Stedelijke ontwikkeling  

 
Prefereert het eigen belang bij burgerparticipatie?
27 maart 2013

 

Not in my back yard. Het nimby effect zit sterk ingebakken bij velen. Gisteravond organiseerde de gemeente Zutphen een arenaconferentie om samen met aanwezigen te komen tot een aantal optimale varianten inzake de verbouwing van het Broederenkerk/kloostercomplex tot een eigentijds cultuurcomplex.

Hoe krijgen we burgerparticipatie van de grond waarbij het accent ligt op overstijgend denken en niet op het verdedigen van eigen belangen? Maar ook, hoe krijg je vertegenwoordigers uit alle geledingen en leeftijdsklassen aan tafel?

Gisteravond was met name de leeftijdsklasse vanaf 60 jaar en ouder vertegenwoordigd. De jongere mensen in de zaal, waren in functie, ze vertegenwoordigen de gemeente of een andere betrokken partij in de organisatie van de avond. Waar waren de andere leeftijdsgroepen? Zijn alleen 60 plussers geïnteresseerd in een dergelijk cultuurcluster? Dat geloof ik niet. Toch waren op deze avond al helemaal geen jongeren en nagenoeg geen dertig/veertigers afgekomen, ondanks het feit dat deze avond ook wel via social media was aangekondigd. Nu kan het natuurlijk ook zijn dat jonge mensen de gemeente niet volgen via social media. Wat dat betreft valt er nog een wereld te winnen: Op welke wijze betrekt de gemeente de burger bij participatie en hoe zorgen we er met elkaar voor dat alle generaties aan tafel zitten en meedenken?

 

Burgerzaal, arenaconferentie Broederenklooster

Gisteravond lag de nadruk met name op de stedenbouwkundige invulling van het te realiseren cultuurcluster. Door toevoeging van 1 of twee vleugels nieuwbouw wordt het gemankeerde hof – op dit moment slechts omsloten door twee wanden – weer een besloten kloosterhof en kunnen in het complex zowel de reeds aanwezige functies (de bibliotheek en het Stedelijk Museum) worden gecontinueerd als ook extra functies worden toegevoegd zodat een aantrekkelijk cluster gaat ontstaan zowel voor bewoners als voor toeristen.

Het huidige hof bij het complex biedt ruimte aan het Gideon monument, in 1950 opgericht ter nagedachtenis aan slachtoffers van de tweede wereldoorlog en dit bleek de splijtzwam. Aanwezige bewoners verdeelden zich feitelijk over twee kampen. Vanuit het ene kamp werd een sterke lobby gevoerd feitelijk zo weinig mogelijk aan de plek te veranderen. Deze groep beoogt rust en ruimte om tijdens de nationale dodenherdenking blijvend de mogelijkheid te hebben op deze plek de oorlogsslachtoffers te kunnen herdenken. Verplaatsing van het monument naar een andere door de oorlog verstoorde plek in de stad, is voor deze groep niet aan de orde

 

 

De andere groep zoomde niet alleen in op de ruimtelijke varianten die werden aangeboden, maar ook op het nut en noodzaak van de clustering. Maar ook hier, veel eigen deelbelangen waardoor een overstijgend belang niet altijd kon worden bereikt. Daar zit natuurlijk ook de angel, hoe stijg je als belanghebbende boven het niveau van inspraak op de eigen onderdelen uit naar constructieve samenwerking aan het grotere belang? Maar toch, ondanks die angel, wel een aantal rake opmerkingen die als waardevolle aanvullingen op de conceptvarianten door de gemeente konden worden meegenomen.

