Blog  

 
Regio Zwolle: Hanze of Moderne Devotie?
15 december 2013

Je zou het misschien wel organische groei kunnen noemen, het proces van regio vorming dat sinds een paar jaar in Zwolle en omstreken plaatsvindt. Een paar jaar geleden schoven een zestiental gemeenten in de regio Zwolle bij elkaar aan tafel op zoek naar gezamenlijke kracht en samenwerking. De deelnemende gemeenten van deze kersverse regio liggen rondom de gemeente Zwolle en maken onderdeel uit van de provincies Overijssel, Gelderland, Flevoland en Drenthe. Voorheen kwamen deze gemeenten, als gevolg van de provinciale indeling, amper bij elkaar op de koffie.

Deze nieuwe horizontaal gestarte samenwerking smaakte al snel naar meer, enkele aanpalende gemeenten overwegen inmiddels ook een liaison met deze nieuwbakken regio aan te gaan, zo werd ons deze week verteld. Het is een van onderop beweging, Minister Plasterk heeft hier feitelijk het nakijken.

Afgelopen week organiseerde de regio voor de tweede keer een jaarcongres. Om te ontmoeten, de delen maar ook om met elkaar op zoek te gaan naar de gemeenschappelijke drager van de regio. Wat is het bindmiddel dat deze regio feitelijk tot een natuurlijk geheel aaneen smeed? Hier is iets bijzonders aan de hand. Het gaat niet om “branding” van bovenaf. Er is ook niet sprake van een door subsidies gedragen “valley” en er is ook niet specifiek één economische thematische drager aan te wijzen die het gebied verbijzondert ten opzichte van het omliggende gebied. Toch kruipen deze gemeenten graag naar elkaar toe.

Economisch wordt in de regio Zwolle heel goed gepresteerd en Zwolle staat al jaren in de top van een aantal ranglijsten. Natuurlijk heeft de regio ook last van de crisis, dat kan niet worden ontkend, maar het algehele beeld is gunstig en de verwachtingen zijn positief gestemd. Als verklaring wordt al gauw naar de logistiek gunstige ligging verwezen, maar misschien zijn er wel heel andere factoren mede bepalend voor dit aangename resultaat.

Op het congres van vorig jaar werd op het podium met elkaar gediscussieerd over de mogelijke dragers van het geheel. Men was het er absoluut over eens dat ze iets met elkaar hadden, maar wat dat dan was, of hoe men zich naar buiten zou moeten positioneren, daar was nog geen eenduidig antwoord op. Een dergelijke discussie ontbrak dit jaar. In plaats daarvan was de cultuurhistoricus Professor Herman Pleij uitgenodigd zijn licht over de regio te laten schijnen. Hij deed dat op voortreffelijke wijze en vatte de identiteit en het onderscheidende van de regio heel concreet samen als de onlosmakelijke verbinding tussen Hanze en Moderne Devotie dat in de genen van de bewoners zit verwerkt. “Het individualisme, zo kenmerkend voor de huidige tijd is hier toentertijd al uitgevonden. Hier werden vragen gesteld, hier stond de eigen verantwoording voorop, of men nu op weg was op aard of naar de hemel”. De zaal moet even lachen, dit is mooi en boud geformuleerd. Maar ondertussen niet minder waar.

Een dergelijke houding leidt tot ideeën-rijkdom, tot ondernemerschap en tot pragmatisch gevoel van samenwerken. Allemaal zaken die voortkomen vanuit kracht en verbinding. Bij de Hanze denkt iedereen aan mooie historische binnensteden en bij religie aan een kerkgebouwen en een stelsel van regels. Maar wat de regio Zwolle verbind is een erfgoed dat veel meer tussen de oren zit dan in stenen of boeken is verankerd.

Na afloop van het congres werd aan de deelnemers de “regio Zwolle monitor” uitgedeeld. In het voorwoord staat: ‘Kenmerkend voor de Regio Zwolle is de hechte samenwerking tussen de vier O’s: Ondernemers, Overheid, Onderwijs en Onderzoek.’ Dat is mooi en ook verstandig maar ik zoek eigenlijk iets anders en blader door. Wordt in de monitor ook het eigene benoemd dat zo kenmerkend is voor deze regio? Veel cijfers over de economie, demografie en topsectoren, maar niet over het wezen van de regio, het unieke verbindende.

