Blog  

 
Wisselende regionale identiteit
26 november 2012

 

Gemeentelijke herindeling houdt de gemoederen in Nederland al een aantal jaren bezig. Waarbij politieke besluitvorming rondom gemeentelijke herindeling vooral wordt gedreven door het op zoek gaan naar de optimale omvang, verbeterde afstemming en kostenbesparing voor het geheel en dergelijke argumenten ook wel door de burger kunnen worden onderstreept, zie je ook veel verzet tegen gemeentelijke fusies gevoed door angst de eigen lokale identiteit in het grotere geheel te verliezen. Als het aan Rutte II ligt schalen gemeenten op tot bestuurlijke eenheden van tenminste 100.000 inwoners. Dat is fors. Zeer fors. We hebben in Nederland per 1 januari 2012 415 gemeenten waarvan er maar 27 gemeenten boven de 100.000 inwoners uitkomen. Met andere woorden, die overige 388 kunnen met elkaar aan de slag. Is dat niet een tikje overdreven?

Over de ideale gemeenteomvang valt van alles te zeggen. Er wordt ook steeds meer onderzoek naar gepleegd. Marlet en Woerkens wijden hun Atlas van Nederlandse Gemeenten 2012 geheel aan het thema en concluderen: ‘een optimale schaal voor lokaal bestuur resulteert in een gebied dat zo veel mogelijk overlapt met de werking van de arbeidsmarkt en woningmarkt en met de reikwijdte van publieke voorzieningen.’ Ook de universiteit van Groningen voert uitgebreid onderzoek naar gemeentelijke herindelingen. De eerste conclusies lijken het nut en de noodzaak van de gemeentelijke herindelingsoperatie zoals die nu door het kabinet wordt voorgestaan enigszins tegen te spreken.

Regionale identiteit verandert met het opschalen van de regio. We zijn op de eerste plaats allemaal inwoners van een stad, dorp of gehucht. Door het samenvoegen van gemeenten ontstaat nogal eens gesteggel over de naam die de nieuwe gemeente gaat dragen. Zowel bestuurders als inwoners willen de oorspronkelijke lokale identiteit zoveel mogelijk in de nieuwe gemeente terug kunnen vinden. In dit proces zien we feitelijk drie varianten voorbijkomen. De macht van het getal, dat wel zeggen de grootste fusiepartner levert de naam, kiezen voor een dubbele naam, bijvoorbeeld de gemeente Sittard-Geleen, of kiezen voor een nieuwe naam en dan met voorkeur een naamgeving waarmee het gros van de inwoners zich kan identificeren en waardoor de buitenwacht de nieuwe gemeente geografisch kan plaatsen.

 

Landgoed Singraven

Wat dat betreft ben ik wel blij met de naam die de fuserende gemeenten in mijn geboorteregio hebben gekozen. De gemeenten Weerselo, Ootmarsum en Denekamp fuseerden een aantal jaren geleden en kozen voor de naam Dinkelland. De naam appelleert aan het riviertje de Dinkel, een prachtig kronkelend en meanderend riviertje in Oost-Twente, een plek waarmee ik me onmiddellijk kan identificeren. Op de website van de nieuwe gemeente Dinkelland is nog wel wat oud zeer van de fusie te vinden. Onder het menu ‘Beleef Dinkelland’ krijgt de bezoeker bovenal de suggestie dat Dinkelland met name Ootmarsum is. Hoezo? Dinkelland is toch veel meer dan alleen Ootmarsum? Ik voel verzet tegen deze keuze. En het Stift dan, of het prachtige verstilde kanaal Almelo-Nordhorn. Of landgoed Singraven? Horen die plekken dan ook niet op de hoofdpagina thuis?

Als ik mijn identiteit verder opschaal beland ik in Twente. Waar gemeentegrenzen vast liggen is een regionale identiteit vooral een gevoelsmatige kwestie. Doordat Twente zowel in het noorden, oosten als zuidoosten grenst aan Duitsland, is de regio duidelijk afgebakend. Alleen de westgrens is diffuus. Echter het volkslied van Twente geeft de rivier de Regge als westgrens aan en daarmee is dat probleem ook weer geelimineerd. Voor de rest van Nederland staat Twente inmiddels goed op de kaart. Met dank aan Herman Finkers en de Universiteit van Twente.

Een schaalniveau hoger wordt het Oost-Nederland. Waar de provincies Zeeland en Friesland een duidelijke regionale identiteit weerspiegelen zal iemand uit het oosten niet snel zeggen dat hij of zij afkomstig is uit de provincie Overijssel.

