Co-working spaces  

 
Unperfekthaus, creatieve oase in de binnenstad van Essen
26 februari 2015

In de binnenstad van Essen ligt het Unperfekthaus. Jong en oud, zakelijk en privé, creatieven en seminardeelnemers, voor iedereen is er plek om te werken, relaxen, eten en ontdekken. De kracht is imperfectie en de onverwachte kleine verrukkingen waarmee je telkens wordt verrast. Op elke etage is het een ongelofelijk levendige boel.

Het noord-westelijke deel van de binnenstad van Essen en het gebied daar vlak achter is een bizar mengsel van kantoorgebouwen, logge winkelcentra met massieve gevels, hippe winkeltjes, industrieel erfgoed, grote kale vlakten en leegstand. Het is ook de locatie van het Unperfekthaus, een huis waar je kan (flex)werken, kunsten, vergaderen, loungen, ontspannen, feestjes geven, repeteren, oefenen of gewoon rondhangen.

Het gebouw was ooit een klooster, niet dat je dat er aan afziet. Je denkt eerder aan een saai kantoorgebouw of een school, maar de creativiteit en levendigheid spat er nu van af. Kelder, begane grond, vier etages en daarboven een hip dakterras, in totaal 4000 m2 levendigheid. Elk gang is beschilderd of behangen met kunst, overal lounge- en hangplekken, maar ook seminarruimtes met degelijke tafels en stoelen.

Ontbijten, lunchen, dineren, of alleen maar koffie, thee of wat fris. Alles kan, alles is omvangrijk, in veel smaken en zoveel je wilt. Elke etage heeft een fantastisch koffiezetapparaat en overal flexwerkers waaronder veel Apple addicts. Maar ook heel veel ruimtes waar kunstenaars aan de slag zijn, je kan zo naar binnen lopen en met ze mee over de schouder kijken. Dat is zelfs ook de bedoeling.

Het Unperfekthaus huisvest maar liefs 1306 projecten en initiatieven! (stand per 26 februari 2015). Zij zijn de ruggengraad van het huis. De bezoekers, flexwerkers en seminargangers zoemen daar omheen. Het verdienmodel is heel intrigerend. Je huurt geen ruimte, de project- en initiatiefmakers krijgen juist ruimte om hun ding te doen. Zij maken dat het huis gonst en leeft en super aantrekkelijk is voor anderen. En iedereen mag naar binnen, je betaalt alleen voor de tijd dat je er bent. Maar dan mag je ook overal rondhangen, werken, genieten, kijken, doen, eten, drinken. Wat je maar wilt en nodig hebt.

En dan dat dakterras! Vorige week was het te koud, niemand zat buiten. Maar in de zomer leeft het halve huis buiten, op de begane grond met een groot terras voor de deur, op de balustrades die aan elke etage hangen en boven op het dak. En als je de buitenlucht of het werken zat bent kun je altijd nog tafelvoetbal gaan spelen, zelf gaan kunsten, een gitaar ter hand nemen en het podium van de theaterzaal bestijgen – er is altijd publiek – of op de racebaan met autootjes gaan spelen.

Een initiatief als dit in deze omvang heb ik nog niet eerder gezien. Het is ook de mix die het zo bijzonder maakt. Jong en oud, kunstenaars en ZZP-ers, seminargangers en familietreffen. Maar ook passanten, voorbijgangers. Alles loopt door elkaar en buitelt over elkaar heen. Je kan hier niet naar buiten gaan zonder te zijn verrast en een bijzondere ontmoeting te hebben gehad. Hier wordt verwondering en toeval gefaciliteerd. Serendipiteit met stip.




Er zijn nog geen reacties
Overschot aan flexlocaties. Zegen of vloek?
10 september 2013

Nog maar een paar jaar geleden schoof ik aan bij een vergadering in de van Nelle Fabriek in Rotterdam. Kantoren waar externen een flexplek konden huren waren nog maar net in opkomst. Ons gezelschap bestond met name uit beleidsmakers economische zaken, vastgoedjongens en adviesbureaus. Vanuit de landelijke overheid was een onderzoek gefinancierd naar de opkomst van flexlocaties en met het aanwezige gezelschap werd de uitkomst besproken en werden nieuwe locaties die onder aanwezigen bekend waren aan de lijst toegevoegd. Ik moet nu nog vaak aan die bijeenkomst terugdenken. Tegenwoordig kom je om in de flexplekken en zal geen overheid meer bedenken hiervoor nog een lijst te laten opstellen.

Nog maar enkele decennia geleden was het werklandschap heel overzichtelijk. Je had kantorenlocaties, bedrijvenparken en binnenstedelijke bedrijventerreinen. Een degelijke maar ontzielende indeling alsof werken en leven niets met elkaar te maken hebben. De zakelijke dienstverlening trok zich gelukkig niet veel van deze indeling aan, die jongens zaten overal, ook in de binnenstad. Kleine bedrijfjes worstelden zich omhoog en als er voldoende cashflow was, ging de deur van de bank en de makelaar op een kiertje, let wel, op een heel klein kiertje.

 

 

Als antwoord op deze situatie kregen we bedrijfsverzamelgebouwen waar de kleinere huurder zich kon vestigen en waar de onrendabele top met behulp van een subsidie werd weggepoetst. Deze panden trokken zich al iets minder aan van de locatie. De kleine bedrijfjes kropen bij elkaar in een gebouw en de grote jongens haalden er hun neus voor op, verschil moest er immers wezen. De concepten van dergelijke panden klonken flexibel, maar het denken was best nog wel star, vooral de huurtermijn, daarover viel nog niet echt vaak over te  onderhandelen. Het was nog oud denken in een verjongd jasje.

