Blog  

 
Voor de echte city geek, the city in one word
29 mei 2013

 

Ik heb wel eens met de gedachte gespeeld dat we steden moeten gaan definiëren door aan grote groepen belanghebbenden te vragen hoe zij de stad in enkele bewoordingen zien. Belanghebbenden kunnen overigens verschillende partijen zijn, de bewoners zelf, op de eerste plaats, maar ook bezoekers van een stad.

Niet dat ze dan de stad in lange zinnen zouden moeten gaan beschrijven, maar gewoon door de stad in kwestie een aantal eigenschappen toe te kennen. Ik zat daarbij te denken aan een rijtje bijvoeglijke naamwoorden, waaruit men dan zou mogen kiezen, een rijtje woorden die we normaal op mensen en dingen loslaten, op stoffelijk en onstoffelijke zaken. Want dat is een stad ook, een levendig mechanisme waar stoffelijk en onstoffelijk zaken een intrigerende symbiose zijn aangegaan.

Hoeveel woorden heb je eigenlijk nodig om een stad te beschrijven? Zou je als je maximaal 1 alinia van 5 regels zou mogen benutten, voldoende ruimte hebben om het wezen van de stad te beschrijven. Of heb je misschien maar enkele trefwoorden nodig? Het leek met toch wel heel redelijk dat je iedereen de ruimte moest geven ten minste 3 tot 5 eigenschappen van een stad te mogen benoemen en dat je dan daaruit – mits het materiaal verantwoord was verzameld, een soort gemene deler zou kunnen concluderen.

 

Screenshot CitiesInOneWord London 29 mei 2013

In april van dit jaar is CitiesInOneWord gelanceerd. Op deze site mag iedereen slechts 1 woord per stad toekennen. Fascinerend! Roep maar wat je wilt. Het mag van alles zijn, een naam van een gebouw of een mens of welk ding dan ook. Of zoals de oprichter van de site het formuleerd: “CitiesInOneWord is your place to express and share your opinion about cities…in one word. It is for people who love cites; it’s for city geeks. Learn more about your city and the cities you are passionate about through unbiassed input by real people”.

Inmiddels hebben al heel wat mensen hun ene woord op een aantal steden los gelaten. Uiteraard bestaat het gevaar dat mensen van buiten een stad op grond van imago, zonder er ooit zelf te zijn geweest, een woord toekennen, beeldvorming kan immers heel hardnekkig zijn. Anderzijds ontstaat door deze manier wel een interessante mix van bewoners, bezoekers en internationale beeldvorming per stad. Op dit moment worden met name grote wereldsteden aan de vork geprikt op CitesInOneWord. De maker van de site beloofd dat ook andere steden zullen volgen.

Ik heb mijn ene woord per stad inmiddels ook op de steden die in CitiesinOneWord worden behandeld, losgelaten. Het was best wel moeilijk. Het liefst had ik eigenlijk 4 of 5 woorden willen kiezen. Maar als je dan toch maar een woord mag kiezen, tja dan is er ook geen keuze en ga je spontaan op je eerste ingeving af. De resultaten van een aantal steden zijn inmiddels al vrijgegeven en ondertussen ook weer aan verandering onderhevig, het is immers een ‘ongoing process’. Leuk!

 




Er zijn nog geen reacties
Regionale impact van 3D printen
19 mei 2013

 

Een paar jaar geleden was 3D printen nog een betrekkelijk onbekend fenomeen en werd er hooguit door een handjevol enthousiaste ontwerpers en innovatieversnellers over gesproken. Dat is nu wel anders, in de kranten en social media volgen de berichten over 3D print technieken elkaar in hoog tempo op. De informatie is echter gefragmenteerd en de impact van een door ontwikkelde 3D techniek op de inrichting van de maatschappij als totaal en specifiek de economische verhoudingen tussen regio’s onderling wordt nog te weinig besproken.