 

Flexkantoor Xindanwei Shanghai

Daarna wordt het kilometers maken. Van Nederland naar West-Europa en Europa. Maar wat is tegenwoordig West-Europa? In de tijd van de Koude Oorlog was het gebied duidelijk begrensd, tegenwoordig verschillen de meningen welk land tot West-Europa kan of wil worden gerekend. En wie overigens denkt dat Europa voor een ieder duidelijk is begrensd vergist zich. Je moet van behoorlijke cartografische huize komen om de oost en zuidoostelijke grens van Europa goed te kunnen definiëren, voorzover dat überhaupt mogelijk is. Europa is veel meer een cultuurbegrip dan een specifieke tot op de kilometer bepaalde landmassa.

En na Europa? Wereldburger? Ik denk het wel. Vooral als je met evenveel gemak het ene moment zit te flexwerken in Zwolle of Utrecht en het andere moment in London of Shanghai. En dat roept onmiddellijk een vraag op over je eigen identiteit. Maakt het voor je eigen individuele identiteit uit waar je woont of werkt? Ik denk het niet. Althans voor  mij niet. Identiteit is iets wat je bij je draagt, maar wat zich in de loop van de jaren ook aanpast al gelang de plekken waar je hebt gewoond en de inzichten die je hebt verworven. Identiteit is daarmee een mix van verleden en heden geworden, nooit stilstaand en altijd in beweging.




Er zijn nog geen reacties
O-P-A gaat zich zelf opnieuw uitvinden
24 november 2012

 

Het Ontwerp Platform Arnhem (OPA) beëindigt noodgedwongen zijn activiteiten per 1 januari 2013. In plaats van een maandelijks ontwerpcafé werd afgelopen dinsdag een afscheidsbijeenkomst georganiseerd in het Departement Arnhems Design.

De zaal zat met om en nabij de 100 aanwezigen bomvol. Gespreksleider Marlies van Leupen wist het gesprek goed te regisseren, wat ook wel nodig was gezien de emoties die het besluit zowel bij bestuur, leden en fans van OPA heeft losgemaakt. Voor de pauze werd met name het bestuur in de gelegenheid gesteld een toelichting te geven op het genomen besluit. Kortgezegd komt het er op neer dat er nog geen zicht is op financiering na 1 januari 2013 en het bestuur het derhalve niet verantwoordelijk vindt om voor de periode na 1 januari  betalingsverplichtingen aan te gaan, lees personele inzet en het continueren van de verplichtingen ten aanzien van de locatie aan de Broerenstraat 53, waar het Departement Arnhems Design is gevestigd. Een subsidieaanvraag is ingediend, maar of deze wordt gehonoreerd is nog niet duidelijk. Derhalve zijn lopende verplichtingen per 1 januari opgezegd.

 

 

Kortom, OPA is niet meer? Een bizarre gedachte. Arnhem is toch het voorbeeld in Oost Nederland waar de creatieve industrie zich goed heeft verenigd en waar sprake is van duidelijke profilering van de sector. Daarbij vergeleken is er voor Enschede, Hengelo, Deventer en Zwolle, om maar een paar steden in Oost Nederland te noemen, nog een lange weg te gaan. Landelijk gezien staat Arnhem goed op de kaart, CLICK NL heeft de regio Amsterdam/Hilversum/Utrecht/Amersfoort , de regio Delft/Rotterdam en de steden Eindhoven en Arnhem aangewezen als de gebieden waar het moet gaan gebeuren. Deze gebieden zijn de vliegwielen van de creatieve sector. De ‘places to be’ als het om creatieve innovatie in Nederland gaat.

Gemor, gemopper, teleurstelling en visies voor de toekomst. Het schoot dinsdag alle kanten op toen na de pauze het publiek in de gelegenheid werd gesteld mee te denken. Het bestuur zou zich hebben vergaloppeerd aan de verplichtingen die het sinds kort ten aanzien van het Departement Arnhems Design op zich heeft genomen. En personele inzet, hoezo? Dan gaan we toch weer met vrijwilligers werken, dat deden we vroeger ook. En waarom zoeken we het niet in een hogere contributie en of een bijdrage voor het bijwonen van bijeenkomsten? Voor elk argument was wel bijval of een tegenreactie. Maar de energie viel weg in de zaal toen het bestuur voorstelde dat ze graag de komende weken ideeën in ontvangst zou nemen, zich daarover zou beraden en er op zou terugkomen bij de achterban.

 

Departement Arnhems Design, foto kunstencultuurkaart.nl 

 

Dat het bestuur omtrent de financiële context een besluit had genomen daar had men begrip voor, kon men zelfs billijken. Maar keuzes maken over een doorstart, dat pakten aanwezigen zelf liever op en graag open en transparant. Een datum is al geprikt. De eerste bijeenkomst staat op 13 december gepland, in restaurant Dudok, waar OPA voorheen regelmatig bijeenkwam.  En ondertussen wordt op Facebook en Linkedin in aanloop naar de 13e discussie gevoerd zodat iedereen het kan volgen en/of meedoen.