Het imago van bedrijfsverzamelgebouwen naam zienderogen toe op het moment dat oud industrieel erfgoed opnieuw in de markt werd gezet. De uitstraling van dergelijke panden had een groot effect op de directe omgeving en er moest zelf voor worden opgepast dat grote jongens aangetrokken door de hippe uitstraling, de kleinere bedrijfjes – die deze locaties groot hadden gemaakt met hun visie en lef – niet uit de markt gingen drukken.

Terwijl beleidsmakers zich nog zorgen zaten te maken over die verdrukking, doken  flexlocaties op. Ontschotte kantooretages, waar iedereen niet meer in zijn eigen hok zat, maar plaats nam in een ruimte waar je per dagdeel een bureau kon huren.

 

 

Flexplek locaties werden een gat in de markt. De opkomende leegstand versnelde het proces. Inkrimpende organisaties hoopten de eigen kas nog wat te kunnen spekken een zetten een deel van het leegstaande bedrijf als flexkantoor en of bedrijfsverzamelpand in de markt. Anderen richten bewust bij nieuwbouw een deel van het pand als zodanig in, dat stond wel hip en getuigde van nieuw denken. Gemeenten richtten ondertussen in samenspraak met Kamers van Koophandel het Ondernemershuis in. Hier kun je zelfs gratis flexwerken! Kleinere bedrijven en zelfstandigen konden ineens overal terecht en daarmee eind goed al goed?

Nee, je wilt niet alleen een werkplek. Je wilt bovenal werken op een plek waar ontmoetingen tot meerwaarde leiden. Maar we hebben inmiddels veel te veel van die plekken en in de gratis Ondernemershuizen zit bijna geen hond.  Wat we nodig hebben zijn dwarsverbindingen en interessante ontmoetingen,  de voorwaarde om de eigen zaak bedrijfsmatig nieuwe impulsen te geven maar ook een keiharde voorwaarde voor innovatie om de stad, regio of de BV Nederland economisch te laten floreren.

En stiekem denk ik dan terug aan die bijeenkomst. Toen dergelijke plekken nog een zeldzaamheid waren en dat als het je was gelukt, een plek in een dergelijk verzamelgebouw te verwerven, je het geluk had te mogen werken in een omgeving waar het zinderde van energie. Ik wil ook zo’n plek! Nu zitten niet alleen kantoorwerkers in half lege panden, ook de flexwerkers zitten meer en meer met lege bureau’s om zich heen.

 




Er zijn nog geen reacties
Stattbad Wedding, expo en co-working space
13 april 2013

 

Verstopt in de Berlijnse wijk Wedding ligt het voormalige Stattbad. Goed bereikbaar met de S-bahn, maar ver weg van de gebaande paden voor toeristen en ook voor vele Berlijnse ingezetenen. De wijk is relatief arm, gentrification heeft (nog) niet toegeslagen.

Op zoek naar nieuwe initiatieven gerealiseerd in leegstaande gebouwen banen we ons voor een aantal dagen een weg door Berlijn. Als geen andere stad in Europa heeft Berlijn een overvloed aan vervallen panden die letterlijk schreeuwen om nieuwe gebruikers en grote leegten die genoeg plaats hebben voor nieuwe eigentijdse bestemmingen. Berlijn is één groot experiment. Hier borrelt en gist het. Europa is in mineur, het achterland van Berlijn loopt leeg en de metropool Berlijn is in transitie. Het zijn met name ondernemende bewoners die met minimale middelen ruimte en context weten te vervlechten, waardoor nieuwe inhoud en ervaringen ontstaan en waarde aan de stad wordt toegevoegd.

 

Werk van Alias, Expo Dissidents, voormalig Stattbad Wedding

Het voormalige binnenzwembad van Wedding is nu een co-working space en bar annex expositieplek. OPEN WALLS Gallery opende er vrijdag 12 april haar expositie ‘Dissidents’, een expositie die inzoomt op urban art. Hier geen breedvoerige openingstoespraak van de galleriehouder terwijl bezoekers het obligate wijntje drinken, maar een korte uitleg voor elke bezoeker bij de entree wat waar te zien is en voor iedereen een stempel op de hand als bewijs van betaling. De dressing code is zwart en de gemiddelde galerie bezoeker 30 jaar.

 

Voormalig zwembad Stattbad Wedding

De sfeer is ontspannen, met een flesje bier in de hand slentert het publiek door de voormalige doucheruimten, kleedkamers, zwembad en over de publieke tribunes.  Het publiek is deels van niet-Duitse afkomst, we horen heel wat talen om ons heen en de Zweedse stagiaire van de Gallery praat ons bij over de ins en out van de expositie. Het aangeboden materiaal is indrukwekkend. Er worden mooie namen geëxposeerd, althans wel voor hen die thuis zien in Street Art. Toch schittert hier het gemiddelde publiek dat doorgaans een opening van een expositie bijwoont, door afwezigheid.

 

Co-work space in het voormalig binnenzwembad van Wedding

Het is niet de kwaliteit van het geëxposeerde materiaal, het is eerder de rauwe plek en het stadsdeel dat afschrikt. Onbekend maakt nog steeds onbemind. De plek staat nog niet op de lijstjes van ‘places to be’, hetgeen puur het gevolg is van de ligging. Als het Stattbad in Prenzlauerberg of Kreuzberg had gelegen, was deze locatie zondermeer opgenomen en wellicht zelfs met stip genomineerd. Voor het nu is deze plek daarmee (nog) voorbehouden aan de Berlijnse Yuki, de Young Urban Kreative International, immer op zoek naar sfeer en  context en de plekken die er toe doen.




Er zijn nog geen reacties
 

Archief