De avond werd treffend afgesloten door de woorden van een heer op leeftijd. Hij verweet het gros van de aanwezigen dat ze daar enkel en alleen zaten om hun eigen wensen na te jagen, ondanks het feit dat ze nog maar kort van leven hadden en hij hekelde het feit dat ze daarbij al helemaal geen oog hadden voor de belangen, wensen en noden van jongere generaties, de toekomstige gebruikers van het complex. Deze spreker had gelijk. Dat is inderdaad de vraag die deelnemers aan dergelijke bijeenkomsten zich moeten stellen: zit ik hier enkel en alleen voor mijn eigen belang of ben ik in staat ook de belangen van anderen te borgen en vanuit een groter geheel naar het gebeuren te kijken?




Er zijn nog geen reacties
Ongelijke kansen voor deelnemers aan Kroonappels in ronde twee te geraken
17 maart 2013

 

Nederland is dit weekend in de ban van vrijwilligerswerk en sociale initiatieven. Zowel de actie NLdoet als de actie Kroonappels hebben deze dagen hun beslag. Het zijn beide initiatieven van het Oranjefonds, het zal dan ook wel geen toeval zijn dat ze daarom gelijk op lopen, zo versterken ze elkaar.

De actie NLdoet kennen we al een aantal jaren maar Kroonappels is nieuw. Ter gelegenheid van de troonswisseling is het Oranjefonds op zoek naar de mooiste sociale initiatieven in het Koninkrijk. Verenigingen en Stichtingen zij massaal opgeroepen mee te dingen. Er zijn drie categorieën: Jeugd, Buurt en Helpende Hand. Dit weekend mag Nederland stemmen, per huishouden kan voor elk van de drie categorieën 1 stem worden uitgebracht binnen de eigen gemeente. De winnaars van elke gemeente mogen vervolgens in de daaropvolgende ronde binnen de eigen regio (provincie of provinciedeel) op elkaar gaan stemmen zodat er uiteindelijk per regio voor elke categorie een winnaar uit te bus komt. En die mogen ook weer op elkaar stemmen zodat er uiteindelijk per categorie 1 winnaar overblijft. Prijzengeld: een Appeltje van Oranje en 50.000 euro.

 

Rotterdam, Nieuwe Binnenweg, Jules Deelder

Het Oranjefonds laat op haar site weten dat ze duizendenden inzendingen hebben ontvangen. Dat geloof ik onmiddellijk. Nederland telt 408 gemeenten. Als die allemaal al op elke categorie 1 initiatief zouden indienen zou dat al goed zijn voor zo’n 1200 inzendingen. Ik klik lukraak een paar gemeenten aan van verschillende grootte en zie aantallen variërende van een paar, tot enkele tientallen tot ruim 100 ingediende initiatieven per gemeente voorbij komen. Prachtig toch dat alle inzendingen zo zichtbaar zijn? ‘Free publicity’ voor de deelnemers en meer transparantie in de aard en aantallen van de inzendingen kun je je als publieksjury niet wensen. Maar ondertussen zit ik wel snel te rekenen en te vergelijken.

Per gemeente voor elke categorie een winnaar uitroepen die vervolgens doorgaat naar ronde twee? Dat voelt niet eerlijk. Dan hebben initiatieven in grote gemeenten toch veel minder kans om uberhaupt op de shortlist te komen? Afdalende in de spelreglementen blijkt wel dat er een paar correcties zijn aangebracht, met name voor de drie grootste steden. In Amsterdam,  Rotterdam  en Den Haag gaan per categorie respectievelijk 12, 10 en 8 initiatieven door naar de tweede ronde. Waarom geen speciale behandeling voor Utrecht, vraag ik mij dan af. Dat is toch de vierde stad van Nederland en zit qua inwoneraantal zeer ruim boven Eindhoven en Tilburg, respectievelijk de 5e en 6e stad van Nederland.

 

Actiebanner NLdoet

Utrecht is in deze voorkeursbehandeling wel een beetje de gebeten hond, Den Haag, de derde stad van Nederland kent met 504.000 inwoners 88 ingediende initiatieven en Utrecht, met 320.000 duizend inwoners zelfs 100 initiatieven. Op grond van het spelreglement gaan er vanuit Den Haag dus 8 initiatieven door en vanuit Utrecht maar 1. Dit voelt onrechtvaardig.