Er was veel positieve energie in de zaal. Met de plannenmakerij komt het vast wel goed. Ik kan me niet voorstellen dat OPA ten grave wordt gedragen. De vraag is wel in hoeverre je iets kan optuigen dat er werkelijk toe doet zonder aanjaaggelden in de kas. Want we hebben het hier wel over innovatie. Daarbij hoort zeker een stimulerende en faciliterende overheid. Het mooie voorbeeld in deze is nog altijd Eindhoven. Die stad heeft zich de afgelopen pakweg 10-15 jaar opnieuw uitgevonden als creatieve stad/designstad en dat is gelukt door het gezamenlijk opstomen van de participanten in de sector zelf en de gemeente Eindhoven.

Veel meer regionaal samenwerken. Ik heb het ook even tijdens de bijeenkomst van afgelopen dinsdag aangestipt. Uiteraard heb je als stad een sterk lokaal netwerk nodig waar de sector en geïnteresseerden regelmatig kunnen samenkomen en ideeën uitwisselen. Dat is en blijft de basis. Maar stap twee is regionale samenwerking om krachten te bundelen. En daar doen we nog maar mondjesmaat aan in Oost Nederland. Dan zijn we met de activiteitenagenda nog veel te veel op eigen stad gericht. Waardoor ingevlogen kennis, lees bijzondere gastsprekers of workshops vaak alleen maar worden gedeeld met de eigen achterban. En waardoor slimme allianties kunnen worden gemist. Want hoe graag we ook gebruik maken van social media en ons digitaal van kennis voorzien, na afloop van events ontstaan soms hele krachtige samenwerkingsverbanden enkel en alleen omdat betrokkenen elkaar life hebben ontmoet.

 



  1. Paul de Bruijn says:

    Voor het eerst dat ik deze site bezoek. Een heel goed verslag van deze bewogen avond. En zeker, Arnhem en de regio zal echt een nieuw platform voor ontwerpers krijgen. Maar de tijden zijn veranderd en daarmee vorm die dit platform zal aannemen.

    13 december (20.00 uur in Dudok) kan een start worden gemaakt voor een nieuw vervolg. Ik hoop dat zoveel mogelijk mensen de moeite nemen om alles wat met en door O-P-A is opgebouwd een nieuwe toekomst te geven.

Afscheid van het verzorgingshuis?
18 november 2012

 

Het is een schrikbeeld dat ons allemaal wel eens door het hoofd schiet en waar we liever nog helemaal niet aan willen denken. Hoe ziet ons leven eruit als we oud zijn? En waar wonen we dan? Toch niet in een verzorgingshuis?

We hebben feitelijk heel iets raars met onze maatschappij gedaan. We hebben na de tweede wereldoorlog een rechtenmaatschappij opgebouwd. Iedereen kreeg recht op zorg, onderwijs, inkomen en huisvesting. Op zich een groot goed. Maar we werden ook een beetje lui, we werden van de wieg tot het graf verzorgd en begonnen dat heel normaal te vinden. De verzorgingsstaat was een feit geworden. De burger had rechten en de overheid plichten. Zo simpel lag het. De eigen verantwoordelijkheid werd nagenoeg vergeten en zorg werd een uitbesteed product. E.e.a ging hand in hand met individualisering, je wilde als zieke of oudere niet meer afhankelijk zijn van je familie. Verzorgd worden door de staat bood daarmee ook een zekere waarborg voor privacy en voorkwam dat anderen, lees familie en vrienden, zich teveel met je leven gingen bemoeien. En met elkaar creëerden we het product verzorgingshuis. Het joeg ons schik aan, we wilden er niet in wonen maar schoven onze ouderen er wel in.

We zijn te ver doorgeschoten en daar zijn we ons inmiddels van bewust. De crisis heeft ons ondertussen ook geen keuze gelaten.  We buigen de koers bij en zijn op zoek naar een nieuw evenwicht. Dat gaat moeizaam. Na 50 – 60 jaar vertroeteling door de overheid lijkt overheidszorg wel zoiets als water en eten. Kunnen we nog wel zonder?

 

Verzorgingshuis het Schild, Wolfheze. Inpandige buitenruimte.

Woensdagavond 14 november is de Gelderse studiekring Ruimtelijke Ordening (GSRO) op uitnodiging van Inbo te gast bij ‘Het Schild’, centrum voor visueel gehandicapte ouderen in Wolfheze, een zorgcomplex waar enkele jaren geleden door Inbo vernieuwbouw is gepleegd. We gaan met elkaar in gesprek over de toekomst van het verzorgingshuis. Met dit onderwerp op tafel is de omgeving waar we elkaar treffen heel toepasselijk.

