Blog  

 
De andere kant van de stad
1 juni 2014

Als je vanuit de IJsselkade de Havenstraat neemt en noordwaarts onder de spoorbrug doorloopt, word je onmiddellijk getrakteerd op een groots schouwspel. Boven je de monumentale ijzeren IJsselbrug, in de verte het silhouet van een oude steenfabriek en links naast je de glinsterende IJssel traag slingerend door oneindige groene verten. Toch zullen bewoners van Zutphen bijna nooit deze route langs de IJssel nemen, want de Havenstraat voert naar het bedrijventerrein de Mars.

Voorbij de IJsselbrug word je geconfronteerd met een geweldige leegte. Hier stond ooit het pakhuis van Reesink, door de hoogte en markante bouw toentertijd een landmark voor de stad. Vlak voor de crisis was het besluit gevallen: de panden Reesink zouden niet als monument worden aangemerkt en worden gesloopt. Dat kwam de gemeente goed uit want die had in die tijd nog grootste plannen voor revitalisering en woningbouw op de Mars. Dat veel van die plannen (nog) niet zijn doorgegaan moge duidelijk zijn.

Het terrein ligt en nu leeg en woest bij. De kaalslag is indrukwekkend. Alleen het Koelhuis en de Broodfabriek staan nog overeind. Het Koelhuis is inmiddels een verrukkelijke plek. Een stel met lef heeft er horeca gerealiseerd met een uitstalling die niet onder doet voor hippe gelegenheden in Hamburg of Berlijn.

Door deze lege vlakte wordt een pad aangelegd dat je terugbrengt tot vlak langs het water. Moestuinen en twee rijtjes huizenblokken is het eerste waar je tegenaan stuit. In afwachting van de sloop – die toch echt onafwendbaar lijkt – worden de huizen nog steeds bewoond door een restant van de oorspronkelijke bewoners en tijdelijke bewoners. De mooi aangelegde en onderhouden moestuinen en kunstwerken vallen op en detoneren aangenaam met het pand van Energiemaatschappij Liander. De zelfgebouwde toegangspoort naar de tuin van het laatste pandje aan de Elshorststraat is ronduit indrukwekkend. Het lijkt wel een poort uit de oudheid.

De gemeente heeft op deze plek het fietspad over de IJsseldijk tijdelijk afgesloten. Gele omleidingsborden wijzen fietsers de weg over het bedrijventerrein, tot het punt waar de dijkroute, verderop weer kan worden opgepakt. De weg voert eerst door het Marswegkwartier, Zutphens meest onbekende woonwijk. De wijk heeft een prachtige ligging, pal aan de IJssel met uitzicht op de Marshaven en Houthaven. Dat klinkt allemaal heel romantisch, maar zo romantisch is het niet meer gesteld met dit kwartier. Leegstand, dichtgetimmerde ramen, verwilderde voortuinen en zo af en toe ineens nog keurige vitrage voor de ramen. Dit is de andere kant van Zutphen. Alles is hier in afwachting van de sloop.

Verder noordwaarts de IJsseldijk volgend, stuit je vervolgens tegen de Industriehaven. De setting is echter groen en het water wordt vanaf de dijk door hoog opgeschoten groen aan het oog onttrokken. Iets verderop duikt een bijna levensecht beeld van een imker op. Links en rechts van het pad is een ononderbroken bijenlint gemaakt. Er zijn borden geplaatst om de toevallige passant van de campagne Zutphen Bijenstad op de hoogte te stellen. Ik ben aangenaam verrast. Maar hoeveel mensen zullen hier eigenlijk passeren? Het is weekend en het weer nodigt uit tot een fikse wandeling, maar ik ben sinds ik de IJsselbrug ben onderdoor gedoken slechts 3 personen tegengekomen, waarvan twee bewoners, zittend voor hun huis in het Marswegkwartier en een fietser.

De Industriehaven blokkeert een verdere voortgang naar het noorden en ik besluit via de Marsweg terug te keren naar het centrum van de stad. Het bedrijventerrein is nagenoeg uitgestorven. Zo af en toe passeert een auto. Voor een lage bedrijfshal staan een paar fietsen. De deur aan de zijkant staat open en flarden van gezang stromen naar buiten. Op een bord langs de straat wordt vermeld dat hier de Evangelische gemeente op zondag om 11.00 en 18.00 uur samenkomst houdt.

De Marsweg gaat over in de Coenensparkstaat en vervolgens de Parkstraat. Het laatste stuk richting het station is omzoomd door hoge bomen. Ooit lag hier een park, dat was voordat dit gebied tot bedrijventerrein werd bestemd. Altijd mooi, dat oude namen oorspronkelijke functies blijven duiden. Alhoewel de naamgeving – met een hele forse knipoog dan – wel weer een beetje recht doet aan de huidige situatie. Juist op dit gedeelte van het bedrijventerrein, zo vlak tegen het station aan, liggen veel stukken grond – in afwachting van woningbouw – braak en de natuur neemt het gebied terug. Langs de randen van de percelen, tegen de beschutting van de overgebleven bedrijfspanden, schieten bloemen en struikgewas al weer als kool uit de grond.

 

 




Er zijn nog geen reacties