesproken. Dat is nu wel anders, in de kranten en social media volgen de berichten over 3D print technieken elkaar in hoog tempo op. De informatie is echter gefragmenteerd en de impact van een door ontwikkelde 3D techniek op de inrichting van de maatschappij als totaal en specifiek de economische verhoudingen tussen regio’s onderling wordt nog te weinig besproken.

Dat Nederland een beetje voor de stoet uitloopt met 3D printen wordt amper vermeld. Nederland heeft bijvoorbeeld de hoogste Fablab dichtheid in de wereld en ook de plannen voor het eerste 3D geprinte huis zijn in Nederland ontwikkeld. Of neem het wereldrecord D3 robotprinten, dat deze maand door Protospace in Utrecht, als alles goed gaat, wordt gerealiseerd.

Met andere woorden, het klimaat in Nederland is zeer ontvankelijk voor deze nieuwe techniek en dat is goed nieuws want 3D printen gaat de wereld veranderen. Deze week gaf innovatiedirecteur Egbert-Jan Sol van TNO ook een duidelijk signaal in het FD af aan ontwerpend en innoverend Nederland. Hij onderkent vijf innovatiekansen voor Nederland, een daarvan is het 3D printen van voedsel in samenhang met door te ontwikkelen gentechnieken.

 

 

Binnen onafzienbare tijd kunnen we allemaal onze eigen producten printen, of het nu om hebbedingetjes gaat of om kleine en grote noodzakelijke onderdelen. We halen een ontwerp van het internet, passen het eventueel nog een beetje aan en sturen de opdracht door naar de printer. Of we dat nu doen met een 3D printer thuis, of dat we de opdracht sturen naar de printboer op de hoek en het daar gaan ophalen, dat doet er niet toe. Kern van de zaak is dat we straks producent en consument tegelijk zijn geworden en dat we daarmee complete productie- en logistieke ketens uitschakelen. Dat betekent dat de huidige status quo tussen industriële kolommen en logistieke ketens en afnemers enerzijds en tussen ontwikkelde regio’s en lage lonen regio’s anderzijds, behoorlijk wordt opgeschud.

Velen zullen het zich nog amper kunnen voorstellen. Het oogt allemaal nog zo speels en onbeduidend wat we doorgaans voorbij zien komen: wat kleine plastic figuurtjes, uitgeprinte sieraden en 3D geprinte lampen. Hoezo gaat dergelijke producten voor een revolutie zorgen? Toen deze maand het 3d print ontwerp voor een pistool op het internet werd gezet, begon het een beetje te gisten. Verbazing alom. Dat kon dus ook. Inmiddels heeft de Amerikaanse defensie het ontwerp laten weghalen van de desbetreffende site. Wat ook wel een logische actie lijkt. Natuurlijk willen we niet dat elke gek zo maar een ontwerp voor een pistool in handen kan krijgen, maar het is feitelijk dweilen met de kraan open. Het ontwerp is inmiddels tig keer gedownload en het verandert niets aan de kern van de nieuwe werkelijkheid: er zullen steeds vaker ontwerpen worden upgeload, die vervolgens voor iedereen toegankelijk zullen zijn en in eigen beheer kunnen worden uitgeprint. Of dat nu om designproducten,  nuttige onderdelen, handige hebbedingetjes, complete inbouw pakketten,  huizen of – helaas – wapens gaat.

 

 

Het gaat nu nog vooral om producten opgebouwd uit plastic, maar we zullen in staat zijn steeds meer materialen in te zetten voor 3D printen. Ook organisch materiaal behoort tot de mogelijkheden en op den duur kunnen we complete organen van levendig materiaal printen. Een dergelijke ontwikkeling zal uiteraard ethische kwesties oproepen. Vragen als in hoeverre het menselijke leven volledig maakbaar en beheersbaar dient te zijn, maar ook wie komt wanneer in aanmerking voor dergelijke technieken en gaat deze techniek niet zorgen voor een grotere kloof tussen de haves and the have nots.

