Blog  

 
Manifesta 2012 Genk, eerbetoon aan drie generaties mijnbouw
27 september 2012

 

Zou Genk de Manifesta hebben gevonden, of de Manifesta Genk? Ik denk het laatste. Maar ze passen wel bij elkaar. Beiden vernieuwend,  het roer moet soms om.

De Manifesta, al weer de 9e editie, prijst zich op haar eigen site als volgt aan: ‘Manifesta is dé reizende Europese biënnale voor hedendaagse beeldende kunst. Samen met evenementen zoals de biënnale van Venetië en de Documenta in Kassel is Manifesta één van de meest vooraanstaande kunst evenementen van Europa.’

 

Dat is niet niks. Nog niet eens twee decennia meedraaiend en jezelf zo aanprijzen. Of de stelling waar is, daar waag ik me maar niet aan. Wat wel waar is dat de Manifesta 9 raakt door de eenvoud en diepgang van haar thematiek en krachtig expressie van het getoonde werk. Waar bij eerdere edities de nadruk lag op het zichtbaar maken van beginnende kunstenaars en actuele kunst is dit beginsel bij de 9e editie volledig losgelaten: locatie, thema en historisch besef vloeien naadloos in elkaar over.

De locatie is de voormalige Waterschei kolenmijn in Genk, het thema de vroegmoderne industrialisatie en in het bijzonder de mijnbouw. De geëxposeerde werken zijn niet alleen van de hand van professionele kunstenaars, ook kunst- en cultuuruitingen van de mijnbouwers zelf komen ruimschoots aan bod. En vooral dat laatste maakt de expositie heel bijzonder. Er gaat een duidelijk signaal van uit: kunst is een heel breed begrip en van ons allemaal.

 

 

Mijnbouw, de start van industrialisatie in Europa, het lijkt zo lang geleden. Maar dat is een misvatting. De mijnbouw in Waterschei bijvoorbeeld, startte pas in de jaren twintig van de vorige eeuw en sloot haar deuren in de jaren 80. Start en opheffing in een tijdsbestek van 60 jaar. De expositie raakt daarmee ook wezensvragen. Wat heeft ons de industrialisatie gebracht? Zijn we er als maatschappij wel door gegroeid? Zitten we als Europa niet opgesloten in een periode van snelle globalisering, morele degeneratie en obsessie met geld?

 

Waterschei hoofdgebouw. Op de voorgrond parkeerterrein afgezet met riet

Waar in Nederland veel mijnbouw sites na sluiting zijn platgegooid, en het bijna lijkt alsof ze er nooit zijn geweest, is Belgisch Limburg veel zorgvuldiger met haar historisch mijnbouwerfgoed omgegaan. Genk trekt in vaktijdschriften al een paar jaar aandacht. Onlangs is het complex C-mine opgeleverd. Prachtig gerenoveerd en uitgebreid met nieuwbouw. En nu o.a. de thuisbasis voor kunstonderwijs, creatieve ondernemers en een bioscoop. En binnenkort is het Waterschei complex aan de beurt. Het wordt de basis van het Thorpark, een themapark geheel gericht op innovatie en kennis. De eerste ingrepen zijn nu al zichtbaar in het gebied. Voor een gemeente met amper 60.000 inwoners twee behoorlijke investeringen.

 

C-mine complex

En daarmee is Genk op weg naar weer een nieuwe bestemming. Door de mijnbouw op de kaart gekomen in de eerste helft van de twintigste eeuw, en noodlijdend door te teloorgang van de sector in de jaren 60 vestigde ze in diezelfde periode naam door de bouw van het eerste grootschalige nieuwbouwwinkelcentrum van Belgie. Het roer moest om. De ingreep lukte en het winkelend publiek uit de regio stroomde toe. En nu worden de troeven ingezet op hoogwaardige creatieve en innovatieve dienstverlening.

Wie overigens denkt dat Genk een smaakvol opgepoetst stadje is, heeft het mis. De stad oogt nogal rommelig. Veel smakeloze nieuwbouw en verrommelde gebieden met zo af en toe een pareltje zoals het C mine complex of een voormalige tuinwijk. Qua stedelijk schoon valt er nog veel winst te behalen. En dat geldt ook voor de bewegwijzering: Het was wel even zoeken, trots als Genk is op het binnenhalen van de Manifesta, adequate bewegwijzering naar de expo site kon er blijkbaar amper af.

 




Er zijn nog geen reacties
Het kan in Almere, Floriade 2022
24 september 2012

 

Vandaag maakte de Nederlandse Tuinbouwraad bekend dat Almere de Floriade 2022 mag organiseren. Daarmee hadden Amsterdam, de regio Boskoop en de gemeente Groningen het nakijken.