Ik ben benieuwd of de handschoen die Pleij heeft opgeworpen wordt opgepakt. En dat in de monitor van volgend jaar de beschrijving niet alleen wordt gezocht in economische prestaties, instituties en topsectoren maar ook in het niet stoffelijke, en om nog een stapje verder te gaan, of beleidsmakers en ondernemers het gezamenlijk aandurven deze regio te “branden” met de combi van Hanze én Moderne Devotie. Het Hanzeverleden is roemrijk, maar niet voldoende onderscheidend, daar kunnen zich immers vele steden in Noordelijk Europa op verstaan, de combinatie van Hanze én Moderne Devotie daarentegen heel bijzonder, alleen voor dit gebied van toepassing en daardoor heel uniek.




Er zijn nog geen reacties
Rembrandt op een tablet
1 december 2013

Ze schuifelen voorzichtig van ets naar ets. De kleinste dame leunt op een wandelstok en haar vriendin hanteert te tablet. Het is zondag en ik ben op de tentoonstelling ‘Rembrandt in zwart-wit’, onderdeel van de expositie ‘Rembrandt op reis door Nederland’ en bevind me in het stedelijke museum Zutphen. De tentoonstelling is vorig weekend geopend. Het is er druk en een overwegend ouder publiek verplaatst zich zachtjes van schilderij naar schilderij. Tablets worden opgeheven, voor een schilderij gehouden en om mij heen hoor ik mensen elkaar zachtjes murmelend tekst vanaf de tablets voorlezen.

In de refter staat een grote trolley vol met kleine laatjes met op elk plankje een tablet. Je kan er bijna niet omheen. Vrijwilligers staan klaar om ze aan te reiken. Het is duidelijk dat een aantal bezoekers nog niet eerder een tablet in de hand heeft gehad. De instructies zijn heel simpel: de tablet voor het schilderij houden en wachten tot de ets is herkent en de uitleg op het scherm verschijnt. Uiteraard kon je ook zonder tablet de tentoonstelling bekijken, maar dat is niet verstandig, zo werd mij aangeraden.

 

 

“Je moet dat ding ook stilhouden,” zegt de kleine dame met de wandelstok tegen haar vriendin, “anders werkt het niet”. “Maar mijn handen trillen een beetje” hoor ik haar protesteren. Gelukkig biedt de procedure ook een escape. Als het niet lukt het beeld te vangen, kan op het scherm het nummer van de betreffende ets worden ingetoetst en verschijnt de uitleg alsnog op het scherm. Het is duidelijk dat de dames nog nooit eerder met een tablet hebben gewerkt. Ik zie ze even worstelen met het beeld vergroten, help ze een handje en als profs zoomen ze vervolgens alle etsen in.

“Ik wil ook zo’n ding”, hoor ik de tablet dragende dame een paar etsen later zeggen, “ik dacht altijd dat ik dat niet kon, maar ik kan het wel! Is dit hoe apps ook een beetje werken”.  Ze staat ineens weer naast me en keek me hoopvol aan. “Ja”, antwoordde ik, “zo moet je je een app ook voorstellen, aanklikken en je bent binnen”. “Dan neem ik ook zo’n telefoon met van die apps,” verzekert ze me. “Kan ik gaan scrabbelen”.

Dat is een mooie bijvangst, dacht ik. Organiseer een tentoonstelling op deze wijze en na een bezoek zijn ook niet ‘tablet-addicts’ ingewijd in de geheimen van de tablet. Ouderenzorg breekt zich het hoofd hoe ze ouderen aan de tablet kunnen krijgen en dit museum krijgt het in een middag spontaan voor elkaar.

 

 

Maar dat niet iedereen gecharmeerd is van verandering moge ook duidelijk zijn. Er was namelijk nog een nieuwigheidje. Het museum heeft in het kader van deze tentoonstelling samenwerking gezocht met een restaurant in het centrum van Zutphen dat bekend staat om haar middeleeuwse dis, het bier wordt er nog in stenen kroezen geschonken. Rembrandt zou er met smaak hebben kunnen eten en drinken.

Over en weer wordt tussen museum en restaurant korting verleend. Positief toch? Museums moeten immers hun eigen broek meer en meer ophouden. Slimme allianties passen daarbij. De man voor mij in de rij bij de kassa stond werd netjes op deze mogelijkheid gewezen. Dat viel helaas niet in goede aarde. Hij liet de kassadame met afgemeten stem weten dat hij van dit soort commerciële informatie verschoond wenste te blijven. Een museum heeft enkel het etaleren van kunst als taak, memoreerde hij haar, en van de rest moet het museum zich verre houden. Niet meer en niet minder. Hij hoopte dat het haar duidelijk was.

Zijn tablets meer of minder? Meer, zou ik zeggen, een mooie aanvulling op de kunst zelf.  Nam deze man er eentje? Ik denk dat u het antwoord wel weet.




Er zijn nog geen reacties