We starten met een rondleiding. Ons realiserend dat alles in dit huis enigszins anders is als in een ‘normaal’ verzorgingshuis. Hier zijn de meeste inwoners zeer slecht ziend of blind. Wat opvalt is de zorg die is besteed aan lichtval en tactiele vormgeving. Voor slechtzienden is bijvoorbeeld een raam op het einde van een gang heel storend. De schittering belet het goed kunnen waarnemen van tegemoet lopende personen. Heel bijzonder zijn ook de kunstwerken van Hella Jongerius en Jurgen Bey. De ijsbloemen bijvoorbeeld, een stelsel van buizen in de vorm van bloemen, om aan te raken en welke kouder worden naarmate het buiten warmer wordt. Zelfs zo koud kunnen worden, dat ze wit worden van de ijsvorming. Of de zonnelamp, die meer warmte afgeeft naarmate de zon buiten uitbundiger schijnt. En langs de muren een stelsel van leuningen, waarin je je kan vasthouden en waar de muurbedekking ook voelbaar de zijde van de gang aangeeft, want in het Schild hebben de bewoners afspraken over links en rechts lopen, om botsingen te voorkomen. Bewoners komen we niet tegen, het is al laat in de avond, maar wel personeel. Vriendelijk personeel dat tijd neemt ons even te groeten en niet de indruk wekt dat alles snel moet worden afgeraffeld. Dat voelt goed.

 

IJsbloemen Hella Jongerius, Jurgen Bey, Het Schild, Wolfheze

We worden steeds gezonder ouder en mede door technologische veranderingen, o.a. door invloed van domotica, kunnen we steeds langer zelfstandig blijven wonen. Ook veranderende wetgeving, zoals de AWBZ wetgeving, waardoor scheiden van wonen en zorg wordt ingevoerd, draagt er toe bij dat het verzorgingshuis nog maar voor een hele kleine groep het laatste woonadres zal zijn. De huidige gemiddelde bewoner van het verzorgingshuis is inmiddels ruim in de 80.

Trude de Vroomen en Tako Postma van Inbo laten tijdens de lezing een groot aantal voorbeelden zien waaraan Inbo de afgelopen 20 jaar heeft gewerkt. De massale en als verzorgingshuis te herkennen complexen uit de jaren 70 van de vorige eeuw hebben plaats gemaakt voor kleinere units en de huisvesting is veel meer onderdeel van de omliggende woonomgeving geworden.  Na afschaffing van de rijksfinanciering en de bijbehorende bouwregels is er geen voorgeschreven standaard meer. Eigen keuzes van zorginstellingen zorgen voor grote verschillen. En daarmee voor de mogelijkheden voor ouderen om te kiezen hoe en waar ze verzorgd willen worden.

 

.

Tako Postma (r) geeft tijdens de rondleiding uitleg over de verbouwing. De maquette staat altijd op de gang. De blinde bewoners kunnen door te voelen een indruk krijgen van het totale complex.

De veranderende visie op zorg raakt niet alleen de zorgvragers maar ook de aanbieders van zorgvastgoed. Trude de Vroomen begon haar inleiding op de lezing met een aantal wezenlijke kernvragen die me heel erg zijn bijgebleven. We bouwen nog steeds verzorgingshuizen met als doel te verzorgen. Het is echter te kortzichtig om alleen maar op grond van demografische cijfers te bouwen. De vraag kan zomaar ineens wegvallen. Door veranderende wetgeving, hetgeen door de wijzing in de AWBZ nu feitelijk ook aan de hand is. Of doordat een pil tegen dementie wordt uitgevonden, dat zou mooi zijn, maar zou ook inhouden dat we in een klap heel wat minder verzorgingshuizen nodig zullen hebben. En op termijn, als de vergrijzing over haar hoogtepunt is, wat doe je daarna met al die gebouwen? Transformeren naar reguliere woonappartementen? Zijn de gebouwen daarvoor wel geschikt? En is daarvoor tegen die tijd nog marktvraag?  Waar voorheen zorgvastgoed vrij zorgeloos kon worden neergezet moet nu heel goed worden nagedacht over ruimtelijke, financiële, architectonische en markttechnische consequenties. Anders loert het monster leegstand om de hoek.

Na afloop van de avond kijken we elkaar een beetje lacherig en ongemakkelijk aan. Gelukkig zijn wij nog lang geen 80 jaar. En misschien gaan de ontwikkelingen wel zodanig dat wij nooit in een verzorgingshuis hoeven te gaan wonen. We kunnen het schrikbeeld nog even voor ons uitschuiven.




Er zijn nog geen reacties