Vooraf viel natuurlijk niet te voorzien welke aantallen zouden worden ingediend, maar enkel en alleen een correctie voor de drie grootste steden? En de vierde en daaropvolgende grote steden gelijkscharen met de kleinste gemeenten van Nederland, waar maar een paar duizend inwoners wonen en per categorie soms maar 1 initiatief is ingediend? Daar zou ik niet voor hebben gekozen als ik deze wedstrijd had mogen uitschrijven. Ik zou niet alleen voor de allergrootste drie steden hebben gecorrigeerd, maar ook voor grote steden en de groep middelgrote steden.

Zullen een aantal deelnemers deze ongelijkheid ervaren? Ik denk het wel. Natuurlijk is deze zoektocht naar kroonappels een zeer sympathiek initiatief en meedoen is zondermeer leuk en de moeite waard, het levert immers extra exposure op, maar aangezien er ook een wedstrijdelement is ingebracht, met een aangename prijzenpot van 50.00 euro, wil iedereen wel gelijke kansen hebben in ronde twee te geraken en uiteindelijk te kunnen winnen.

 

 

 




Er zijn nog geen reacties
TEDx Zwolle, inspiratie en optimisme
12 maart 2013

Vandaag werd een TEDx event in Zwolle georganiseerd. Natuurlijk kun je TED talks ook op een viewing party bekijken of achteraf, via het internet, maar een face to face contact met de pitchers op het podium geeft zoveel meer extra ervaring. Het was ook de schaal van het event – we zaten in de knusse en intieme theaterzaal van het Deltion college – waardoor het zowel tussen de talks door als achteraf, ook goed mogelijk was met de sprekers in contact te komen.

Veertien sprekers, verdeeld in drie blokken, onmogelijk om in 1 blog te verslaan, maar de teneur, de rode draad moet lukken. Het eerste blok had het thema environment. Opvallend was het woord fragiel. Het kwam zowel terug in de talk van Andre Kuipers als Thomas Rau. Andre Kuipers bezag de aarde vanaf een afstand en zag hoe fragiel ze was en Thomas Rau bekijkt de aarde vanuit een kringloopgedachte en nam ook het woord fragiel in de mond: Energie en menselijke power hebben we voldoende, maar bepaalde grondstoffen niet.

Zijn concept van ‘performance’ is intrigerend, simpel gezegd zijn we geïnteresseerd in de dienst die een product verleend, bijvoorbeeld dat onze was schoon wordt of dat we mobiel kunnen bellen. Dat zoiets dergelijks is verpakt in de vorm van een wasmachine of een mobiele telefoon, dat is een afgeleide zaak en daar zit de crux in het betoog van Rau: De fysieke manifestatie van het product zit vol met kostbare grondstoffen, scheep daar de consument niet mee op – die gooit het daarna weg – maar verkoop enkel de performance en geef het fysieke omhulsel aan de consument tijdelijk in bruikleen. Daarmee is de producent en niet de consument verantwoordelijk voor de recycling en gaan geen kostbare grondstoffen verloren.

 

 Maria Westerbos

Hoe asociaal de menselijke consument alles zo maar weggooit en/of klakkeloos consumeert bleek ook uit de talk van Maria Westerbos over de Plastic Soup. Natuurlijk hebben we allemaal gehoord van de gigantische hoeveelheden plastic die als massale kluwens in de oceaan drijven. Maar naar de talk van Westerbos zit het probleem heel urgent tussen de oren. We hebben met elkaar een megaprobleem gecreëerd en de technieken zijn nog niet voorhanden om dit probleem eventjes op te lossen. Ondertussen leven we in een plastic maatschappij en kunnen we ook niet meer zonder. Westerbos vertelde over een gemiddelde consumptie van 70 kilo plastic per aardbewoner per jaar! Dat is schrikken. Momenteel zijn er foute en goede plastics in de omloop. Maar zijn we in de winkel al wel in staat als consument goede en foute verpakkingsmaterialen te herkennen? Ik zou wel een plastic keurmerk label willen hebben. Dan weet je tenminste wat je koopt.