Het Bidbook maakt nieuwsgierig. Een Floriade die als een vierkante lapjesdeken over de bestaande stad wordt uitgelegd. De ruime planmatige opzet van Almere maakt zoiets ook mogelijk. Tussen Almere Stad en Almere Haven, wordt gedeeltelijk over het Weerwater gevouwen, een nieuw groen stadshart ontworpen door Winnie Maas, gerealiseerd. Een vierkant, onderverdeeld in talloze gekleurde maar hoofdzakelijk groen getinte mozaiekjes.

Het is een aangenaam plaatje dat een grijs beeld van ruim 15 jaar geleden verdringt, toen het nieuwe stadshart van Almere nog zijn beslag moest krijgen en het Stadhuisplein en Weerwater nog monotoom en leeg in elkaar overvloeiden. Een beeld overgehouden uit de tijd dat ik bij het Grondbedrijf Almere werkte en regelmatig een wandeling maakte langs het Weerwater.

 

bron: site floriadealmere.nl

De Floriade 2022 brengt twee zeer interessante partijen bij elkaar. Flevoland, drooggelegd om als grootste Nederlands tuinbouwgebied te functioneren en in de loop van de jaren uitgegroeid tot de thuisbasis van een groot aantal innovatieve bedrijven uit de agri/foodsector en New Town Almere, aangewezen om de bevolkingsoverloop van de Noordelijke Randstad op te vangen. Waar de rest van Nederland in reactie op de recessie of krimp, woningbouwprogramma’s opschort of afblaast, bouwt Almere rustig verder. ‘Growing green cities’  is het thema van de Floriade 2022. De nieuwe wijk Almere Floriade is ontwerpen als een prototype Green City; als een plek die voedsel en energie produceert, die water zuivert, afval hergebruikt en misschien zelfs autarkisch zal zijn. Kortom een Living Lab.

 

bron site floriadealmere.nl

Een behoorlijk serieus thema dus. En ook zeer aansprekend in deze tijd.  Alhoewel de Floriade in Venlo ook wel inzoomt op duurzaamheid is dat uit de site van de huidige Floriade niet goed op te maken. Fun en Leisure lijken voorop te staan. Dat wordt nog eens onderstreept doordat de beheerders vol trots een nieuwbericht van CNN over de hoofdpagina van de site hebben geplaatst : ‘The horticultural expo, staged once every 10 years, showcases the world’s best flowers, plants, trees, fruits and vegetables. This is a once in a decade flower show so it’s even more spectacular than Keukenhof, and Keukenhof is already amazing.’

Groene en/of duurzame steden. Het thema is hot. De verwachting is dat rond het jaar 2050 tenminste 70% van de wereldbevolking op 2% van het oppervlakte woont. Hoog tijd dus om onze steden slimmer en groener te organiseren. Verschillende definities van duurzaam en groene stad duikelen op het internet over elkaar heen. Het is nog een concept in ontwikkeling. Ook verschijnen de eerste indexen van de meest duurzame of groene steden ter wereld. Een aantal namen zie je vaker in dergelijke lijstjes opduiken: Portland, Freiburg, Reijkjavik, Malmø, Curitiba (Brazilië), Bogota (Colombia) en Vancouver. Wie weet staat Almere daar over tien jaar ook wel bij.

Het kan in Almere. De verwachtingen zijn hoog gespannen.

 




Er zijn nog geen reacties
Het Open Lab Ebbinge, een tijdelijk dorp aan de voeten van de Martinitoren
21 september 2012

 

Het mag dan voor de meesten van ons wel een stukje reizen zijn, er staat echter wel iets prachtigs: Gecreerd voor de tijdelijkheid, het Open Lab Ebbinge. Tegen het decor van de prachtige binnenstad van Groningen is een tijdelijk dorp in de stad verrezen. Het Open Lab Ebbinge is gerealiseerd op het voormalige Cibogaterrein en in het leven geroepen voor de duur van vijf jaar, om te kunnen experimenteren met tijdelijke vormen van ruimtegebruik en om de loop naar het gebied weer te stimuleren, dat de laatste decennia bij de inwoners van Groningen uit de gratie was geraakt.

 

 

Op 20 september organiseerde Groningen er met partners uit het Noordzeegebied o.a. met Delft, Hamburg, Bremen, New Castle, Kortrijk en Göteborg vanuit het Europese Programma Creative City Challenge de ‘Final Conference, Creating Space’. Een betere plek had de organisatie zich niet kunnen wensen. Lokatie en inrichting van het terrein sloten perfect aan bij de conferentie.