Dat Nederland een beetje voor de stoet uitloopt met 3D printen wordt amper vermeld. Nederland heeft bijvoorbeeld de hoogste Fablab dichtheid in de wereld en ook de plannen voor het eerste 3D geprinte huis zijn in Nederland ontwikkeld. Of neem het wereldrecord D3 robotprinten, dat deze maand door Protospace in Utrecht, als alles goed gaat, wordt gerealiseerd.

Met andere woorden, het klimaat in Nederland is zeer ontvankelijk voor deze nieuwe techniek en dat is goed nieuws want 3D printen gaat de wereld veranderen. Deze week gaf innovatiedirecteur Egbert-Jan Sol van TNO ook een duidelijk signaal in het FD af aan ontwerpend en innoverend Nederland. Hij onderkent vijf innovatiekansen voor Nederland, een daarvan is het 3D printen van voedsel in samenhang met door te ontwikkelen gentechnieken.

 

 

Binnen onafzienbare tijd kunnen we allemaal onze eigen producten printen, of het nu om hebbedingetjes gaat of om kleine en grote noodzakelijke onderdelen. We halen een ontwerp van het internet, passen het eventueel nog een beetje aan en sturen de opdracht door naar de printer. Of we dat nu doen met een 3D printer thuis, of dat we de opdracht sturen naar de printboer op de hoek en het daar gaan ophalen, dat doet er niet toe. Kern van de zaak is dat we straks producent en consument tegelijk zijn geworden en dat we daarmee complete productie- en logistieke ketens uitschakelen. Dat betekent dat de huidige status quo tussen industriële kolommen en logistieke ketens en afnemers enerzijds en tussen ontwikkelde regio’s en lage lonen regio’s anderzijds, behoorlijk wordt opgeschud.

Velen zullen het zich nog amper kunnen voorstellen. Het oogt allemaal nog zo speels en onbeduidend wat we doorgaans voorbij zien komen: wat kleine plastic figuurtjes, uitgeprinte sieraden en 3D geprinte lampen. Hoezo gaat dergelijke producten voor een revolutie zorgen? Toen deze maand het 3d print ontwerp voor een pistool op het internet werd gezet, begon het een beetje te gisten. Verbazing alom. Dat kon dus ook. Inmiddels heeft de Amerikaanse defensie het ontwerp laten weghalen van de desbetreffende site. Wat ook wel een logische actie lijkt. Natuurlijk willen we niet dat elke gek zo maar een ontwerp voor een pistool in handen kan krijgen, maar het is feitelijk dweilen met de kraan open. Het ontwerp is inmiddels tig keer gedownload en het verandert niets aan de kern van de nieuwe werkelijkheid: er zullen steeds vaker ontwerpen worden upgeload, die vervolgens voor iedereen toegankelijk zullen zijn en in eigen beheer kunnen worden uitgeprint. Of dat nu om designproducten,  nuttige onderdelen, handige hebbedingetjes, complete inbouw pakketten,  huizen of – helaas – wapens gaat.

 

 

Het gaat nu nog vooral om producten opgebouwd uit plastic, maar we zullen in staat zijn steeds meer materialen in te zetten voor 3D printen. Ook organisch materiaal behoort tot de mogelijkheden en op den duur kunnen we complete organen van levendig materiaal printen. Een dergelijke ontwikkeling zal uiteraard ethische kwesties oproepen. Vragen als in hoeverre het menselijke leven volledig maakbaar en beheersbaar dient te zijn, maar ook wie komt wanneer in aanmerking voor dergelijke technieken en gaat deze techniek niet zorgen voor een grotere kloof tussen de haves and the have nots.