Maar terug naar het aspect van productie en logistiek. Als we alles zelf heel gemakkelijk ter plekke kunnen maken, schakelen we veel partijen uit die nu nog van de productie en de logistiek profiteren. Dat betekent in ieder geval milieuwinst, we gaan immers minder met onderdelen over de lange afstand slepen, maar het bekent ook in dat er economische verschuivingen gaan optreden met de daarmee gepaarde onrust. Wat gaat dat bijvoorbeeld voor de rol van Azië betekenen, nu nog de productiefabriek van de wereld, of Afrika, de grondsstoffenproducent bij uitstek. De futuroloog Stowe Boyd stelde zelfs dat de 3D printer er misschien wel de oorzaak van zou kunnen zijn dat het immense China, uit elkaar gaan vallen in verschillende deelstaten. Dat is een heel verstrekkende gedachte, maar het prikkelt wel tot nadenken over de impact van 3D printen op de inrichting van onze maatschappij en het effect van deze techniek op de huidige wereldorde. Hoezo nog denken dat 3D printen alleen maar een speeltje voor volwassen jongens en meisjes is?

 

 




Er zijn nog geen reacties
TEDx Zwolle, inspiratie en optimisme
12 maart 2013

Vandaag werd een TEDx event in Zwolle georganiseerd. Natuurlijk kun je TED talks ook op een viewing party bekijken of achteraf, via het internet, maar een face to face contact met de pitchers op het podium geeft zoveel meer extra ervaring. Het was ook de schaal van het event – we zaten in de knusse en intieme theaterzaal van het Deltion college – waardoor het zowel tussen de talks door als achteraf, ook goed mogelijk was met de sprekers in contact te komen.

Veertien sprekers, verdeeld in drie blokken, onmogelijk om in 1 blog te verslaan, maar de teneur, de rode draad moet lukken. Het eerste blok had het thema environment. Opvallend was het woord fragiel. Het kwam zowel terug in de talk van Andre Kuipers als Thomas Rau. Andre Kuipers bezag de aarde vanaf een afstand en zag hoe fragiel ze was en Thomas Rau bekijkt de aarde vanuit een kringloopgedachte en nam ook het woord fragiel in de mond: Energie en menselijke power hebben we voldoende, maar bepaalde grondstoffen niet.

Zijn concept van ‘performance’ is intrigerend, simpel gezegd zijn we geïnteresseerd in de dienst die een product verleend, bijvoorbeeld dat onze was schoon wordt of dat we mobiel kunnen bellen. Dat zoiets dergelijks is verpakt in de vorm van een wasmachine of een mobiele telefoon, dat is een afgeleide zaak en daar zit de crux in het betoog van Rau: De fysieke manifestatie van het product zit vol met kostbare grondstoffen, scheep daar de consument niet mee op – die gooit het daarna weg – maar verkoop enkel de performance en geef het fysieke omhulsel aan de consument tijdelijk in bruikleen. Daarmee is de producent en niet de consument verantwoordelijk voor de recycling en gaan geen kostbare grondstoffen verloren.

 

 Maria Westerbos

Hoe asociaal de menselijke consument alles zo maar weggooit en/of klakkeloos consumeert bleek ook uit de talk van Maria Westerbos over de Plastic Soup. Natuurlijk hebben we allemaal gehoord van de gigantische hoeveelheden plastic die als massale kluwens in de oceaan drijven. Maar naar de talk van Westerbos zit het probleem heel urgent tussen de oren. We hebben met elkaar een megaprobleem gecreëerd en de technieken zijn nog niet voorhanden om dit probleem eventjes op te lossen. Ondertussen leven we in een plastic maatschappij en kunnen we ook niet meer zonder. Westerbos vertelde over een gemiddelde consumptie van 70 kilo plastic per aardbewoner per jaar! Dat is schrikken. Momenteel zijn er foute en goede plastics in de omloop. Maar zijn we in de winkel al wel in staat als consument goede en foute verpakkingsmaterialen te herkennen? Ik zou wel een plastic keurmerk label willen hebben. Dan weet je tenminste wat je koopt.