In de tweede serie talks stond ICT centraal. Met een fantastisch pleidooi van Ton Zijlstra voor Open Data. Door data en daarmee kennis te delen kunnen we vanaf een ander perspectief naar de zaken kijken en mede daardoor veel eerder innoveren. We leven in netwerken, open data geven de leden van het netwerk ook de mogelijkheid zelf bepaalde zaken aan te pakken en op te lossen. De metafoor van de mier die Zijlstra aanhaalde is wel een heel treffend. Je wilt toch niet temidden van een kluwen van medemieren leven en je ding doen zonder vragen te stellen? Don’t become an ant!

Heather Schlegel heeft onderzoek gedaan naar veranderde wijzen van betaling mede mogelijk gemaakt door de digitale netwerken waarin we leven. De vraag die zij stelt is intrigerend: in hoeverre het huidige betaalsysteem als dominant systeem kan en zal worden gehandhaafd. Reguliere valuta kunnen worden vervangen door plaatselijke valuta, we gaan ook steeds meer goederen en diensten ruilen zonder dat er geld aan te pas komt en via het internet en social media bevelen we producten, diensten en mensen aan, feitelijk een gunfactor die waarde creëert zonder dat er geld aan te pas is gekomen. Maar ook door data openbaar te maken en te delen creëren we extra waarde en daarmee versterkten de talks van Ton Zijlstra en Heather Schlegel elkaar direct.

 

Hendrik Blokhuis

In het derde blok stond productie centraal. Peter Phleps, futuroloog bij het IFMO legde een interessante case voor. Stel dat we straks auto’s hebben die we niet meer zelf hoeven te besturen. Wat een impact dat zal hebben op de samenleving: Niet alleen kan iedereen dan blijven rijden tot op hoge leeftijd, we zullen minder ongelukken krijgen waardoor de kosten voor de zorg omlaag gaan en we hoeven geen kostbare ruimte aan te wenden voor  parkeerplaatsen in de binnenstad. We stappen immers uit en de auto zoekt zich zelf wel een parkeerplaats verderop. Maar de nadelen zijn er ook: meer auto’s, meer congestie en meer kilometers file. Het is maar vanuit welk perspectief je naar deze optie kijkt en al dan niet blij van kan worden. Wellicht worden het wel ‘cars on demand’? Een soort taxi’s die we digitaal bestellen en delen met anderen die ook dezelfde kant op moeten? Hoe dan ook, dergelijke ontwikkelingen zullen een enorme inpact hebben op stedelijke inrichting, verkeer- en vervoersstromen en krimpvraagstukken.

Kijkende naar productie en datasharing, kon natuurlijk ook niet het Fablab ontbreken. Tomaz Diez van het Fablab Barcelona vertelde aanwezigen over de impact van datasharing op productieketens en afval en over de stad als Open Lab: via een keten van gespecialiseerde fablabs wordt kennis gedeeld en produceert de stad wat ze  zelf nodig heeft, niets meer en niets minder.

Barelona kent relatief veel Fablabs, meer dan welke andere stad in Europa en daar zie je dat alles in elkaar grijpt en dat we feitelijk om ons heen de proeftuinen van de nieuwe samenleving al zien verschijnen: In eerste instantie gedreven door de economische crisis, zijn met name in Barcelona heel veel alternatieve valuta en ruildienst systemen opgezet. Het is dan ook heel bijzonder van Tomaz Diez te vernemen dat het ook Barcelona is, waar het gedachtengoed van het Fablab zo aanslaat. Dankzij nieuwe technieken, datasharing en veranderende kijk op transactiestromen zijn gemeenschappen in staat toegevoegde waarde te creëren en zo voor zich zelf een nieuwe en betere toekomst te creëren.

 




Er zijn nog geen reacties