Het Ciboga terrein (voormalig gasterrein) was tot voor kort een afgesloten blok braak liggend industriëel terrein. Een fikse ‘sta in de weg’ voor buurtbewoners om zich in de wijk goed te kunnen verplaatsen en een bron van ergernis voor bewoners en ondernemers. De wijk verloederde. De oorspronkelijke fabrieksbebouwing was grotendeels neergehaald, het terrein lag braak, wachtend op woningbouw, dat maar niet van de grond wilde komen. De wijk zat in een neerwaartse spiraal. Men geloofde niet meer in de ooit met zoveel tam tam ingezette planvorming voor herstructurering van het gebied.

Het negatieve imago is nu omgebogen. Het gebied ligt er weer fris bij: een fikse groene grasmat, een stedelijk strand, ruimte om evenementen te programmeren en felgekleurde containers, prettig gestoord gestapeld en verhuurd aan ondernemers, hebben in een hele korte periode het beeld van het grauwe braakliggende gebied verdrongen. Ook de toegangsweg naar het gebied, de Ebbingestraat profiteert volop mee. De leegstand is een halt toegeroepen. De kentering is duidelijk zichtbaar. De straat begint weer te smoelen.

 

 

Het eens afgesloten Cibago terrein wordt nu doorkliefd door een fietsas. Een hele slimme zet. Niet alleen is de wijk daardoor veel beter ontsloten, fietsend Groningen maakt nu ook kennis met het tijdelijke dorp en kan zich verbazen of laten verrassen door wat op het terrein gebeurd. En dat is winst voor allen.

Vaak liggen dergelijke experimentele plekken niet echt in het zicht maar verstopt in de rafelige randjes van een stad of ver weg op industrieterreinen, waar vanuit kraak en antikraak doorgegroeid naar gesubsidieerde plannenmakerij, in een aantal gevallen creatieve spots zijn ontstaan. Spannende plekken waar soms heel veel gebeurd maar waarvan de activiteiten zich dus onttrekken aan het oog van de gemiddelde stadsbewoner. En daardoor ook juist door die stadsbewoner vaak blijvend met argwaan worden bekeken. En dat is op het Ebbinge terrein wel anders. Het terrein lijkt al een beetje bij de stad te horen. De basis voor het ontstaan van het tijdelijke dorp is ook een hele brede geweest. Het zijn met name de ondernemers en bewoners uit wijk geweest die het initiatief van onderaf hebben gepushed.

 

En dat is het nieuwe denken. Bottum up. Organische groei. Daar willen we toch naar toe? De tijd van gemeentelijke blauwdrukken is voorbij. Of nog niet helemaal? Vijf jaar heeft de organisatie gekregen. Niet als incubatietijd om te bewijzen dat het project levensvatbaar is en om vervolgens een eventuele doorstart te bespreken, maar vijf jaar om te experimenteren en dat is het dan. Daarna valt het doek voor eeuwig over het tijdelijke dorp en gaat de gemeente de tijdelijke opgeschorte bestemming, wonen, alsnog realiseren. En dat zal dan heel wat gemakkelijker zijn: Het Open Lab Ebbinge heeft dan het pad geplaveid, de wijk is tegen die tijd weer geliefd en de woonbestemming kan alsnog worden geëffectueerd. Wel een zure gedachte voor de organisatoren van het Lab. Begint de zaak eindelijk te lopen en kunnen ze het veld ruimen, letterlijk en figuurlijk. Of toch ook wel een beetje zoet en is dit een heel mooi voorbeeld van het gezamenlijk bouwen aan een stad door bewoners, ondernemers, overheid en creatieve sector?

In het middaggedeelte van de conferentie stond een onderzoek van temp.architectureurbanism centraal, een onderzoek naar tijdelijk ruimtegebruik in de Noordzeeregio. Tientallen voorbeelden passeerden de revue. Enkele interessante conclusies: bij geslaagde allianties zijn de belangen van gemeente en botttom up initiatiefnemers wel verschillend maar niet tegenstrijdig. Tijdelijke invulling wordt nog veel te weinig door de markt opgepakt, alle onderzochte projecten hebben met name financiële injecties gehad van de overheid. En ook wel een heftige: ‘de architectuur van de organische groei en de tijdelijkheid staat nog in de kinderschoenen, op enkele voorbeelden na bestaan de fysieke tijdelijke interventies uit weinig geraffineerde, standaard bouwcontainers en wordt leegstaand vastgoed instant en nogal fantasieloos gevuld met tijdelijk programma’.

Oef, dat is niet niets. Nog heel wat huiswerk te gaan, dat is duidelijk. Krijgen we het voor elkaar marktpartijen aan te laten haken? En ontstaan er dan wel hele eigenzinnige hoogstandjes gefinancierd door de behoeften vanuit de markt? Spannende tijden dus!




Er zijn nog geen reacties