In de tweede serie talks stond ICT centraal. Met een fantastisch pleidooi van Ton Zijlstra voor Open Data. Door data en daarmee kennis te delen kunnen we vanaf een ander perspectief naar de zaken kijken en mede daardoor veel eerder innoveren. We leven in netwerken, open data geven de leden van het netwerk ook de mogelijkheid zelf bepaalde zaken aan te pakken en op te lossen. De metafoor van de mier die Zijlstra aanhaalde is wel een heel treffend. Je wilt toch niet temidden van een kluwen van medemieren leven en je ding doen zonder vragen te stellen? Don’t become an ant!

Heather Schlegel heeft onderzoek gedaan naar veranderde wijzen van betaling mede mogelijk gemaakt door de digitale netwerken waarin we leven. De vraag die zij stelt is intrigerend: in hoeverre het huidige betaalsysteem als dominant systeem kan en zal worden gehandhaafd. Reguliere valuta kunnen worden vervangen door plaatselijke valuta, we gaan ook steeds meer goederen en diensten ruilen zonder dat er geld aan te pas komt en via het internet en social media bevelen we producten, diensten en mensen aan, feitelijk een gunfactor die waarde creëert zonder dat er geld aan te pas is gekomen. Maar ook door data openbaar te maken en te delen creëren we extra waarde en daarmee versterkten de talks van Ton Zijlstra en Heather Schlegel elkaar direct.

 

Hendrik Blokhuis

In het derde blok stond productie centraal. Peter Phleps, futuroloog bij het IFMO legde een interessante case voor. Stel dat we straks auto’s hebben die we niet meer zelf hoeven te besturen. Wat een impact dat zal hebben op de samenleving: Niet alleen kan iedereen dan blijven rijden tot op hoge leeftijd, we zullen minder ongelukken krijgen waardoor de kosten voor de zorg omlaag gaan en we hoeven geen kostbare ruimte aan te wenden voor  parkeerplaatsen in de binnenstad. We stappen immers uit en de auto zoekt zich zelf wel een parkeerplaats verderop. Maar de nadelen zijn er ook: meer auto’s, meer congestie en meer kilometers file. Het is maar vanuit welk perspectief je naar deze optie kijkt en al dan niet blij van kan worden. Wellicht worden het wel ‘cars on demand’? Een soort taxi’s die we digitaal bestellen en delen met anderen die ook dezelfde kant op moeten? Hoe dan ook, dergelijke ontwikkelingen zullen een enorme inpact hebben op stedelijke inrichting, verkeer- en vervoersstromen en krimpvraagstukken.

Kijkende naar productie en datasharing, kon natuurlijk ook niet het Fablab ontbreken. Tomaz Diez van het Fablab Barcelona vertelde aanwezigen over de impact van datasharing op productieketens en afval en over de stad als Open Lab: via een keten van gespecialiseerde fablabs wordt kennis gedeeld en produceert de stad wat ze  zelf nodig heeft, niets meer en niets minder.

Barelona kent relatief veel Fablabs, meer dan welke andere stad in Europa en daar zie je dat alles in elkaar grijpt en dat we feitelijk om ons heen de proeftuinen van de nieuwe samenleving al zien verschijnen: In eerste instantie gedreven door de economische crisis, zijn met name in Barcelona heel veel alternatieve valuta en ruildienst systemen opgezet. Het is dan ook heel bijzonder van Tomaz Diez te vernemen dat het ook Barcelona is, waar het gedachtengoed van het Fablab zo aanslaat. Dankzij nieuwe technieken, datasharing en veranderende kijk op transactiestromen zijn gemeenschappen in staat toegevoegde waarde te creëren en zo voor zich zelf een nieuwe en betere toekomst te creëren.

 




Er zijn nog geen reacties