Maar terug naar het aspect van productie en logistiek. Als we alles zelf heel gemakkelijk ter plekke kunnen maken, schakelen we veel partijen uit die nu nog van de productie en de logistiek profiteren. Dat betekent in ieder geval milieuwinst, we gaan immers minder met onderdelen over de lange afstand slepen, maar het bekent ook in dat er economische verschuivingen gaan optreden met de daarmee gepaarde onrust. Wat gaat dat bijvoorbeeld voor de rol van Azië betekenen, nu nog de productiefabriek van de wereld, of Afrika, de grondsstoffenproducent bij uitstek. De futuroloog Stowe Boyd stelde zelfs dat de 3D printer er misschien wel de oorzaak van zou kunnen zijn dat het immense China, uit elkaar gaan vallen in verschillende deelstaten. Dat is een heel verstrekkende gedachte, maar het prikkelt wel tot nadenken over de impact van 3D printen op de inrichting van onze maatschappij en het effect van deze techniek op de huidige wereldorde. Hoezo nog denken dat 3D printen alleen maar een speeltje voor volwassen jongens en meisjes is?

 

 




Er zijn nog geen reacties
Hoe we het begrip ambacht van waardigheid hebben beroofd
15 mei 2013

 

We hebben het woord ambacht in de loop van de jaren een negatieve connotatie meegeven en ons zelf daarmee behoorlijk de das omgedaan. Jongeren in Nederland kiezen al jaren niet meer voor techniek en we hebben steeds meer en meer een tekort aan goede vakkrachten.

De ambachtsschool verdween en daarvoor in de plaats kwam het beroepsonderwijs. Dat onderwijs deelden we vervolgens op in niveau’s, waarbij theoretisch kunnen leren beter werd gewaardeerd dan het beheersen van praktische vaardigheden en inzichten. De boodschap was duidelijk: als je kan leren dan kies je niet voor een praktisch beroep, daar kom je immers alleen in terecht als je niet wilt of kan leren.

Op school leerden we over de opeenvolgende maatschappijen: eerst hadden we de agrarische samenleving, toen een industriële samenleving en toen een post industriële samenleving waarin de dienstensector domineerde. Er lag een  impliciete boodschap onder deze kwalificering: onze maatschappij ontwikkeld zich naar een steeds betere toestand en witte boorden banen zijn beter dan het blauwe boorden werk.

 

 

Ondertussen organiseerden we zomermarkten met allerlei volksvermaak, met daarbij steeds terugkerende programma-onderdelen zoals grijze mannen in boerenoveralls met rode zakdoeken omknoopt, die oude ambachten demonstreerden. De boodschap was explicitiet: het beoefen van een ambacht is ouderwets en niet meer van deze tijd. Met dergelijke beeldvorming zijn een tweetal generaties in Nederland groot geworden.

De laatste jaren is een lichte kentering zichtbaar. Er is weer belangstelling voor authentieke en lokaal geproduceerde producten. We zien start ups van jonge mensen die oude kennis en nieuwe technieken weten te combineren en prachtige producten op de markt brengen. En als je 10 jaar geleden zou hebben gezegd dat breien en naaien grote groepen jonge vrouwen in de greep zou krijgen en het onderhouden van volks en moestuintjes hip zou worden, zou je waarschijnlijk meewarig zijn aangekeken. Heel belangrijk voor de kentering in denken is ook de opkomst van 3D printing, waardoor wereldwijd de productie en logistieke processen op de kop worden gezet en we straks allemaal zelf producten en onderdelen op maat maken. Leve de herwaardering van het zelf gemaakte product. Leve het ambacht.

 

 

Het zijn dit soort signalen die de toekomstige generatie zal gaan oppakken, waardoor ze weer eerder voor een praktisch beroep zal gaan kiezen. Op korte termijn zullen we echter nog wel een ander misbaksel de wereld moeten uithelpen: we hebben immers vele beroepsbeoefenaars hun deskundigheid afgenomen door elke handeling op te knippen, te standaardiseren en te controleren. We geven daarmee het signaal af dat deze beroepsgroep niet in staat is naar eigen inzicht en expertise te handelen. Als we in die manier van werken ook nog even het mes zetten, dan krijgt het uitoefenen van een ambacht haar volle waardigheid terug en is het volgen van een vakopleiding een mooi wenkend perspectief.




Er zijn nog geen reacties